Het is hier leuk en we hebben geen haast, dus besluiten we dat we nog een poosje blijven liggen. In de kosten die je vooraf hebt betaald voor het Göta Kanal zitten de overnachtingen in alle haventjes inbegrepen. Ze zijn hier ruimhartig, per haven mag je vijf nachten zonder verdere kosten liggen. We willen zondag wellicht verder, alhoewel een regenzone in de loop van de ochtend roet in het eten kan gooien. We zien wel.

Er zijn in de omgeving diverse leuke koffietentjes, dus kiezen we donderdag voor de eerste, niet ver van de boot. Fika noemen ze dat hier. Koffie met een lekker Zweeds gebakje erbij en gezellig kletsen.


Het is ook weer tijd voor het huishouden. Een bezoek aan de supermarkt en de was staan op het programma. Het is heel zonnig en warm weer, dus de was die we her en der aan de boot hebben hangen is in no time droog. Johan repareert een bril van Joke en trekt vervolgens de stoute schoenen aan en hangt de bordjes “Te koop” op de boot. Tot onze verbazing zijn er meteen twee reacties: een Noor en een Zweeds echtpaar tonen interesse. Wie weet waar het toe leidt. ’s Middags halen we een nog een ijsje bij de Italiaanse ijstent in Borensberg. Deze staan erom bekend dat ze heel goed ijs hebben en dat klopt!



De avond blijft nog lang mooi. Er staan her en der picnictafels waarop we besluiten een barbecue te houden. Met een worstje, gebakken uitjes, stokbroodjes met kruidenboter, mais en salade maken we er een lekker etentje van voor onszelf. Een flesje wijn erbij maakt het af. Al met al een welbestede dag.


Vrijdag wandelen we naar een andere koffietent. Ook hier smullen we weer van de fika.


Zaterdag staat er een langere wandeling op het programma naar Brunneby Musteri. Het staat in de wijde omgeving bekend om de appelcider die ze produceren. Ze maken nog veel meer lekkere produkten, zoals allerlei smaken jam. We scharrelen rond in de winkel en nemen een paar dingetjes mee.




Zondag blijkt dat de regenzone het inderdaad niet aantrekkelijk maakt om verder te varen. We hebben nog één laatste fika tegoed, dit maal direct naast de boot. Die is 15 meter lopen door de regen, dat durven we wel aan. Verder doen we het rustig aan en kijken naar de Oostenrijkse F1 race. Maandag willen we verder naar Motala.

Maand:juni 2024
Door Zweden via het Göta Kanal
Wij volgen de route van oost naar west (we nemen overigens steeds de Zweedse schrijfwijze over, dus kanal en niet kanaal). Een flink stuk onder Stockholm vaar je als eerste een diepe inham in richting Mem. Daar meldt je je aan en krijg je documentatie, een sticker die aantoont dat je betaald hebt en toegangskaarten tot de service gebouwen met douches, wasmachines en toiletten.
Het vaarwater moet natuurlijk meegaan met de steeds toenemende hoogte boven zeeniveau van het land. Het hoogteverschil, tot uiteindelijk ruim 91 meter, wordt overbrugt door een groot aantal sluizen. Bij de aanleg in het begin van de 19e eeuw heeft men zo veel mogelijk gebruik gemaakt van al bestaande bergmeren. Het kanaal zelf is steeds een relatief kort stuk tussen die meren, soms gegraven maar vaak ook met explosieven uit de rotsen gehouwen. Vooral die laatste stukken zijn nogal smal.

Wij liggen momenteel voor een meer met de naam Boren. Onze volgende halte is Motala, een wat grotere stad gelegen aan het Vättern Meer. Dat is een langgerekt meer ongeveer in het midden van Zweden. De route loopt dwars over dat meer en gaat dan verder tot aan Sjötorp, gelegen aan het uitgestrekte Vänern Meer. In Sjötorp eindigt het vaarwater dat bij de Göta Kanal route hoort. Voor Sjötorp ligt overigens alweer een hoeveelheid sluizen die naar beneden gaan.

