Naar Tobermory

Als je hier vaart, heb je niet alleen met het sterk veranderlijke weer te maken, maar ook met de getijdenstromingen. Die keren ongeveer elke zes uur om. De tocht naar Tobermory is 25 mijl, zo’n 5 uur varen. Om het hele stuk stroom mee te hebben, moeten we dus met het begin van de tijkentering gaan varen, dat moment valt dinsdag rond 05.00 uur. Het is even slikken, maar als je eenmaal vaart gaat het verder wel.






We ontbijten onderweg en de voorspelling van niet al te veel wind on the nose komt uit. Het is weer motoren, maar om 9.30 uur komt Tobermory al in zicht. Dit ligt grotendeels verscholen in een baai, met daarvoor een eilandje (Calve Island). Het is daarom vrij veilig om hier te liggen, beschut tegen de meeste windrichtingen. Tobermory heeft een leuk kleurrijk havenfront. Je kan aan een pontoon liggen, maar wij kiezen voor een mooring. Dat is met het toch wel golvende water een stuk rustiger (en goedkoper).

We blazen de bijboot op en roeien naar de kant. Nadat we ons hebben aangemeld, wandelen we omhoog en weer terug naar de straat langs het water.





Er zijn leuke winkeltjes en er is zelfs een strandje. De zon schijnt en het is zowaar lekker om hier even rond te hangen en een lekker hapje van de bakker op te peuzelen.





We hebben ons op Kerrera al opgegeven voor een leuke vaartocht naar twee eilanden waar onder andere puffins (papegaaiduikers) voorkomen. Dat is ons hoofddoel hier. Met een vooruitziende blik op het weerbericht hadden we al besloten om ons niet voor woensdag aan te melden, maar voor donderdag. Woensdag waait het heel hard. De expeditieboten zijn niet zo groot en eenmaal om Mull heen gevaren, is er nog maar heel weinig beschutting tegen de stormachtige Noord Atlantische oceaan. Het blijkt dat ze woensdag inderdaad niet zijn uitgevaren. Met de wind loeiend door de verstaging liggen we te draaien achter onze mooring, Het regent en het is heel koud. We besluiten om er een lui dagje van te maken, met af en toe de kachel aan. Fingers crossed voor morgen, dan zou het beter weer moeten gaan worden!


Kerrera

Na de late aankomst op vrijdagavond melden we ons de volgende ochtend bij de havenmeester van Kerrera Marina. Het plan is om hier nog twee keer te overnachten. De havenmeester onderhoudt ook een veerdienst naar Oban met een kleine ferry die maximaal 12 personen kan vervoeren. We boeken de ferry van 14.00 uur en om 18.15 uur weer terug. We wandelen (of liever gezegd: klimmen) in Oban naar de hoog gelegen McCaig’s tower. Dit is een merkwaardig bouwwerk uit de 18e eeuw. het lijkt sprekend op een kleine versie van het Colosseum. McCaig wilde zowel de plaatselijke metselaars in de winter aan het werk houden als voor zichzelf een soort permanent aandenken achterlaten. De ringvormige muur is na zijn dood afgebouwd, maar de verdere invulling is nooit van de grond gekomen. Je hebt hier een prima uitzicht over de Kerrera Sound, het water tussen Oban en Kerrera.












We lopen nog wat rond en bekijken leuke winkels. Natuurlijk inclusief whiskey shops. In één van die shops brandt de open haard en kan je whiskey proeven als je dat wilt. Johan ontdekt in een andere winkel een whiskey die erg “smokey” zou moeten smaken en kan de verleiding niet weerstaan om die maar aan te schaffen.












Het plan was om zondag op Kerrera te wandelen, maar daar stak het weer een stokje voor. Het is koud (gevoelstemperatuur 9 graden), regenachtig en het waait heel hard. We zetten in de boot een paar keer de kachel aan om de temperatuur binnen een beetje op peil te houden. Als je rondkijkt op de foto’s lijkt het alsof het bijna altijd zonnig is. In werkelijkheid regent het vrijwel elke dag, soms blijft het grijs, soms klaart het op. We hadden dat natuurlijk wel ingecalculeerd. De wintertruien doen goed dienst hier! Het weer steekt ook een stokje voor het plan om maandag naar Tobermory op het eiland Mull te varen. Dat is recht tegen de wind, maar het waait maandag heel hard (“welcome to Scotland, wind on the nose” van onze buurman in Whitby is onze lijfkreet geworden).

We besluiten om onze uitgestelde wandeling op Kerrera te maken. Het is een eiland dat zo’n 64 bewoners heeft. Men houdt vee, wat hier een heerlijk leventje heeft en alle ruimte om te grazen. De hoofdweg is een stenig pad met kuilen, met regelmatig een hek om het vee binnen te houden. We proberen eerst een soort public footpath te volgen, dat veelbelovend met een klaphekje begint. Het pad wordt uiteindelijk steeds smaller tussen heuphoge beplanting en loopt uiteindelijk dood. We proberen naar links te gaan maar komen in moerassig land terecht. Rechts lukt wat beter, totdat we weer drassig land en water ontmoeten. Verderop rijden drie jongens met een kar. Dat ziet er hoopvol uit. We roepen waar we heen kunnen. In bijna onverstaanbaar Schots ontcijferen we tenslotte dat “there is a wee bridge”. Een klein bruggetje? Ah, daar zien we een plank waar we overheen kunnen.















