Bågø

Het is vrijdag volkomen windstil en ook weer een mooie dag. We gaan bijtijds weg en varen naar Bågø, een stukje van een mijl of vijf. Er is een klein haventje dat snel volloopt met passanten. Wij zijn op tijd en hebben nog volop keuze. We maken van het mooie weer gebruik en zoeken ook hier een leuke wandelroute op. We zien roofvogels op zoek naar een prooi. Er zijn ook hier weer mooie vergezichten en maken de enorme klim naar het hoogste punt van het eiland, maar liefst acht meter hoog! Het levert wel de nodige muggenbulten op. Het mag de pret niet drukken, want we genieten nog lang van de mooie avond met een Barbeque op de Cobb en een wijntje erbij.
































Zaterdag wisselen zon en regen elkaar af. Tussen de buien door lopen we naar het naburige vuurtorentje om nog even de benen te strekken. Zondag is een dag met stortbuien in de voorspelling, dus blijven we weer liggen om rustig naar de Grand Prix van België te kijken.









Ook de lange termijn laat zien dat het wisselvallige weer zich zal voortzetten. We besluiten om dit jaar geen lange tochten meer te maken. We blijven in deze buurt rondscharrelen en nemen ons voor om alvast wat klussen te doen. Volgend jaar willen we een grote tocht maken door het Götakanaal, dus dan beginnen we met mijlen maken richting Stockholm. Het kan geen kwaad om alvast wat opruimwerk en onderhoud te doen, nu we toch de tijd hebben.

Onderwijl proberen we, tot nu toe tevergeefs, contact te leggen met Weilandt op Fehmarn. We willen graag daar de boot laten overwinteren. Wordt vervolgd!

Arø

Het plan was om de woensdag met de ferry naar Arø te gaan, maar het regent de hele dag om de haverklap. We lopen alleen nog even naar de vissershaven waar een boot gezonken langs de kade ligt. We zijn benieuwd of er al aan gewerkt wordt. Maar er is alleen een drijvende afscheiding toegevoegd om de lekkende diesel tegen te houden.


















Donderdag is het goed weer en pakken we alsnog de ferry. Met een blik op de kaart zoeken we een wandelroute uit. Het is zowaar heerlijk weer en we genieten van de wandeling langs de kust. Mooie vergezichten en klauteren over de stenen langs de kust wisselen elkaar af. Uiteindelijk lopen we nog een stuk extra en maken er een leuk rondje van. Via het dorpje in het midden van het eiland lopen we weer naar het haventje. Nadat we met de ferry weer terug zijn gegaan sluiten we de dag af met een kebabmix en een ijsje.


















Haderslev

Vrijdag is het beter weer en gaan we ankerop, het anker ligt diep ingegraven en het kost enige moeite om het op te halen. We zeilen op de fok weg uit de baai en zetten koers richting Haderslev. We moeten tussen Arøsund en Arø door en koersen dan aan op de goed betonde geul die naar Haderslev leidt.






Aan het begin van de fjord (wij zouden het meer als rivier bestempelen) zien we aan stuurboord zeehonden op een zandbank liggen. De lange smalle fjord loopt door een fraai glooiend landschap van akkers en bossen. De geul is smal, maar goed aangegeven met boeien. Buiten de geul is het vrijwel overal ondiep.






Haderslev ligt aan het einde met aan de noordzijde een gemeentehaven en aan de zuidzijde verenigingshavens1, waar wij in een box afmeren. Er zijn veel vrije plaatsen. Van de drukte van het vakantieseizoen is hier niet veel te merken, omdat het een grote omweg is om hier te belanden.

We blijven hier uiteindelijk vier nachten. Zaterdag wandelen we door het charmante stadje, met leuke winkels en fraai onderhouden oude gebouwen. Zondag regent het de hele dag vrijwel onafgebroken, dus cocoonen we lekker en zitten we aan de buis (nou ja, laptop) gekluisterd om de Grand Prix van Hongarije te kijken.






Maandag is het zowaar mooi weer en gaan we met de bus naar een natuurgebied achter Haderslev. We maken daar een leuke wandeling, waarbij we ook herten zien. Tenslotte lopen we terug naar de boot en ploffen moe maar voldaan neer. Een welbestede dag!



