Je bent hier pas net over de helft! Hoe nu verder? Welnu het Vänern Meer (eigenlijk een grote binnenzee) eindigt in het zuidwesten bij Trolhättan. Daar is een grote trap met sluizen die bekend is als toeristische trekpleister. Dit is de start van het laatste deel van de route, het Tröllhätte Kanal.
Hier moet je opnieuw voor betalen om door te mogen. Ook hier zijn weer diverse sluizen die je uiteindelijk weer naar zeeniveau terugbrengen. Het Tröllhätte Kanal volgt ongeveer de route van een natuurlijke rivier, de Göta, naar Göteborg. Dit laatste deel is een route die ook door vrachtschepen benut wordt, dus is wellicht wat saaier (volgens de kenners).
De plaatjes bij deze uitleg brengen het in beeld.
Voorlopig hebben we nog heel wat moois voor de boeg!
Borensberg
Als we vooruit kijken naar het weerbericht, dan komt er vrijdag en zaterdag slecht weer aan. Daarom gaan we nu verder naar de volgende stop: Borensberg. Dat is ongeveer 15 mijl varen, maar de route begint wel met vier dubbele sluizen, dus acht totaal in de eerste twee kilometer. De kanaalbediening start om negen uur, maar de eerste boten zijn al twee uur eerder in de rij aan de wachtsteiger gaan liggen.
Wij gaan daar om acht uur ook maar heen en ontbijten aan de wachtsteiger. Het duurt allemaal erg lang. Sommige boten zijn te groot om er naast te kunnen, sommige durven alleen aan de rechterkant aan te leggen en dan is er ook nog de passagiersboot Wasa Lejon die voorrang heeft. Zo kan het gebeuren dat wij pas on 10.45u de sluis invaren. Wij liggen rechts vooraan. Een grote motorboot links achteraan. Zeilboten moeten vooraan, omdat die de lijnen met de fokkelieren in bedwang houden. Motorboten zijn afhankelijk van spierkracht.


De sluizen liggen kort op elkaar. Het is steeds een “trap” van twee sluizen, soms ook nog met een brug. Er zijn natuurlijk ook tegenliggers en de sluismeesters mogen maar één ding tegelijk doen. Eenmaal in de sluis gaat het inmiddels routinematig, inclusief zweten in de hitte. Zo kan het gebeuren dat we om 08.00u aan de wachtsteiger starten en om 14.10u acht sluizen en twee kilometer zijn opgeschoten.




De kanaalbediening stopt om 18.00u. Borensberg is ruim 12 mijl verder, met een flink aantal bruggen en nog één sluis te gaan. We gokken het erop. En nu hebben we geluk. De bruggen bedienen allemaal super vlot en de laatste sluis staat al aan onze kant open. De route gaat door een prachtig landschap.


Het kanaal is meestal behoorlijk smal en bochtig. De Wasa Lejon die voor ons uit Berg vertrok moet daar ook weer terugkomen van de dagtocht, dus moeten we die nog een keer tegenkomen. Dat kan lang niet overal omdat het te smal is. Gelukkig spot Joke het grote schip bijtijds. We zitten net in een breed stuk, maar even verderop ligt een ondiepe binnenbocht waar je elkaar niet kan passeren. Johan legt de boot stil. De Wasa Lejon houdt wat in, maar passeert ons met een flinke kuil van de aanzuigende werking van zijn schroef. Johan brengt een beetje vaart in de boot en gaat er vlak langs. Je moet allebei zo dicht mogelijk in het midden blijven, omdat de kanten heel ondiep zijn en ook nog eens rotsachtig. De dieptemeter loopt zo’n 30 centimeter terug als hij naast ons zit.

