Naar de thuishaven

Vooral in het zuiden van Nederland trekken veel onweersbuien over, maar bij ons blijft het lekker weer. We genieten van een rustig en warm weekeinde, dat hebben we wel verdiend na vier dagen zeilen en weinig nachtrust. Uiteraard ontbreken de voor ons traditionele kibbeling en ijsjes uit Enkhuizen niet.










Maandag om negen uur varen we uit, een beetje bijtijds in de hoop dat de sluis niet al te druk zal zijn. Die opzet slaagt, we liggen met zes boten in de sluis. Eenmaal door de sluis kunnen al gauw de zeilen erop. De wind is eerst bijna zuid, zodat we op Lelystad afkoersen. In de verte zien we de nieuwe Markerwadden liggen. Gaandeweg draait de wind naar zuidwest, zodat we steeds verder kunnen bijdraaien en uiteindelijk keurig op koers naar de ingang van het IJ liggen.








Af en toe valt de wind bijna helemaal weg. Ondanks dat het rustig is op het Markermeer ziet een zeilboot toch kans om hardnekkig op ramkoers te blijven liggen. Wij hebben voorrang volgens de aanvaringsregels, maar besluiten uiteindelijk toch maar uit te wijken. De schipper zit op de kajuit van zijn boot te eten. Hij laat zijn boot op de stuurautomaat sturen en let niet op of er ook nog andere boten varen.

Tussen Marken en de ingang van het IJ zien we twee keer een boot die bijna stil ligt. Een zeilt en de ander vaart op de motor en slaat achteruit. Johan kijkt eens over boord en ziet het gevreesde Fonteinkruid. Dit zijn waterplanten die het varen in grote delen van het Markermeer heel moeilijk maken. Onze langkieler heeft er niet veel last van, zo lang we zeilen en de schroef stil zetten. We wijken voor de zekerheid maar wat uit richting de geul van de scheepvaartroute. Daar worden de waterplanten regelmatig verwijderd door een soort varende grasmaaiers.

De Schellingwouderbrug is tussen 16.00 en 18.00 uur gesloten. Het lukt ons om met maar een paar minuten speling de eerste brugopening na de sluiting te halen. Kort daarna varen we de Oranjesluis in. De grootste groep jachten vaart de noordelijk sluis in, die al snel vol raakt. Met een paar boten mogen we de zuidelijke sluis gebruiken, zodat we zonder vertraging kunnen schutten. Het laatste stuk gaat over het Noordzeekanaal naar Zaandam, waar we vroeg in de avond afmeren. Beluga is weer thuis!













We kijken terug op een geslaagde tocht en zijn tevreden over de samenwerking. Joke en Johan hebben de afgelopen drie zomers laten zien dat ze de Beluga goed met zijn tweetjes aankunnen en hebben het heel gezellig aan boord gehad.

Over het IJsselmeer naar Enkhuizen

Met een zucht van verlichting varen we de sluis uit en ankeren in het ruime gebied achter de Afsluitdijk, nadat we eerst bij de jachthaven van Makkum brandstof hebben getankt. Er liggen heel wat boten voor anker, maar er is volop ruimte. Hier liggen we eindelijk veilig, denken we. In de wind op het voordek komen we de rest van de dag en avond comfortabel door. Het is warm, maar heel wat koeler dan de recordwarmte elders in het land. We zien nog een reddingshelikopter rondcirkelen. Later horen we dat helaas iemand is verdronken, nadat ze zich op een opblaasbare zwaan een kilometer uit de kust had laten drijven. Een tweede persoon kon nog wel worden gered. Jammer genoeg onderschatten mensen nog altijd de gevaren van het open water.












We controleren de laatste weerberichten, die voor het noorden nog altijd een rustige nacht aangeven. Midden in de nacht trekt de wind plotseling stevig aan. Joke kijkt op de buienradar en ziet dat er boven Noord-Holland onweer overtrekt. Johan checkt de positie op het ankeralarm. We liggen nog op onze plek, maar we willen voor de zekerheid wat extra ketting uitbrengen, zodat het anker wat beter belast wordt. Onderwijl ontsnappen we wederom aan een aanvaring. Een niet goed verankerd jacht drijft op vrij korte afstand aan ons voorbij. Pas na een lang attentiesignaal komt de bemanning in actie. Wij starten de motor en ondanks de harde wind en fikse golven lukt het om beheerst meer ketting te zetten. Het moet voorzichtig gebeuren, omdat er enorme kracht op staat. De procedure is meer dan alleen wat extra ketting uitstromen. We gebruiken een speciale haak met een schokdemper (een zogenaamde duivelsklauw) om de krachten op te vangen. Die moet tijdelijk eerst los en naderhand weer vast. Johan bestudeert nog de positie van enkele andere jachten (één daarvan was de avond tevoren ruim anderhalf uur bezig om zijn anker te laten houden, allerlei beginnersfouten makend). Enkelen liggen zonder ankerlicht, met een donkere romp zijn ze nauwelijks zichtbaar!

