Van Cuxhaven naar Brunsbüttel wil je stroom mee hebben, omdat de getijstromen op de Elbe nogal hard gaan. De tij-kentering is rond zeven uur ’s morgens. We kwamen een paar uur eerder aan na een tocht van 39 uur op zee. Dus besluiten we om uit te slapen en op donderdag wat rust te houden. We vertrekken vrijdagochtend met het eerste tij mee richting Brunsbüttel en hebben geluk: na een kwartiertje ronddobberen in het plekje op de rivier waar we moeten wachten ging het signaal al op wit. We mogen de sluis in. Korte tijd later varen we het Noord-Oostzeekanaal op (in de volksmond Kielerkanaal).



We hebben voldoende tijd om nog door te gaan naar Rendsburg, dat op ongeveer tweederde van de afstand naar Kiel ligt. De tocht door het kanaal verloopt zonder wederwaardigheden.



Af en toe moeten we een beetje opletten op de grote scheepvaart en ook op veerponten die oversteken. Bij een van die ponten ging er iets mis. Een vrachtwagen geladen met schroot was bij het oprijden van de pont met de achterwielen van de klep afgevallen. Joke vindt dit zelfs terug in het lokale nieuws.



Om zes uur meren we af in een box in de jachthaven. We besluiten om een restaurantje op te zoeken. Dat valt nog niet mee. Aan het gezellige raadhuispleintje blijken de eetgelegenheden permanent gesloten (slachtoffer van de corona periode?). Google maps biedt uitkomst. We vinden een leuk Kroatisch restaurant en hebben een gezellige avond ter afsluiting van de alle avonturen op zee om tot hier te komen.
Maand:juni 2023
Harlingen – Cuxhaven
Er zijn verschillende opties om de reis te vervolgen. Een mijl of twintig verderop lonken Vlieland en Terschelling. Ad en Marlies zijn daar nog niet eerder geweest. We kunnen ook meteen door naar Helgoland of Cuxhaven. Met zijn vieren bespreken we maandagavond de mogelijkheden en de wensen. Het weerbericht wisselt nogal de laatste dagen, maar dinsdag tot donderdag lijkt er een weergat te komen dat het mogelijk maakt om naar Cuxhaven te gaan. Het enige nadeel is dat er aanvankelijk nog vrij veel westenwind staat. Je moet daar boven Vlieland een eind tegenin gaan om open zee te bereiken. Je omzeilt op die manier de beruchte Terschellinger gronden. We besluiten dat we tussen Terschelling en Vlieland bekijken of we wel of niet doorgaan, of toch de eilanden bezoeken.



Dindag krijgen we pas aan het eind van de middag stroom mee, dus besluiten we om alvast een paar uur te vroeg te vertrekken. We hebben de eerste uren dus nog stroom tegen. Eenmaal tussen Terschelling en Vlieland besluiten we om het weergat te benutten. Zoals verwacht staat er een forse zeegang en een krachtige wind waar we tegenin moeten. Als we in de vroege avond eenmaal het keerpunt bereiken kunnen we een bezeilde koers gaan varen en gaat de motor uit. Arie de windvaan wordt ingericht en neemt het sturen voor zijn rekening. De boot gaat behoorlijk tekeer, maar gelukkig kan Johan wel een maaltijd koken.


De eerste nacht breekt aan en we besluiten om wachten van twee uur te gaan lopen. We beginnen met Johan en Marlies en daarna Joke en Ad. Gaandeweg wijken we daarvan af, maar al met al komen we allemaal wel aan een beetje rust. Na verloop van tijd komt de wind recht van achter, dus moet de fokkeboom uitgezet worden. Dat is een hele klus, maar uiteindelijk is het gelukt en zeilt de boot verder. De weersverwachting gaf aan dat de wind geleidelijk weg zou vallen, maar dat viel mee.
Woensdag zeilen we nog steeds rustig door, maar niet snel genoeg om ons rekenschema van gemiddeld vijf knopen te halen. We vinden het zonde om de motor te starten, terwijl de boot nog aardig doorzeilt. Onze berekende aankomst was woensdag middernacht. Dat halen we niet op die manier. We besluiten om nog een tweede nacht door te zeilen. Pas de laatste tien uur moet de motor aan omdat de wind te ver afzwakt. Op dat moment moeten we de scheepvaartroutes van de Jade en de Weser oversteken langs geankerde schepen varen.