Dinsdag valt er nog een enkel buitje, maar het lukt om droog over te komen naar de volgende bestemming: Arøsund. Je kan hier ook aan de overkant naar een heel klein haventje op het eiland Arø, maar hier gaat de vakantiedrukte niet aan voorbij. Bovendien waait het heel hard, tot 28 knopen een dikke windkracht 7. Johan voelt er niet zoveel voor om in dat mini haventje moeilijke toeren uit te moeten halen als er geen plek is. Het wordt dus Arøsund, een iets grotere haven, waar we nog een geschikte vrije box vinden. We zijn op tijd, want uiteindelijk loopt de haven behoorlijk vol.









Morgen willen we met de ferry naar Arø en daar op ontdekkingstocht gaan. Het zou een koude, maar droge dag moeten worden. Prima wandelweer!

Going slow

We zijn nog een dag in Aabenraa blijven liggen. Volgens het KNMI heeft Nederland een typisch Nederlandse zomer. Wij hebben hetzelfde, alleen noemen wij het een typisch Deense zomer. De hele ochtend is er weer veel regen en harde wind. We nemen het maar zoals het is en vermaken ons prima. We gaan nog een keer naar het inmiddels favoriete havenrestaurant en zoeken weer wat anders uit op de menukaart. We nemen ons voor om dinsdag dan toch echt verder te gaan, maar waarheen eigenlijk?






We zijn voor het eerst uit Nederland vertrokken zonder vastomlijnd plan. De bedoeling is naar Denemarken en ergens in het Oostzeegebied (weer Fehmarn?) de boot de kant op om te overwinteren. De komende weken zit er geen verbetering in de sterk wisselvallige vooruitzichten, dus besluiten we om op ons gemak plekjes in de buurt uit te zoeken waar we nog niet eerder geweest zijn. Vooralsnog hebben we geen plannen om veel mijlen te maken. We kiezen voor “waar de wind ons brengt”.






Zo zeilen we dinsdag op het fokje naar Kalvø. Het heeft een heel klein haventje, lekker beschut voor de westenwind. Het eilandje Kalvø ligt heel dicht voor de kust van Jutland, verbonden door een weg. We wandelen het eiland rond en komen tot de ontdekking dat we weliswaar nog niet eerder in deze haven hebben gelegen, maar dat we aan de andere kant van het eiland in 2018 al eens voor anker hadden gelegen. Het haventerrein en de gebouwen vormden een voormalige scheepswerf, waar ooit grote windjammers werden gemaakt. Het eiland zelf is een natuurreservaat.









Donderdag is er weer veel regen en wind voorspeld. We besluiten om een ankerplekje op te zoeken. In eerste instantie proberen we een inham iets verderop, maar daar vonden we geen geschikte ankerplek omdat het naar onze zin te lang diep blijft. Dat zou alleen maar een hoop hijswerk opleveren voor onze oude handmatige ankerlier. Uiteindelijk komen we uit op dezelfde plek als in 2018, aan de zuidwestkant van het eiland. We liggen hier goed beschut en vermaken ons met lezen, brood bakken, over de baai staren en breien. We hopen vrijdag weer verder te gaan, bestemming Haderslev waar we echt nog niet eerder geweest zijn!





Aabenraa (deel 2)

Tijdens de droge periodes verkennen we de omgeving. Aabenraa is een verrassend leuk en levendig provinciestadje. De kern bestaat uit mooi onderhouden oude straatjes en huizen. Er zijn diverse leuke winkels en horeca gelegenheden. Vrijdagavond worden Johan en Joke getrakteerd op een etentje in de binnenstad en proosten we op een geslaagde vakantie met zijn vieren en alvast de verjaardag van Ad. Het is altijd een beetje spannend of het goed gaat met zijn allen op een boot, maar we zijn met vlag en wimpel geslaagd!





















Zaterdagochtend vroeg zwaaien we Ad en Marlies uit als ze op de bus stappen richting het dichtstbijzijnde treinstation.