Even later komt een nog groter passagiersschip aan (de Wilhelm Tham). Ook dit gaat goed, maar nu hebben we nog maar 40 centimeter water onder de kiel als hij ons passeert. Gelukkig heeft Joke ze steeds op tijd gespot en heeft Johan de stuurmanskunsten goed onder de knie.

We halen het. Om 16.45 uur zijn we door de laatste sluis en meren er (mag ik het nog één keer zeggen?) moe maar voldaan af. We belonen onszelf met een douche om op te frissen en een etentje in een leuk restaurant.


We blijven morgen hier en mogelijk nog een paar dagen, afhankelijk van de weersverwachting. Joke heeft alweer heel wat moois op internet gevonden. We gaan ons wel vermaken!
Gamle Linköping
Joke heeft weer wat moois op internet gespot. Gamle Linköping (men spreekt dat uit als “Liensjeuping”) Dat is een stadswijk van Linköping die nog volledig in de oude stijl is. Het is feitelijk een openlucht museum, maar er wonen wel gewoon mensen. Er zijn vele interessante mini museums, zoals het postkantoor, de bank, de school en de apotheek. Ze zijn ingericht zoals het vroeger was.


Om er te komen moeten we een stuk met de bus. Overstappen op een andere en dan kom je waar je wezen wil. Dat had nog wel wat voeten in aarde. We misten de eerste bus. De volgende bus ging vanaf een andere halte. De overstap halte in Linköping was buiten gebruik. Het kostte ons heel wat moeite om het dreigende “cancelled” in de app te snappen. Het was niet de hele route, maar alleen die halte. We hoefden maar iets meer dan 150 meter te lopen naar de volgende bushalte voor de overstap. Dat werden iets meer meters, omdat we behoorlijk verkeerd liepen. Dan moesten we ook nog snappen dat “Lage A” niet de naam van onze halte is, maar de kant van de weg aanduidt waar de halte is. Dus “Lage B” is de overkant. Maar uiteindelijk kwamen we toch uit bij Gamle Linköping en snappen we de busapp!
We beginnen met een welverdiende koffie en wat lekkers erbij. Er zijn natuurlijk ook veel winkeltjes die allerlei spulletjes verkopen. Wij kunnen het niet laten en vullen de rugzak met leuke dingen.




Na een paar uur te hebben rondgestruind nemen we de bus naar het tegenwoordige centrum van Linköping. Dat ziet er eigenlijk ook heel leuk uit. We halen nog een lekker broodje voor het diner aan boord. Uiteindelijk nemen we de bus terug, die rechtstreeks tot vlak bij de haven komt.


Alweer moe maar voldaan. Zo eindigt nu elke dag met deze conclusie, dankzij het actieve leven hier met boot, kanaal en leuke dagjes vol onverwachte gebeurtenissen. Leuk!
Bergs Slussar
Vanuit Norsholm varen we aanvankelijk een relaxte route. We hebben eerst slechts één sluis tussen een verkeersbrug en een spoorbrug. Vanwege de brug kan Joke niet aan de wal meelopen, dus wijkt deze sluis af van de normale procedure. Er hangen lijnen vanaf de sluismuur waar we aan hangen om de boot in bedwang te houden.


Dan varen we een vrij groot meer op, Roxen genaamd. We hebben tijd om wat te lunchen met de door Joke gescoorde broodjes!



Aan het einde van Roxen ligt Berg, een dorpje met een zevenvoudige sluistrap. Daar vaar je steeds een sluis uit en de andere direct weer in. We volgen weer de standaard procedure, met de aanvulling dat Joke de extra lijn nu steeds zelf meeneemt de volgende sluis in. Het weer is nog steeds prachtig. Dat houdt ook in dat het in de sluizen bloedheet is en windstil. We werken ons weer in het zweet. Het kost twee uur om de “trap” te nemen en daarmee weer ruim 18 meter te stijgen.