De volgende ochtend staat er een stevige oostenwind. We gaan ankerop en hebben een mooie zeiltocht naar Enkhuizen. We krijgen daar in de Compagnieshaven een prima plek toegewezen, veilig, koel en met leuk uitzicht op het Zuiderzeemuseum. Sinds Helgoland hebben we elke dag gevaren en geen ongestoorde nachtrust gehad. We besluiten om het weekeinde te blijven, ook omdat de vooruitzichten onzeker zijn over de plek waar het naderende onweer gaat toeslaan.













Terug naar Nederland

Dinsdag de 23e vertrekken we, we besluiten ’s ochtends al weg te gaan, omdat we de periode met tegenstroom dan beter kunnen benutten. De route loopt namelijk eerst zuidwaards, om onder de scheepvaartroutes te komen in de zogenaamde “inshore traffic zone”. Als het tij dan keert hebben we maximaal profijt van de meelopende stroom. Zoals verwacht is er weinig wind, dus wordt het grotendeels motorzeilen. We laten ons wachtschema ingaan. We hebben een lijst gemaakt van mogelijke bestemmingen, de tijdstippen van hoog en laag water op die bestemmingen en richting van de stroom, dus we zijn goed voorbereid. We mikken echter op Terschelling of Vlieland die liggen op 140 mijl van Helgoland.






Rond middernacht zou de wind langzaamaan moeten toenemen vanuit het zuidoosten. Uiteindelijk gebeurt dit ook en kunnen we een poosje zeilen. De wind blijft woensdag overdag echter niet doorstaan, dus leggen we uiteindelijk het traject verder motorzeilend af. We zetten de marifoon op kanaal 2, waarop station Brandaris regelmatig weerberichten en scheepvaartberichten uitzendt. We horen dat de havens van Ameland, Texel en Vlieland vol zijn en gesloten voor nieuwe bezoekers.






Onderwijl hebben we ook contact met Coen van de Mero. Die ligt in Terschelling. Dit is de enige haven waar we nog terecht kunnen, Vlieland en Texel zijn vol. Het Schuitengat is een geul die in voorgaande jaren na verzanding weer open is gegaan. Voor de zekerheid vragen we de actuele diepte op bij Brandaris. We arriveren ook nog eens rond hoog water, dus kunnen we zonder problemen deze korte route naar Terschelling nemen.










De haven is bijna vol, maar we krijgen nog een plekje toegewezen door de havenmeester. We komen dicht bij de Mero uit en worden welkom geheten door Coen die in een zwemband met ons meepeddelt. Na de 16 graden in Helgoland is de hitte in Terschelling voor ons een behoorlijke overgang. We besluiten om twee dagen te blijven en rekenen af bij het havenkantoor. ’s Avonds krijgen we een koel drankje aangeboden in de kuip van de Mero. We gaan bijtijds naar bed en hopen op een beetje rust na de goed verlopen, maar enigszins saaie nachttocht.

Er is in de volle haven nog maar heel weinig ruimte voor vertrekkende boten. Die moeten langs links en rechts afgemeerde boten zigzaggen. Er is echter geen wind, dus zou het geen probleem moeten zijn om voorzichtig tussen te afgemeerde boten door te scharrelen. Toch schrikken we wakker door een flinke knal. Uiteraard moet men weer met ingeschakelde motor en met veel te hoge snelheid varen en dreunt er één links achter tegen ons aan. We haasten ons naar buiten en zien (gelukkig) alleen wat oppervlakkige schade. Men komt nog informeren of ze de gegevens moeten uitwisselen, maar Johan beluit ze alleen maar even flink de waarheid te zeggen. Hoe ingewikkeld is het om te bedenken dat je een boot in zo’n smalle zigzaggende doorgang ook even kalmpjes met de hand kan geleiden? Vier personen stonden toe te kijken hoe het mis ging!

Ondanks dat we voor twee nachten hebben betaald, besluiten we niet langer te blijven. We krijgen bij het havenkantoor een aantekening voor een gratis overnachting (omdat we er twee hadden betaald).




