Het wordt weer donker en de laatste periode met stroom tegen breekt aan. We laten dit lekker gaan, de boot vaart dan dus niet meer zo hard. Een voor een verkennen we in donker de groene boeien van de aanloop geul van de Elbe. Er is veel scheepvaart, maar dat gaat prima omdat we netjes stuurboord (rechts) aanhouden. We worden nog een keer op de marifoon opgeroepen, omdat er precies bij het smalste punt van de geul ons twee schepen naast elkaar oplopen en er ook tegenliggers zijn. We houden zo mogelijk nog nadrukkelijker stuurboord aan.

Het is nog steeds donker als een zeilboot met alleen een wit toplichtje ons tegemoet zeilt als een schimmige geestverschijning. Hij was feitelijk aan het “spookrijden”. Later komt er nog een baggervaartuig genaamd Mersey in zicht. Joke roept de verkeerscentrale op en vraagt aan welke kant we dat vaartuig moeten passeren. Zij roepen de Mersey op en overleggen. Uiteindelijk roepen ze ons weer op en mogen we zelf kiezen (“it is up to you, it is up to you”).
Na deze nachtelijke belevenissen wordt het langzaam licht en varen we rond vijf uur ’s morgens de jachthaven van Cuxhaven binnen. Na enig zoeken vinden we een plekje en genieten van een welverdiende nachtrust.

Via Medemblik naar Harlingen
We willen een bezoek brengen aan een tante in Medemblik. Donderdag is de laatste dag, omdat ze daarna een poosje niet thuis is. Daarom vertrekken we donderdag bijtijds. De windverwachting liet te wensen over, maar uiteindelijk was het prima zeilweer. We meerden af in de Middenhaven, waar ook de Guppy van Laura Dekker bleek te liggen! De avonturen van Laura Dekker hebben ons mede geïnspireerd bij onze zeilreizen. Als we tijdens ons rondje Atlanic met zijn vieren in de weer waren met een fokkeboom met het reven van de zeilen, zeiden we vaak “als Laura dat alleen kan, moeten wij het met zijn vieren ook kunnen”. We herkennen wat zij en haar partner aan de kinderen meegeven op de zeilreizen ook in wat wij aan onze kinderen hebben mogen meegeven.


Vrijdag gaan we ons voorbereiden op het afstappen van Bas en opstappen van Ad en Marlies. De boot wordt opgeruimd en de achterhutten weer omgetoverd van berghokken naar slaapkamers. Bas heeft een praatje met Laura Dekker gemaakt en komt enthousiast terug. Wij hebben al maanden het plan om een bescheiden bedrag, dat wij ter besteding aan een goed doel op het gebied van watersport hebben gekregen, aan de stichting van Laura Dekker te doneren. Johan wilde dat via een mail regelen, maar Joke stelt voor langs te gaan en het nu te regelen. Zo gezegd zo gedaan. We mogen uiteindelijk zelfs even aan boord van de Guppy kijken en maken een gezellig praatje.

Zaterdag komen Ad en Marlies aan boord. Zij willen graag eens een nachttocht meemaken en we hopen dat we geschikte weersomstandigheden treffen om richting Duitsland of Denemarken te gaan. De eerste tocht gaat van Medemblik naar Harlingen. Het eerste stuk op het IJsselmeer treffen we nog een goede zeilwind. De sluis bij Kornwerderzand is niet al te druk en daarna kunnen we met stroom mee naar Harlingen waar we in de Noorderhaven afmeren.



Maandag besteden we aan het voorbereiden van de boot op de komende tochten over zee. Marlies gaat zelfs de mast in om het windvaantje weer gangbaar te krijgen. Ze controleert onderweg nog de verstaging en maakt foto’s van details. Op één plek lijken scheurtjes in het RVS te zitten, maar het valt gelukkig mee: het is de afdruk van de wals die ooit de verstaging in de terminals heeft vastgemaakt. Naderhand komt een buurman uit het huis naast de boot langs om ons e-mail adres te vragen. Hij heeft foto’s gemaakt vanuit de de bovenste verdieping van zijn huis!





