Bagenkop

Er is weinig wind als we Heiligenhafen uitvaren, maar eenmaal uit de geul kunnen we toch onder zeil gaan voor de oversteek naar Denemarken. De bestemming is Bagenkop, een charmant oud vissersplaatsje aan de zuidpunt van het eiland Langeland.
We kunnen zo’n tweederde van de afstand zeilen. Als in de scheepvaartroute de wind wegvalt, starten we de motor. Na verloop van tijd moeten de zeilen helemaal weg. Met de hulp van de AIS steken we vrij gemakkelijk de scheepvaartroute over en zeven uur na vertrek uit Heiligenhafen meren we af in Bagenkop. We liggen aanvankelijk alleen aan een kopsteiger, maar binnen een half uur zijn alle boxen bezet.






Er zijn een soort halfopen BBQ-hutjes waar allemaal bejaarden hebben plaatsgenomen. Ze eten smakelijk van alle hapjes die ze hebben meegenomen en er is live muziek. De Deense versie van “Daar in het kleine café aan de haven” hoempapaat in vele varianten over de steigers. Onze buurman vraagt met veel interesse wat voor boot wij hebben. Ze vinden het een prachtig schip en vertellen dat ze naar zoiets op zoek zijn. De vrouw van de buurman is heel geinteresseerd en stelt vele gerichte vragen. We nodigen haar uit om een kijkje aan boord te nemen en ze vindt het prachtig. Wij zijn ervan overtuigd dat ze serieus geïnteresseerd zouden zijn als Beluga te koop had gelegen.



We blijven een dag in Bagenkop en maken een leuke wandeling. We beklimmen nog een toren met een leuk uitzicht over de haven.



















We sluiten de dag af met een barbeque op een van de talloze zitjes die hiervoor rond de haven aanwezig zijn. Het is mooi weer en het weerbericht laat zien dat het voorlopig zo blijft.










Rustig de zomer tegemoet

Op 22 juni gaat Beluga weer te water. Wij zijn een dag eerder al met de trein aangekomen in het stadje Burg auf Fehmarn. Na een heerlijke maaltijd bij restaurant Netti’s overnachten we bij een “zimmer frei”, beide hadden we al ontdekt toen we eind april aan het klussen waren. Eind van de volgende ochtend is het zover, Beluga drijft eindelijk weer.






Daarna begint een klusperiode, we hebben vier dagen nodig om alles op te tuigen, in te richten, op te ruimen en de laatste boodschappen te doen. De eerste drie dagen stormt het, pas aan het einde van de derde dag gaat de wind liggen en kunnen de zeilen erop. In het kleine haventje van Burgstaaken doet de havenmeester zijn best om ons een plekje te geven. Omdat ook wat vissers en een vrachtschip een plek moeten krijgen, moeten we in vier dagen wel vijf keer verkassen. Maar ach, een beetje oefenen met aanmeren kan ook geen kwaad.






De 26’ste kunnen we weg. We willen eigenlijk naar het noord-oosten, en uiteindelijk naar het Götakanal, maar het wordt mooi weer, met als keerzijde dat er voorlopig geen wind is of noord-oostenwind. We mogen natuurlijk niet klagen, maar het plan moet de komende tijd wel anders worden. Daarom zetten we koers naar Heiligenhafen. Een korte tocht, maar we kunnen het grootste deel wel zeilen. Ten opzichte van vorig jaar loopt de boot zeker zo’n 15% sneller, omdat het onderwaterschip geen aangroei meer heeft. Al die plantjes en schelpen onder de boot remmen behoorlijk af. Het is een verademing om weer met zes knopen te zeilen bij een zeer matige wind. Het is een mooie oefening om er weer in te komen en te testen of alles er goed op staat.






Tevreden meren we in de loop van de middag af in Heiligenhafen. De zon breekt door de nevel heen en het wordt nog mooi weer.






Zoals de windverwachting er nu uitziet, zullen we morgen eerst oversteken naar Denemarken en daar de komende dagen wat gaan rondscharrelen. We houden de optie om richting het Götakanal te gaan nog wel open, maar dat hangt sterk af van de weersontwikkeling de komende weken. Eigenlijk precies zoals het hoort op een zeilboot: we zien wel waar de wind ons brengt!