Het tij staat gunstig om richting Harlingen te gaan en vervolgens via de sluis van Kornwerderzand bij Makkum te overnachten. Met de heersende recordhitte in Nederland is het op het water nog goed toeven. Het is inmiddels vakantietijd, dus wel heel druk op het water. Dat leid tot opstoppingen bij de sluis. We meren af langszij een al eerder aangekomen boot. Op het remmingwerk waar wachtende boten kunnen afmeren staat een bord met de limiet waarachter pleziervaart moet blijven. Daar houdt men zich niet aan, met bijna fatale gevolgen. Een enorme binnenvaarder maakt luidt toeterend duidelijk dat hij daar moet liggen. Hij waait met een stevige dwarswind naar de jachten en alleen de kundigheid van de schipper voorkomt dat een aantal jachten wordt verpletterd. Als de brug over de afsluitdijk en de erachterliggende sluis opengaat, zien we dat alle laatkomers gewoon haastig opstomen en voordringen ten opzichte van al wachtende jachten. Enigszins zuchtend mengen we ons dus maar in het strijdgewoel.



We kunnen uiteindelijk als laatste in de sluis op een door de steward aangewezen plek gaan liggen, nadat de boot naast ons vergeefs probeerde over een bijboot van zijn voorligger te varen om nog snel op de aan ons aangewezen plek af te meren. Inmiddels vaart een achter ons varende boot gewoon door als wij (en iedereen voor ons) stilliggen. Alleen luidkeels roepen voorkomt een volgende aanvaring, ditmaal zou de windvaan Arie de pineut zijn.

Jan-van-Gent

Helgoland heeft een veelbewogen geschiedenis. Het is in de loop van de eeuwen zwaar bevochten en in engelse, deense en duitse handen geweest. Uiteindelijk is het aan het einde van de tweede wereldoorlog volledig vernietigd door bombardementen. De bewoners waren geëvacueerd en pas in 1952 mocht de bevolking na lang aandringen weer terugkeren. Dat verklaart dat er geen oude huisjes zijn en dergelijke, alles moest sinds de terugkeer van de bevolking nieuw worden gebouwd. Er wonen nu zo’n 1700 mensen en dagelijks komen toeristen aan om taxfree te shoppen.










Naast de verbazende ontmoetingen met de zeehonden op Düne, heeft ook Helgoland een verrassing in petto: meerdere soorten zeevogels die op de steile kliffen broeden, onder andere de Jan-van-Gent de grootste zeevogel van de Noord Atlantic. Ook zijn er meerdere soorten meeuwen en alken.
Ook hier is de tegenstelling treffend op het eiland van één vierkante kilometer. Aan de ene kant de commercie en aan de andere kant de woeste ruim 60 meter hoge kliffen met de broedende vogels. Er loopt een voetpad bovenlangs de kliffen.



















Aan de noordkant van het eiland gaat het pad vrij dicht langs de broedende Jan-van-Genten, met jongen in diverse stadia van hun ontwikkeling. De mensen laten de vogels met rust en de vogels laten de mensen met rust. We hebben alle tijd om ze te observeren. Heel komisch zijn de jongen, die zwevend op de krachtige wind paniekerig oefenen met vliegen. Zij spreiden hun poten, staart en vleugels uit en stuntelen nogal met het in de lucht blijven en met het landen.




















Het is een wandeling van een kleine twee uur om rond Helgoland te lopen. We doen nog wat boodschappen en gaan weer naar de boot. We raken in gesprek met een Noor die ons advies vraagt over de nederlandse havens. Het blijkt dat wij op 1e kerstdag 2012 in dezelfde baai hebben gelegen in de Carieb. Uiteraard blijven we drie uur lang kletsen, een leuke ontmoeting!

Onderwijl is het ook tijd om het vervolg van de reis voor te bereiden. Dinsdag valt de wind vrijwel weg, woensdag en donderdag is er zuidoosten wind in het vooruitzicht. We besluiten dinsdag in de loop van de dag te gaan vertrekken, zodat we de eerste nacht al de opstekende zuidoosten wind kunnen oppikken. We mikken op Vlieland of Terschelling als bestemming. Afhankelijk van hoe het verloopt kunnen we mogelijk nog een tweede nacht doorgaan richting Den Helder of zelfs IJmuiden.