Nadat we weer op de “weg” zijn beland lopen we nu door naar de farmshop. We ontmoeten onderweg een heel lief uitziende kat met een mooie vacht. In de farmshop hebben ze wat souvenirs, zuivel en vlees van lokaal vee. Op een briefje staat “Apolopies if there are no eggs. The hens have a hard time keeping up with the demand”. Er is niemand. Je moet de aankopen in een schriftje schrijven en contant geld in de “honesty box” doen. Mensen hebben hier nog vertrouwen in elkaar. Joke moet heen en weer naar de boot voor de portemonnee. Johan wacht daarop en ziet lieve poekie met een konijntje in zijn bek lopen. De natuur gaat hier lekker zijn gang, waarschijnlijk zoals het al honderden jaren gaat. In harmonie met de omgeving en duurzaam. Eenmaal in de farmshop gaan we voor een Highland Cow koekje en runderhamburgers. Terug op de haven kunnen we met enige moeite de havenmeester te pakken krijgen en we krijgen toestemming voor nog een extra nacht. Het blijkt dat hij enkele lokale boten moet verplaatsen om ruimte te maken, omdat er vrij veel jachten arriveren. De hamburgers smaken ongelofelijk goed!








Change of day-plan

Het laatste deel van het Caledonisch kanaal ligt voor ons. We beginnen om 9.00 uur met de sluis van Gairlochy. De sluismeester komt klokslag 9 uur met een auto aanrijden, omdat hij wegens personeelstekort meerdere sluizen en bruggen moet bedienen rijdt hij ook mee naar de volgende draaibrug.



Vanuit Gairlochy zijn er nog wat bruggen en dan komt de grote Neptune’s Staircase. Deze bestaat uit een rij van maar liefst acht sluizen, waarmee in één klap een groot deel van het hoogteverschil met zeeniveau wordt overbrugd. Dit kost zo’n 90 minuten. Via de marifoon vernemen we dat er om 14.00 uur een sluisbediening start.



Dankzij de hulp van een Zweedse dame van een andere boot die we eerder hadden ontmoet, verloopt Neptune’s Staircase redelijk relaxed. Zij neemt meestal de achterste lijn voor haar rekening om mee naar de volgende sluis te lopen. Joke doet weer de voorste lijn. De sluis ligt niet al te vol. Na de laatste sluis van de Staircase moeten we wachten voor de spoorbrug die er direct naast ligt. De reden is dat de beroemde Harry Potter stoomtrein eroverheen rijdt.






Het eerste plan was om voor de Staircase te overnachten, daarna dachten we tussen de Staircase en de volgende sluis te overnachten. In de Staircase rijpte het plan om toch weer naar zee te gaan en daar voor anker te gaan. Vervolgens besloten we om toch maar in één keer door te gaan naar Oban, zo’n 28 mijl vanaf de zeesluis. De zeesluis gaat alleen open tussen twee uur voor en twee uur na hoog water, dus de stroom zou na een tijdje mee moeten gaan lopen als we richting Oban gaan.

Er volgt nog een dubbele sluis en tenslotte de zeesluis. Zo hebben we vandaag maar liefst 12 sluizen gehad vanaf Gairlochy. In de laatste sluis leveren we de sleutel van de “facilities” in en zo belanden we rond 17.00 uur plotseling weer op zout water.

















We hadden de zeekaart al bestudeerd en Joke zet nog snel een route in de kaartplotter. Ze maakt ook een hapje eten, zodat we na de lange inspannende dag er nog een paar uur tegen kunnen. De stroom loopt nog een beetje tegen, maar we verwachten dat dit snel zal draaien. Dat beetje tegen wordt heel veel bij een nauwe doorgang na een mijl of zeven. We krijgen zo’n 4 knopen stroom tegen, terwijl we een kabelferry moeten passeren. Het was al slack (tijkentering), maar daar trekt het zich in zo’n flessehals niets van aan. Uiteindelijk worstelen we ons erdoorheen.



Vanaf dat moment gaat het tij keren en krijgen we steeds meer stroom mee. Halen we Oban op tijd? We overwegen nog om een ankerplaats op te zoeken. Het nadeel daarvan is dat het momenteel vrijwel windstil is terwijl morgen het juist hard gaat waaien. Uiteraard is het dan weer wind on the nose. We rekenen uit hoe hard we moeten gaan, zetten de motor een tandje bij en besluiten door te gaan.

Het is nodig om voldoende snelheid te maken, want we willen voor donker in Oban arriveren. Onderwijl genieten we van een bijzondere sfeer op het water. Een grote regenbui voor ons splitst zich en trekt links en rechts voorbij en trekt achter ons weer samen. Ben Nevis verdwijnt helemaal uit zicht en de bergen achter ons krijgen een mysterieuze sfeer, met mist en laag hangende wolken.






Twee dolfijnen die vlak naast de boot uit het water opspringen maken het bijzondere moment compleet!



We navigeren door nog een paar nauwe doorgangen. De bootsnelheid loopt daar fors op, maar het blijft allemaal goed beheersbaar. De zon gaat (achter de donkere regenwolken) rond 22.15 uur onder. Een kwartier later, bij het laatste daglicht, arriveren we in Oban.



We pikken een visitor mooring op in de jachthaven van Kerrera. Dat is het eiland aan de overkant van Oban. In Oban zelf zijn maar weinig overnachtingsplaatsen voor jachten (en met 3,20 pond per meter bootlengte nogal prijzig voor onze 13 meter). We hebben genoten van de sprookjesachtige sfeer en zijn trots dat we het veranderende plan goed hebben uitgevoerd. Tegen 23.00 uur maken we nog een fles wijn open en vieren dit met een glaasje en een chipsje. Het Caledonisch kanaal was geweldig en dit was voor ons een perfecte afsluiting van dat avontuur. We hebben nu een paar dagen rust verdiend en gaan ons beraden op het vervolg van de reis aan de westkust van Schotland.