Direct na de sluizen ligt een jachthaven met goede afmeergelegenheid waar we wederom moe maar voldaan afmeren. Na een snelle douche volgt een lekker ijsje bij de sluizen, nu kunnen wij even toeristje spelen en naar andere boten kijken. We besluiten om hier een dag liggen te blijven.


Sluisje sluisje sluisje
De volgende route voert naar de plaats Norsholm. Dat is maar een mijl of twaalf, maar wel met evenveel sluizen. Als je de ene sluis uitvaart, dan komt de volgende alweer in zicht. Je vaart met een groepje jachten steeds naar de volgende, zodat het patroon in de sluis ook steeds hetzelfde is.

Het is wel komisch om te zien hoe de mensen met een splinternieuwe boot, die achter ons in de sluizen ligt, aanvankelijk veel beginnersfoutjes maakten. Ze leerden snel en al gauw gaat het gesmeerd. Johan had aan de voorkant van de boot een extra lijn bedacht, zodat Joke op de kant een extra houvast kan geven.


De boeg van de boot ligt elke sluis vlak achter de sluisdeuren, waar het water vanuit de kleppen onderwater met veel geweld binnenstroomt. Als dat de boeg te pakken heeft is er bijna geen houden meer aan. De voorlijn die met de grote fokkelieren wordt aangetrokken staat dan zo strak dat Johan vreest dat de lijn kan breken. Met de extra lijn ligt de boot ineens veel rustiger.

De omgeving waarin we varen is overigens prachtig, met mooi zicht op het heuvelachtige landschap. Het Göta Kanal is in de eerste helft van de 19e eeuw aangelegd en is oorspronkelijk een handelsroute. Tegenwoordig draait het vrijwel volledig om toerisme. Er zijn camperplekken, de doorvaart met jachten en rondvaartboten en vele interessante plekken om te bezoeken. Meer dan genoeg mogelijkheden om van het moois te genieten.


De normale procedure bij elke sluis is dat Johan net voor de sluis dicht langs een opstapje moet varen waar Joke met de voor- en achterlijn in de hand op de wal stapt en meeloopt terwijl Johan de boot de sluis in manoeuvreert. De sluizen hebben meestal een standaard patroon met bevestigingspunten. Joke selecteert het punt voor de achterlijn terwijl Johan die lijn met de kotterfok lier aanhaalt en tegelijkertijd de boot langs de sluismuur vaart en op tijd moet stoppen. Joke legt onderwijl de voorste lijn vast die Johan dan ook snel moet aantrekken, terwijl de boot vaak door het stromende water graag weg wil. Als de voorste lijn is aangelierd, dan geeft Johan de extra voorlijn aan Joke, duikt naar binnen om de motor af te zetten en moet dan met de lieren aan de slag om het stijgende water in de sluis bij te houden. Onderwijl hangt Joke vaak met alle kracht aan de extra voorlijn. En dat allemaal in de windstilte en hitte van deze dagen. We drinken veel water en zijn aan het einde van de dag helemaal uitgeput. Moe maar voldaan, we hebben de 12 ton zware boot prima onder controle in al het sluisgeweld.


Het is al wat later in de middag als we in Norsholm arriveren. Dat is één van de 21 plaatsen langs de route waar je met een aantal jachten kan afmeren om te overnachten. De plekken hebben allemaal een toiletgebouw met douches en soms ook wasmachines, dus we zijn van alle gemakken voorzien in het Göta Kanal.
Midsommer
Johan moet nog even langs een huisarts hier voor een klein medisch dingetje (alles ok!) en we doen ook weer boodschappen voor de komende dagen en de was. Joke heeft een leuk adresje gespot waar lokaal stof wordt geweven. We mogen zelfs een kijkje nemen bij de 50 jaar oude weefmachines en nemen de tijd om uitgebreid in het winkeltje rond te snuffelen.