Naar Helgoland

Woensdag vertrekken we. De wind is gaan liggen, wat ook weer niet ideaal is: we moeten vrijwel de gehele tocht op de motor varen. Het alternatief is dat we bijna een week lang moeten wachten, omdat de wind uit zuidelijke richtingen gaat waaien, tegenwind richting Helgoland. Dan maar de motor erbij dus. Met de laatste stroom mee varen we om negen uur ’s morgens weg uit de haven van Esbjerg. Als we de aanloopgeul uit zijn, zetten we Ons Miep aan (de electrische stuurautomaat). De zeilen helpen nog een beetje mee, maar de motor moet erbij blijven. Zo varen we de hele dag en nacht door. Halverwege kunnen we nog een paar uur zeilen, maar daarna valt de wind vrijwel helemaal weg. De timing is dat we met het eerste licht op donderdagochtend bij Helgoland arriveren. De wind is al gedraaid naar het zuiden, maar is nog niet zo sterk. De getijstromingen rond Helgoland zijn heel sterk. We stemmen de aanlooproute daarop af, zodat we het laatste stukje naar de haven stroom mee hebben.













De haven biedt verbazend weinig plaats voor jachten. Dit is momenteel nog erger, omdat er in de haven veel werkzaamheden plaatsvinden. Aan een langssteiger meren we als vierde af langszij één van de zeiljachten. De buurman vertelt dat het nog rustig is. De boot aan de steiger had de vorige dag maar liefst dertien buren langszij!

Helgoland is niet groot (ongeveer één vierkante kilometer) en bestaat voornamelijk uit een rode rots van ongeveer 47 meter hoog. Het eiland is taxfree en met verbazing zien we hoe ferryboten vanaf het vaste land grote groepen toeristen brengen. De meeste worden met deinende sloepen naar de wal gebracht. Veel mensen lopen met lege koffers, die ze straks zullen vullen met drank, tabak en parfums, die door andere boten naar het eiland zijn vervoerd. De toeristen vervoeren het belastingvrij weer terug. De winkelstraatjes doen denken aan de taxfee zone op Schiphol. Komisch om te zien, maar het is de levensader die de economie van het kleine eilandje in stand houdt. Om een uur of drie ’s middags varen de ferries weer weg en keert de rust weer.













De volgende ochtend willen de eerste drie boten om acht uur weg, dus gaan we vroeg uit de veren om alles los te maken. Als de vier boten naast ons weg zijn kunnen wij ook een rondje door de haven maken. Aangezien we verwachten een aantal dagen te blijven, duikt Johan snel het opengekomen gat in en meert af langs de steiger. Wij zijn ook de grootste boot, dus het ligt voor de hand om die als eerste af te meren. Het voordeel is dat we zo van de boot kunnen afstappen en niet over de hele rij boten hoeven te klauteren. Het nadeel is dat je als eerste boot aan de steiger met een hele rij buren behoorlijk in de verdrukking komt. Met extra lijnen en het hele arsenaal aan stootwillen bereiden we ons voor op wat komen gaat.






Er is ook nog een buureilandje: Düne. In sterk contrast tot de rode rots is dit een zandeiland dat bestaat uit stranden, wat lage duinen en een vliegveldje. Vrijdag gaan we eerst maar eens naar Düne. Een kleine ferry vaart ons over. We worden meerdere malen gewezen op de zeehonden die hier in overvloed moeten voorkomen. Als ze ergens liggen, moet men 30 meter afstand houden. Mens en dier die hier samen moeten leven? We stellen ons er maar niet teveel van voor. Düne is nog kleiner dan Helgoland en we besluiten om over de stranden rond het eiland te wandelen. Al gauw zien we de eerste zeehond zwemmen. Er komen twee soorten zeehonden voor: de kegelrob of grijze zeehond en de “gewone” zeehond. De eerste is veel groter en kan tot wel 300 kilo wegen. We wandelen door en komen ook langs rustgebieden voor zeevogels. Er zijn nog jonge meeuwen aanwezig. We houden keurig afstand en komen uiteindelijk langs het vliegveld. Het is vermakelijk om te zien hou dit slechts door een touwtje wordt afgescheiden van het gebied wat toegankelijk is voor het publiek.










Als we verder lopen, zien we opeens een hele grote groep zeehonden. Met een touwtje wordt het publiek op gepaste afstand gehouden. Overigens houdt iedereen zich keurig aan de regels en liggen de zeehonden heerlijk relaxed te zonnen. Lange tijd zitten we op een rots de groep te observeren. Als we later weer verder gaan zien we aan het einde van het zuidelijke strand nog een lange rij zeehonden liggen, allemaal keurig naast elkaar. Het publiek dat zich op de normale manier vermaakt op het strand houdt ook hier afstand. Mens en dier die relaxed samenleven. Het kan dus wel! Na een welbestede dag nemen we de ferry terug naar Helgoland. Na tien minuten komen we aan en wandelen terug naar de haven. We hebben inmiddels tien buren gekregen!