Het is zonnig en warm, dus gaan Johan en Joke de boot opruimen, de was doen en een ijsje halen. In de avond komen vrij stevige onweersbuien over. In de lucht flitst het naar hartelust en regelmatig gaat de ventilator aan met stevige windstoten.











Aabenraa lijkt wel magnetisch, want zondag waait het hard tot zo’n 38 knopen in de buien, dus blijven we wederom liggen.
De vooruitzichten voor maandag zijn twijfelachtig, maar we nemen ons voor om te kijken of we desondanks weer een tochtje kunnen plannen. Al is het maar om te ankeren in Dyvig, ons favoriete baaitje.


Aabenraa (deel 1)

Aangekomen in Aabenraa gaan we meteen de omgeving verkennen. Na de lunch en afwas willen de dames op zoek naar een wolwinkel. De mannen wandelen gezellig mee. Voor de winkel staat een bankje en ze wachten geduldig buiten, ze krijgen zelfs een compliment van de eigenaresse. Marlies en Joke komen lange tijd later met hun nieuwe aankopen weer naar buiten, gelukkig voor Ad en Johan is de tweede wolwinkel gesloten vandaag.


















De zomer is nogal wisselvallig. Woensdag is het slecht weer en vermaken we ons voornamelijk binnen met wat lezen en hobbies. Ad werkt aan een Volkswagen Kever van Lego. Marlies heeft leuke haakwerkprojecten onderhanden en Joke gaat uiteraard breien. Ad helpt mee met het vervangen van een oude brandstofslang geeft de buitenboordmotor een servicebeurt. Een nadere blik op de OV-mogelijkheden leert dat de verbindingen vanuit Aabenraa zelfs iets gunstiger zijn dan vanuit Sønderborg. We besluiten dat we vooralsnog blijven liggen. Woensdagavond krijgt Johan zijn zin en belanden we in het recent heropende havenrestaurant.














Dyvig

De omgeving in Dyvig nodigt uit om te wandelen en fietsen. Ad en Marlies huren een fiets bij de havenmeester en maken een ommetje naar Nordborg, het naburige dorp landinwaarts. Johan en Joke gaan wandelen en komen een stalletje tegen waar eieren worden verkocht en op een andere plek zien de verse aardbeien er goed uit. Na wat contanten te hebben gewisseld bij de havenwinkel, gaat Joke terug om de eieren en de aardbeien op de kop te tikken.












We gaan eens kijken naar de mogelijkheden voor de derde vakantieweek. Het plan is om nog naar Aabenraa te gaan en vervolgens naar Sønderborg. Op het eerste gezicht zijn daar voor Ad en Marlies goede mogelijkheden om met het openbaar vervoer weer huiswaarts te gaan. Dinsdag zeilen we op alleen de genua naar Aabenraa. Een leuk en relaxed tochtje van elf mijl.











Varen op de Kleine Belt

Zaterdag gaan we een poging wagen om naar Lyø te gaan. Aanvankelijk kunnen we nog zeilen, maar als de wind wegvalt gaan we verder op de motor. Het heeft een klein haventje, waar wij een aantal jaren geleden ook hebben gelegen. Het staat erom bekend dat het haventje snel vol is. Als we aankomen vaart een Deen die het haventje had verkend weer naar buiten. Ze vertellen ons dat het vol is.









Net als Ferrari in de formule 1 races hebben wij echter ook een plan B: voor anker in een leuk baaitje bij Bøjden. We liggen daar mooi beschut en vermaken ons met de bijboot en chillen in de kuip.









Zondag staat er een mooie zuidoosten wind, die we benutten om op de genua naar Dyvig te gaan, bekend terrein voor Johan en Joke. Het is een populaire inham aan de noordwest kant van het eiland Als. Via een smal geultje kom je in een kom, waar goede ankermogelijkheden zijn en twee jachthaventjes. De onweersbuien die in Nederland soms overlast veroorzaakten komen hier in de nacht en ochtend langs. Daarom zoeken we een plekje in één van de havens. Van de verwachte windstoten krijgen we er uiteindelijk maar één. Na een paar minuten is het alweer vrijwel windstil. De buien vallen reuze mee. We besluiten om maandag in Dyvig te blijven. In de middag breekt de zon door en is er gelegenheid om nog wat van de omgeving te zien.