Maar dan is het tijd voor het belangrijkste moment: Midsommer. Dat is een nationale feestdag met allerlei festiviteiten, dus dat willen we ook wel een meemaken. Het belooft ook nog eens een mooie zonnige dag te worden!
Centraal in het feest staat een meiboom. Dit is een lange paal die wordt bekleed met eikenbladeren, waar ook twee hoepels versierd met bloemen aan hangen. We kijken ’s morgens toe hoe vrijwilligers dit aanpakken.


Om twee uur ’s middags wordt de meiboom opgericht en komt een dansgroep in klederdracht aan.
Ze geven een voorstelling van diverse traditionele dansen. Daarna verzamelt het publiek zich om de meiboom.



Men zingt en danst om de boom op de maat van allerlei traditionele liedjes. De beroemdste is de “little frog song”. Wij hebben ons voorbereid door de tekst te leren en de bewegingen die erbij horen. Heerlijk maf die Zweden!


Joke stort zich in het feestgedruis en zingt lekker mee
Het gaat er allemaal heel gemoedelijk en gezellig aan toe. Söderköping wordt wel de ijsjes-hoofdstad genoemd, dus gaan we tegen het einde van de festiviteiten langs een plaatselijk beroemde ijstent. Het terras zit helemaal vol en er staat een flinke rij te wachten. Het valt echter mee. Het stroomt redelijk door en niet lang daarna genieten we van een heerlijke coupe ijs, met allerlei sausjes, nootjes en slagroom.

Direct tegenover de boot is een 60 meter hoge rots met een uitzichtpunt. Om de overvloedige ijsmaaltijd te laten zakken besluiten we daar naar toe te wandelen. Een lange trap leidt ernaar toe en boven hebben we een mooi uitzicht op de stad en zien we de boot liggen.



Zaterdag is het bewolkt en regenachtig, dus blijven we nog wat rondhangen, werken de blog bij en kijken naar de F1 kwalificatie. Morgen gaan we weer verder. Er komt een stuk aan met maar liefste twaalf sluizen en een paar nauwe passages. We zijn benieuwd!
Begin van het Göta kanaal
We blijven nog een dagje voor anker liggen in de baai van Verholmen. We genieten van de rust en gebruiken de tijd ook om voor te bereiden op de tocht door het Göta Kanal. Voor zo’n reis door het kanaal betaal je een aanzienlijk bedrag, maar als je bedenkt dat de overnachtingen en de bediening van 58 sluizen en vele bruggen erbij inzit, dan valt het ook wel weer mee. We registreren en betalen online.

Gedurende de reis door het Caledonisch Kanaal hebben we van Zweedse mensen tips en tricks geleerd over het inrichten van de meerlijnen. Het punt is dat de lijn voor en de lijn achter door één persoon moet kunnen worden bediend, omdat de andere met de uiteinden in de hand aan wal moet meelopen tijdens het invaren van de sluis. Je begint tenslotte met omhoog schutten, dus je vaart een lege sluis in met kale muren waar je geen houvast hebt. We graven even in ons geheugen (en in de foto’s op de telefoontjes) om te kijken hoe we dit ook alweer deden. Johan diept wat lange lijnen op vanuit het achteronder en we richten ons aanmeersysteem in.
Woensdag vertrekken we naar Mem. We hebben wind tegen dus op de motor scharrelen we langs talloze rotsen en eilandjes naar de diepe inham die eindigt bij de sluis. Voor de zekerheid maken we de dieseltank nog even vol bij een jachthaventje met “de laatste pomp voor het kanaal”. Dan varen we door en meren af voor de sluis.

We moeten ons melden bij een kantoortje en krijgen een pakketje met informatie mee en krijgen ook complimenten als ze horen hoe we ons hebben voorbereid. Het gaat allemaal heel relaxed. We nemen een kijkje bij de sluis om even te spieken hoe het verloopt en maken de boot klaar voor het schutten. Dan mogen we een seintje geven aan Embla, de sluismeester. Ze zei “you may wave like crazy” als we er klaar voor zijn.