Zaterdag doen we wat boodschappen en willen wat taxfree diesel tanken. Dat is nog niet zo gemakkelijk. Je moet daarvoor naar een andere haven, dat gaan we dus niet doen. Het kan ook te voet met jerrycans. Als we met onze jerrycans aankomen, keuren ze er drie af. Die zijn voor water (ze zijn technisch identiek, maar alleen blauw van kleur in plaats van rood). We hebben ze al sinds 2011 in gebruik, maar ja: welkom in de regeltjes wereld. De haven heeft verder verbazend weinig faciliteiten. Een paar toiletten op grote afstand, waarvoor ook nog moet worden betaald, wasmachines zijn er wel, helemaal aan de andere kant van het eiland, geen water aan de steiger en een moeizame brandstofvoorziening.

De wind draait ’s nachts naar het zuid-zuidoosten. Het gevolg is dat de golven door de smalle haveningang naar binnen rollen. We liggen met zijn allen behoorlijk te deinen. De landvasten en stootwillen draaien hier overuren! Later komen er wat buien over en steekt de wind flink op. Iedereen gaat aan de slag om de zaak een beetje beheersbaar te houden. Gelukkig hoeven wij niet veel te doen. We waren immers al goed voorbereid!



Esbjerg en Ribe

Inmiddels houdt de harde noordwester aan. Zondag houden we weer een Max Verstappen dag.
Maandag ruimen we de boot op, doen boodschappen en bezoeken de 9 meter hoge beelden ‘Men at Sea. Het plan is bedacht in 1954 en oorspronkelijk bedoeld voor het stadje Skagen in het uiterste noorden. Uiteindelijk is het ter ere van het 100 jarig bestaan van Esbjerg gemaakt in 1994. Het beeld symboliseert de ontmoeting tussen de natuur en de onbedorven mens. De mens voordat hij opstaat en gaat handelen, waar het volgens de ontwerper Svend Wiig Hansen verkeerd gaat als de mens ‘vuil aan zijn handen’ krijgt. Wat een wijs inzicht en helaas nog steeds erg actueel!











Ook op dinsdag waait het hard, dus besluiten we met de trein naar Ribe te gaan. Esbjerg is de jongste stad van Denemarken (minder dan 150 jaar) en Ribe is de oudste stad. De eerste bebouwing is daar al in het jaar 710 gestart. We zijn een beetje sceptisch maar Ribe stelt ons niet teleur. Het is een prachtige blik in de historie, terwijl het ook gewoon een levendige stad is anno nu.



















We dwalen door de straatjes en bezoeken de dom uit de 13e eeuw, die in de diverse eeuwen steeds is verbouwd. Ooit waren er twee identieke torens, maar één stortte in. Daarvoor in de plaats is een heel anders ogende toren gebouwd. De spits van die toren is ook ingestort, dus heeft die tegenwoordig een plat dak. We gaan de vele trappen op van die toren en hebben een prachtig uitzicht over Ribe.




























Nadat we op een terrasje nog een late lunch hebben genoten keren we weer terug naar de boot.








Fannikerdagen

De harde noordwesten wind heeft ons van Thyborøn naar Esbjerg achtervolgd. Dagenlang waait het windkracht 6. De lagerwal haven uitvaren, met een 10 mijl lange geul, is niet mogelijk. Zelfs iemand die uit Australië is gekomen met zijn boot waagt het niet. Wij hebben de stelregel “het is wat je er zelf van maakt”, ofwel we gaan weer leuke dingen doen. Zaterdag 13 juni gaan we nog een keer naar Fanø. In het weekeinde rijdt de bus niet, dus beginnen we met een 50 minuten lange wandeling naar de ferry.

Toevallig zijn er de jaarlijkse festiviteiten genaamd Fannikerdagen, die draaien om de oude cultuur van het eiland: klederdracht, muziek en dans. De oorsprong ligt in het feit dat koning Crhistian IV in 1741 geld nodig had en het eiland op een publieke veiling te koop aanbood. De bewoners van het eiland wisten met diverse listen de andere gegadigden te slim af te zijn. Zo werden de mooiste vrouwen vooruit gestuurd en de veilingmeester in hun plan betrokken om de klokken rondom de veiling een uur terug te zetten, zodat de andere kopers te laat aankwamen. Fanische zeelui konden dankzij hun vrijheid in dienst treden van Nederlandse reders, dit leidde uiteindelijk tot het stichten van een eigen handelsvloot. Tegenwoordig is toerisme de grootste bron van inkomsten.









Joke wil nog een keer naar de winkel van Christel Seyfahrt om haar zelf te ontmoeten en advies te vragen over een mogelijk ander breiproject. Als we langs de winkel lopen gaat die net open, dus Joke valt met de neus in de boter. Christel heeft ook nog tijd om iets over de geschiedenis van het eiland te vertellen, waar zij geboren en getogen is.