De weerberichten zijn erg wisselend, dus we gaan ons maar eens verdiepen in de mogelijkheden om richting Helgoland of Cuxhaven te gaan.
Markermeer
Dankzij het onweersfront komt er tijdelijk een eind aan de aanhoudende noord-oosten wind. Hiervan maken we gebruik door bijtijds op te staan en na de Oranjesluis en de Schellingwoudse brug met een mooie zuidwesten wind naar Enkhuizen te zeilen. We moeten eerst nog de reeflijnen inscheren in het grootzeil. Een bootje van Rijkswaterstaat komt een kijkje nemen om te zien wat we uitspoken en is kennelijk tevreden met wat ze zien. Het grootzeil kan omhoog en de motor uit. Om de beurt ontbijten we nog en daarna komt ook de genua erbij.

Aanvankelijk is er nog weinig wind, maar gaandeweg neemt het steeds een beetje toe. De snelheid loopt op van een knoop of 2 – 3 naar uiteindelijk ruim 6,5 knoop.



Zo zijn we rond 15.00 uur bij de sluis van Enkhuizen en meren we een uurtje later af in de oude stadshaven. Tijd voor happy hour!


Ontsnappen aan de Hollandse binnenwateren
Op 18 juni is het zover: met Bas als opstapper varen we de haven uit. De standaard route die wij volgen is: Ringvaart – Haarlem – Noordzeekanaal en dan linksom of rechtsom het ruime water op. Om via de Ringvaart (Haarlemmermeer) richting Haarlem te varen moet eerst de brug over de A44 open. Als we een stuk onderweg zijn en al drie bruggen gepasseerd, horen we op de marifoon dat de spoorbrug naast die van de A44 in storing is en volgens de brugwachter meerdere dagen niet meer zal draaien.


Er is een alternatief: omkeren en de andere kant op naar Amsterdam gaan. Vanuit de Nieuwe Meer kan een konvooi jachten ’s nachts door Amsterdam varen. Uiteraard wil men de stad niet ontregelen door voor pleziervaart overdag alle bruggen te openen. Als we ons willen aanmelden via de marifoon horen we dat ook de laatste spoorbrug in deze route gestremd is. Wat nu: weer omkeren en hopen op een spoedig herstel van de A44 brug? Dat bleek geen alternatief te zijn. De spoorbrug in Haarlem is ook voor nog meerdere dagen gestremd. Dus blijven we een dag extra aan de wachtsteiger op de Nieuwe Meer en vermaken ons met een dagje rust en winkelen in Amsterdam.

Weer terug van het winkelen melden we ons weer aan voor de komende nacht en wonder boven wonder lukt dit nu wel. Het wordt drukker en drukker aan de wachtsteiger en Johan vreest, gebaseerd op vroegere ervaringen, voor de nodige chaos in de sluis en tijdens het dobberen voor de bruggen. Uiteindelijk komt het verlossende woord over de marifoon: om 00.05U gaan de bruggen open en moeten alle jachten zo vlot mogelijk de sluis is. Het is passen en meten, maar uiteindelijk liggen we met 21 jachten opeen gepropt. Wonder boven wonder verliep dit heel beheerst en relaxed.


Met zo’n lange sliert jachten moeten we nu door een heleboel bruggen. Steeds gaat er één open, en een volgende kort daarna ook. Maar dan moeten de brugwachters de bruggen achter ons sluiten en op een brommer snel naar de volgende brug gaan. De sliert jachten moet dan pas op de plaats maken, wat soms nogal lastig kan zijn en vaak maken voordringers van de gelegenheid gebruik om op een kluitje vooraan te gaan liggen. Ook nu was er niets van dit alles, iedereen wist zijn boot goed te besturen en niemand verstoorde de goede gang van zaken. Johan heeft nog nooit zo’n beheerste groep jachtschippers gezien. Complimenten aan de collega schippers!

Rond 02.30u meren we af aan de Houtmankade en gaan nog een paar uur slapen. De volgende ochtend wordt het overnachtingsgroepje opgeroepen via de marifoon en worden we geacht om 09.00u door de laatste brug te gaan. Dat was toch al ons plan, dus dat komt goed uit. Een kort tochtje voert ons naar de Sixhaven, schuin aan de overkant. Het is er niet druk, dus we vinden en prima plekje aan een passantensteiger. Hier wachten we de voorspelde onweersbuien af, maar het valt allemaal reuze mee. We rusten uit van de voorgaande nachtelijke escapades, nemen een douche en slapen wat bij.