We zijn de enige boot en met Joke op de kant gaat de boot de sluis in. We krijgen nog wat aanwijzingen hoe precies af te meren. De motor moet uit en dan gaan de deuren dicht en met een flinke stroming in het water gaan we omhoog. Johan houdt de lijnen op de fokkelieren en het begin verloopt heel ontspannen.


Bij de tweede sluis brengen we de groeten over van Embla, omdat haar broer hier de sluismeester is. Hij is verrast als we haar naam correct uitspreken. Ook hier verloopt alles vlot. We moeten nog één sluis door in Söderköping, waar onze eerste stop is. Hier blijven we een paar dagen liggen.





Risö
Maandag halen we het anker op. De ketting en het anker zitten onder de modder, maar dat zijn we wel gewend. Het doel vandaag is Verholmsskären. Daar is een beschutte ankerplek in het noorden van het eiland Risö. De tocht gaat weer tussen talloze rotsen en eilandjes door, maar dit keer kunnen we profiteren van een beetje wind mee. We zetten de genua erbij en de motor kan uit.



Het gaat niet hard, maar we hoeven maar een mijl of 12 vandaag. Het is een bijzondere beleving om hier onder zeil te varen. Er is nauwelijks zeegang en je hoort de vogels fluiten. Er lopen wat schapen op een heel klein eilandje, die we ontdekken nadat we ze eerst hoorden blaten.

Vroeg in de middag koersen we het baaitje in en laten het anker vallen. Als we klaar zijn en naar binnen gaan om de lunch klaar te maken begint het te regenen. Na de lunch breekt de zon door en kunnen we in de kuip van de rust genieten. Het is heerlijk stil en we horen voor het eerst een koekoek. Joke vermaakt zich met de verrekijker en spot diverse watervogels. Als het aan het einde van de middag weer betrekt is het toch tijd om te gaan koken, dus het enigszins wisselvallige weer deert ons niet.
We willen hier morgen blijven en woensdag door naar Mem, waar het avontuur in het Götakanaal gaat beginnen!
Harstena
De volgende ochtend gaan we door naar ons eerste ankerplekje in de Zweedse scheren. We varen de haven uit en koersen langs een beboeide route naar zee. De koers loopt aan de oostkant dicht langs de scherenkust. Als er wat wind komt, kan de fok worden uitgerold om een beetje mee te helpen. Het blijft bij motorzeilen. Het laatste stuk is enigszins een puzzelroute tussen talloze rotsen, eilandjes en ondieptes. Met het kalme weer en de goed functionerende elektronische kaart op de telefoontjes is het geen probleem.

We hebben op de elektronische kaart zitten speuren naar wat leuke plekjes. Dit keer hebben we ons oog laten vallen op Harstena, een diepe inham in een klein eiland. Het is van alle kanten beschut, dus het wisselvallige weer kan ons niet deren. Via een hele smalle ingang komen we achterin de baai en laten het anker vallen. We zijn nu nog de enige boot hier. Dat blijft niet zo, maar het wordt niet druk.

We blijven er drie nachten. Zondag is het goed wandelweer, dus doet de bijboot weer eens dienst. Er is een heel klein dorpje op het eiland met een restaurant en een winkel. Die zijn beide nog gesloten omdat het seizoen nog moet beginnen. Rondwandelend hebben komen we op plekjes met een mooi uitzicht over de scheren en over de baai. ’s Avonds komt er een front langs met regen en windstoten, maar dankzij de hoge bomen om ons heen hebben we er geen last van.





Er is genoeg ruimte om aan de rotsen af te meren met een hekanker, of gewoon in het midden te ankeren. Desondanks moet Johan een Duitser aanspreken die het nodig vond om zo ongeveer bovenop ons anker te gaan liggen. Later ging hij toch maar verkassen. De eerste weken lag de nadruk soms op mijlen maken. Daarom gunnen we ons nu de tijd om even tot rust te komen in de Zweedse scheren.