De klederdracht is interessant om te zien. De vrouwen dragen kleding die gebruikt werd bij het werken in weer en wind op het strand. Als we de winkel van Christel verlaten komt net de eerste groep aan die volksmuziek maakt. Nadat we een kopje koffie op de kop hebben getikt bekijken we de festiviteiten. Het is erg leuk om te zien hoe men de eigen cultuur in stand houdt.









Begin van de middag pakken we de bus naar Sønderho, het dorpje aan de zuidkant van Fanø. Het is grappig om te zien hoe halverwege de bus een rondje over het strand maakt, dit is onderdeel van de standaard route van de lijnbus. We dwalen een poos door het karakteristieke
dorpje, waar bijna alle huizen rieten daken hebben. Je ziet deze daken in alle stadia, van splinternieuw tot stokoud. De daken gaan zo’n 50 jaar mee en worden in de loop van de tijd steeds dunner, totdat ze vervangen moeten worden. De vogels die in het voorjaar hun nest bouwen helpen graag mee aan het verdwijnen van het riet.























Later nemen we de bus terug naar Nordby en dwalen nog een poosje langs de festiviteiten. Eén van de vaste onderdelen is dat een groep mannen op een klein zandbankje tegenover de kade bier gaat drinken. Ze dragen een soort theemutsen. Een bootje met een plank erop dient als tafel inclusief biertap. Als het water zakt gaan ze op plastic stoeltjes zitten. Inmiddels zijn ze allemaal behoorlijk teut. Rare jongens die Denen 🙂








We nemen de ferry terug en wandelen weer naar de boot.

Fanø

Fanø is het meest noordelijke eiland van het waddengebied, dat zich uitstrekt vanaf Texel, via de Duitste wadden naar de Deense wadden. Als zodanig is dit één groot ecologisch systeem waar Denemarken, Duitsland en Nederland samenwerken om het in stand te houden.
Op Fanø woont een in breikringen bekende ontwerpster Christel Seyfarth. Joke’s eerste grote breiproject was een ontwerp van haar. Al maanden voor de reis was Esbjerg dus op de wensenlijst geplaatst, vandaar uit kunnen we met de ferry naar Fanø gaan om de bekende breiwinkel te bezoeken (de haven van Fanø is weliswaar recent uitgediept, maar veel te klein voor onze boot).

Gelukkig gaat er een bus vanuit de nieuwe jachthaven, voornamelijk voor een eenzaam kantoorgebouw van een bank dat hier in de middle of nowhere staat. Met deze bus gaan we de volgende dag naar de Ferryterminal en steken over naar Fanø. Al direct zien we zeehonden zwemmen! We lopen eerst naar de jachthaven en nemen deze nog eens in ogenschouw. Er is echt geen plek voor onze boot. Enkele plaatsen die geschikt zouden zijn, zijn bezet.
















We lopen naar het dorpje Nordby en vinden al gauw de breiwinkel, een eldorado waar Joke lang rondsnuffelt. Johan helpt dapper mee en wijst een vest aan dat erg leuk is. Na lang wikken en wegen besluit Joke het wolpakket voor dit vest aan te schaffen.













We wandelen door Nordby en vinden een ecologisch restaurantje waar we lunchen. Het is niet goedkoop, maar wel heel lekker! De huizen zijn vaak leuk om te zien, veel hebben dikke rieten daken bedekt met mos. Als we langs de waterkant lopen, zien we dat het inmiddels laag water is en dichtbij aan de andere kant van de vaargeul ligt een groep zeehonden op de zandbank! De tegenstelling met de industrie van Esbjerg aan de overkant is frappant. Hier de rust, de zeehonden en de natuur, aan de overkant de hoge kranen, constructie platforms en fabrieken.




















Via het strand lopen we uiteindelijk terug naar de Ferry en gaan weer terug naar het vasteland. Als de bus aankomt, zegt de chauffeur dat hij niet verder gaat dan een plek ergens halverwege. Hij weet niet of de bus nog verder gaat. Het valt uiteindelijk mee, hij stopt bij de remise, waar hij uitstapt en vervangen wordt door een volgende chauffeur. Hij vraagt of de bus verder gaat naar de nieuwe jachthaven en bevestigt dat we kunnen blijven zitten.