Naar Denemarken

Donderdag is het weer opgeknapt, af en toe een klein beetje regen en een stevige west-zuidwesten wind. Prima weer om naar Aerøskøbing te gaan. Met het tweede rif in het zeil en een gedeeltelijk uitgerolde genua is de hele route bezeild. Ad stuurt vrijwel de hele tijd. Met vlagen tot 25 knopen schieten we lekker op met de snelheid regelmatig boven de zeven knopen. Soms gaat het er wat heftig aan toe en rollen we de genua een beetje meer in, maar al met al ronden we de westkant van Aerø een uur eerder dan verwacht.















We vinden een mooi plekje in de jachthaven van Aerø en vieren het met een aankomstdrankje. Het dorp is nog steeds erg sfeervol met netjes opgeknapte oude huisjes met stokrozen ervoor.












Vrijdag maken Ad en Marlies met de (nog steeds) gratis bus een rondje over het eiland via Marstal en Søby. Johan en Joke kijken naar de F1 training en chillen wat in de kuip en gaan van boord voor heerlijk homemade ijsje. Die avond willen we een frietje halen, maar het tentje is inmiddels gesloten. Even verderop zijn er wat streetfood karren met lekkere wraps en pitabroodjes en picknicktafels. Een lekker ijsje (voor sommigen al de tweede van vandaag) maakt de dag compleet. Via de supermarkt aan de haven gaan we weer naar de boot.





Verwaaid in Laboe

De windverwachting voor zondag en maandag is niet zo gunstig: windkracht 6 met vlagen tot 8 en regelmatig stevige buien. Dinsdag zou het rustiger worden. Daar komt echter niets van terecht. Soms is het een poos droog, maar het blijft hard waaien. Woensdag komt zomerstorm Poly die langs de kust in Nederland heeft huisgehouden ook hier over. Uiteindelijk mikken we erop dat we donderdag pas verder kunnen. We gaan ons dus vooralsnog in Laboe vermaken. De haven is erg duur. Daartegenover staat dat de voorzieningen goed zijn. Elektriciteit is inbegrepen, evenals douches in keurig schone sanitairruimtes.









De supermarkt ligt op iets minder dan twee kilometer, dus is er hoe dan ook al aanleiding voor de nodige wandelingen. Eerst gaan Ad en Marlies met de rugzakken op pad. Ze verkennen de omgeving en komen met de nodige lekkere verrassingen terug. Marlies en Joke gaan een andere dag nog een keer die kant op. Ad verrast ons de eerste ochtend met lekkere croissants en broodjes van de bakker aan de haven. Als Joke dat de volgende ochtend ook wil doen, zijn ze gesloten (het is maandagochtend) en moet ze zonder telefoon (lag nog op de boot) op zoek naar een bakker. Dankzij ouderwetse bewegwijzeringsbordjes is het toch gelukt!



We doen nog wat klusjes aan boord. Zo is de vetkoker van de schroefas leeg en moet worden vervangen. We kijken onderin de voorste bilgruimte of er wat water uit het toilet is gelekt, maar dat valt reuze mee. Ad ontdekt nog een brandstofslang die binnenkort een keer moet worden vervangen. De lokale watersportwinkel heeft die niet, dus moeten we in andere havens maar eens op zoek.


Woensdag bezoeken we het U-boot museum schip dat in 1943 in dienst is genomen. Het heeft van 1952 tot 1962 ook nog dienst gedaan voor de Noorse marine. Het is interessant om te zien hoe een 56-koppige bemanning in de beperkte ruimte moest leven en werken. Overal zijn wieltjes, knoppen en metertjes waartussen kleine kooien (bedden) zijn gepropt. Elke kooi werd door twee personen gebuikt. Torpedo’s lagen niet zo maar voor het oprapen. Die moesten met takels uit bergruimtes worden gehaald en in positie gebracht om ze in de torpedo buizen te schuiven. We zouden niet willen ruilen met de bemanning, zelfs niet in vredestijd.























Al met al hebben we ons wel vermaakt en hopen we donderdag eindelijk weer verder te kunnen. Denemarken ligt net achter de horizon!