Vandaag, vrijdag 12 juli, is een koude windstille, mistige en regenachtige dag. We chillen wat aan boord en werken de blog bij. Er zijn in het weekeinde festiviteiten op Fanø, met muziek en klederdracht. Morgen willen we nog een keer naar Fanø om de festiviteiten te gaan bekijken. Onderwijl houden we de weersvooruitzichten in de gaten voor de volgende nachttocht. Voorlopig zien deze er steeds anders uit, dus we kunnen daar nog niet veel mee.



Weergat voor de Noordzee

Bij Thyborøn is een smalle doorgang vanuit de Limfjord naar de Noordzee. Bij harde noordwestelijke wind is dit lagerwal en loopt de zeedeining hoog op en zorgt voor gevaarlijke brekende golven in de relatief ondiepe vaargeul naar buiten. Dit is precies de situatie die de afgelopen 10 dagen heeft stand gehouden. Met korte pauzes stond er vrijwel onafgebroken noordwest 6-7. We gebruiken de tijd om ons voor te bereiden op de komende nachttocht van 100 mijl naar Esbjerg. Het weer is zo onstabiel dat een rechtstreekse tocht naar Nederland niet aan de orde is. We pakken het serieus op, want het is de eerste keer dat we met zijn tweetjes zo’n lange tocht op de Beluga maken. Voorheen waren we altijd met zijn drieën of vieren aan boord. We controleren alle techniek, doen boodschappen en bekijken de zeekaarten. Johan vind nog een klein detail waar de uitlaatslang van de moter ergens tegenaan ligt. Dit kan mogelijk lekkage veroorzaken, dus lossen we dat op.








Uiteindelijk lijkt er een pauze van een paar dagen op te treden. We besluiten om van Nykøbing naar Struer te varen. Dat is in ieder geval weer een stap dichterbij Thyborøn.











De volgende dag valt de wind tijdelijk helemaal weg. Dit gebruiken we om van Struer naar Thyborøn te varen.
De wind zou na korte tijd weer naar noordwest draaien en toenemen tot kracht 5-6. Onderweg over het laatste stuk Limfjord geeft de laatste update aan dat de wind naar kracht 4-5 zou toenemen. We besluiten om aan te meren in Thyborøn en daar de situatie te gaan bekijken.













We wandelen naar de kust en zien enorme rollers de aanloopgeul inkomen die regelmatig breken. De verwachting is dat de golven wat zouden afnemen. Op de terugweg vraagt Johan aan een Zweedse jachtschipper hoe hij de situatie beoordeelt. Hij is gisteren aangekomen met vrij veel wind. Hij verwacht dat het nu een stuk beter zou moeten zijn. We aarzelen, voelen, denken na en uiteindelijk hakken we de knoop door. We gaan!

In de haven maken we de boot zeilklaar, zetten binnen alles zeevast en bevestigen zelfs het afdekzeiltje over het voorluik. Dit hadden we het laatst gebruikt bij de Atlantische oversteek van de Carieb naar Europa. We maken om half vier ’s middags los en in de ruime haven hijsen we het grootzeil en varen uit. Buiten de haven pakt de binnenrollende zeedeining ons al snel op en we hobbelen naar de buitenste boeien. De golven worden steeds hoger en steiler, maar het is niet meer zo erg als we eerder vanaf het strand hadden gezien. We moeten schuin tegen de wind en golven in naar de aanloopton, die ongeveer twee mijl buiten de kust ligt.













Zodra we iets kunnen afbuigen naar het zuiden rollen we de genua voor de helft uit en zetten de kotterfok erbij. De motor gaat uit en we zeilen. Arie, de windvaan wordt als vanouds aangekoppeld. We krijgen de hele tocht wat stroom mee langs de Deense kust. We gaan regelmatig ruim zeven knopen. Dit schiet lekker op zo.






De golven zijn hoog. De gecombineerde zeedeining en de windgolven zijn regelmatig meer dan drie meter. Soms rijst een muur van water naast de boot op, waar we niet overheen kunnen kijken. Maar Beluga doet het weer goed. Wij worden niet zeeziek en we laten ons wachtschema ingaan. Johan kookt een maaltijd en Joke doet de afwas. We vallen na zes jaar weer terug op onze Atlantische routine en varen de nacht in.










In het vroege ochtendlicht komen we bij Horns Rev, een langgerekt rif dat zich vanuit de Deense kust in de Noordzee uitstrekt. Een vrij smalle betonde geul is de enige doorgang. Denemarken heeft op dit rif een gigantisch windmolenpark aangelegd. Esbjerg is ’s werelds grootste haven voor het vervoer en aanleg van die windmolens.

Inmiddels is de wind afgenomen tot kracht drie en zijn de golven een stuk rustiger. Onze snelheid loopt steeds verder terug. Na Horns Rev koersen we aan op de aanloopgeul van Esbjerg. Daar starten we de motor.













Als we de jachthaven van Esbjerg invaren, midden in het gebied met industriële havens, blijken alle steigers verdwenen. Er ligt één jacht langs de hoge kademuur. Op de wal roept iemand naar ons met de vraag of we de jachthaven zoeken. Die is verplaatst naar het noorden en spiksplinternieuw. We gaan op zoek en vinden de jachthaven. De hulpvaardige Deen wijst een plek aan waar we kunnen aanmeren. Het havengebied is nog helemaal in aanleg. Toiletten en douches zijn ondergebracht in twee containers. Verder is het terrein nog helemaal kaal. Op onze vraag waar het havenkantoor is vertelt de spraakzame Deen dat we online kunnen betalen, maar “nobody checks it anyway, so don’t bother”. Dat klinkt goed, we liggen dus gratis! We krijgen nog een tip dat de leenfietsen bij het haventje van Fanø allemaal met een cijferslot zijn uitgerust en welke code deze hebben. Moe maar voldaan ruimen we de boot op, nemen een douche en gaan uitrusten. Uiteindelijk hebben we 100 mijl gevaren in 19 uur, met maar een paar uur op de motor. Dat is maar goed ook, want een brandstofpomp is hier niet voorhanden.










Nykøbing en heel veel wind

Na onze fietstocht over Fur beraden we ons op de weersvoorspellingen. Vrijdag is het nog een rustige dag, daarna laat het weerbericht minimaal een week lang stormachtige noordwesten wind zien. We zijn nog op twee dagtochten van Thyborøn aan de Noordzee kust verwijderd, maar het heeft geen zin om daar heen te gaan. Met deze harde wind is het onmogelijk en zelfs gevaarlijk om de Noordzee op te gaan. We zoeken een beschutte haven uit en komen uit in Nykøbing. We varen hier vrijdag naar toe. Het is grotendeels tegenwind, maar het laatste stuk kunnen we nog zeilen.






Nykøbing is een soort provinciestadje op het eiland Mors, het grootste eiland in de Limfjord. Aangezien we verwachten hier nog lang te moeten blijven, kiezen we dit als toevluchtsoord, omdat alle voorzieningen hier in de buurt zijn. We maken de boot rondom met extra lijnen vast en voorzien de landvasten van anti-slijtage slangen die we nog hebben uit de tijd van de storm op La Palma. We zijn goed voorbereid!






Het gaat inderdaad hard waaien, de wind giert door de tuigage en de boot beweegt door de windvlagen. Maar we liggen goed vast en beschut voor de golven. In jachthavens moet je natuurlijk betalen voor de ligplaats. Meestal gaat dat via een automaat bij het havenkantoor, waaruit dan een sticker komt die je op de boot aanbrengt. Dit hadden we keurig gedaan, maar op een gegeven moment schrikken we van gebons op de boot. De havenmeester is nogal boos en zegt dat we een ticket moeten kopen. Onze sticker was door de harde wind en regen verdwenen! We leggen uit dat we echt hebben betaald, eventueel konden we dat nog bewijzen via de afschrijvingen in de bankiersapp. Hij gelooft ons en zegt dat hij een notitie zal maken.



Al met al vermaken we ons wel met een afwisseling van wat wandelen door de stad, rustig aan boord hangen en klusjes doen. We huren ook nog een auto om wat meer van Mors te zien en eens te kijken wat de situatie is aan de kust met dit type weer.













We bezoeken Nationaal Park Thy, dit is een langgerekt gebied langs de Noordzeekust ten noorden van Thyborøn. We rijden langs de leukste bezienswaardigheden en maken een mooie wandeling door het duinlandschap. Langs de kust zien we de uitwerking van de harde wind. De enorme golven zijn spectaculair om te zien en natuurlijk een paradijs voor de surfers en kitesurfers. Deze hoge golven komen hier vaak voor. Een baai halverwege het park heet daarom Cold Hawaii, omdat het daar een prima surfplek is.
















































Eind van de middag rijden we weer terug naar het eiland Mors, we nemen nog een kijkje op het hoogste punt. De huurauto leveren we in en lopen naar het centrum om een hapje te gaan eten. We belandden in een restaurant waar vandaag alleen buffet op het menu staat, we schuiven aan en genieten van de vele gerechten.













Vandaag (4 juli) waait het weer hard, het is koud en regenachtig. Een mooie dag om de blog bij te werken en in de boot te cocoonen. Morgen komt er een dip in de wind, maar zaterdag tot en met maandag gaat het weer hard waaien. Het lijkt erop dat we dinsdag pas weer verder kunnen.