Whitby – Peterhead

In Whitby beginnen we ook te puzzelen hoe we verder kunnen gaan. Diverse bestemmingen verder naar het noorden vallen af, omdat het droogvallende havens zijn. Leuk voor boten die daarvoor geschikt zijn, maar wij zien dat nog even niet zo zitten. We kunnen naar Hartlepool, Amble, Sunderland en nog een paar plaatsen, maar er komen een aantal rustige dagen aan. Daarom begint het idee post te vatten om in één ruk door te gaan naar Peterhead. Het is wel 190 mijl, dus moeten we rekening houden met twee nachten doorgaan. Joke zet de route weer in de kaartplotter, we rekenen de getijden uit voor stroming en waterstand en noteren de nodige gegevens over tussentijdse havens. Onderweg naar Whitby kwamen we al diverse vissersboeitjes tegen. Eigenlijk zijn dat een soort mini ballonnetjes, verbonden met een touw. Mochten we daar toevallig overheen varen dan is een touw in de schroef geen denkbeeldig gevaar. Daarom besluiten we om niet de kust te volgen, maar gewoon in een rechte lijn rechtstreeks naar Peterhead te varen.



We hebben leuke gesprekken met onze buurman in de haven. Hij is ook onderweg rond Engeland, maar dan vanuit Inverness in tegengestelde richting. Hij heeft het Caledonisch kanaal vele keren gevaren en heeft zelfs televisieprogramma’s gemaakt over de Schotse kanalen.

We verlaten met de brug van 15.00 uur de haven, nu wel keurig communicerend op kanaal 11. De brugwachter wenst ons goede reis. Joke heeft in de buitenhaven tijd genoeg voor de stootwillen- en landvasten-routine en nog in de haven hijsen we het grootzeil. We horen rondvaart bootjes op de marifoon communiceren over dolfijnen net buiten de haven. En warempel wij zien ze ook!





De tocht begint redelijk saai, er is weinig wind en we moeten zoals verwacht vooral de motor samen met de zeilen het werk laten doen. Later komt er wind en kunnen we een flink stuk zeilen. Onderwijl zien we jan-van-genten en papegaaiduikers vliegen.





Als de wind verder afneemt (allemaal keurig volgens de weersverwachting) moet de motor weer bij. Deze is de laatste 24 uur niet meer uitgegaan. Zo gaan we de tweede nacht in. Het is rustig met de scheepvaart. De AIS hebben we meestal op een range van 6 mijl staan en blijft lang leeg. Het is ’s nachts heel koud. We kleden ons met 4 tot 5 lagen, inclusief het water- en winddichte zeilpak. We hebben uiteraard onze reddingsvesten aan en gebruiken lifelines, waarmee we ons aan de boot vastmaken. We willen elk risico uitsluiten om als een “michelin-mannetje” overboord te vallen in het koude zeewater! Dit is overigens altijd al onze vaste stelregel. Aangelijnd in de kuip als de ander binnen ligt te slapen.

Onderwijl komt het alternatief nog ter sprake om er een derde nacht aan vast te plakken, al dan niet na een korte getijdestop in Peterhead. Dan zouden we nog een mijl of 95 doorgaan naar Inverness. Het is nu rustig en dit zou ook helemaal op de motor moeten. We worden het uiteindelijk zat. De wachten worden erg koud en saai, de nachttemperatuur is een graad of 10. We stoppen in Peterhead, met het risico dat we er een aantal dagen moeten blijven, omdat er een storm aankomt. We bedenken dat we ons dan wel gaan vermaken op het land. Eigenlijk zijn we er best trots op dat we in drie lange tochten met vier nachten op zee al zo ver gekomen zijn.






Aldus besluiten we om Peterhead aan te lopen. Johan checkt de Reeds Nautical Almanac en ziet dat die afraadt om met laag water springtij vanuit de grote buitenhaven de marina in te lopen. De ingang is niet heel diep. Het is één dag voor springtij en we komen natuurlijk precies rond laag water aan. We roepen Peterhead Harbour Radio op. Met de vriendelijke havenmeester stemmen we af wie we zijn, dat we met 1,6 meter diepgang de marina willen aanlopen, maar rond laagwater zullen aankomen. Hij wil dat we twee mijl voor de havenmonding weer oproepen en daarna nog eens op een halve mijl. Hij geeft aan dat de actuele waterstand voldoende is voor onze diepgang en helpt nog met een uitleg over een groen boeitje vlak bij de marina en dat we die aan onze stuurboord kant moeten houden. De buitenhaven is heel groot. Peterhead is één van de grootste visserijhavens van Europa en er varen ook grote supplyvessels in en uit. Dat zijn schepen die langs de olie boorplatforms gaan voor onderhoud en bevoorrading. Ook hier is het dus nodig om als plezierbootje goed te communiceren met de havenmeester.

Uiteindelijk lopen we zonder problemen de marina aan en meren we af op een vrije plaats. Een andere Nederlandse zeilboot wil uitvaren. Hij heeft 2.1 meter diepgang en loopt prompt muurvast bij de ingang. We proberen nog te helpen met een lijn op een lier, de schipper gaat aan de giek buitenboord hangen, maar het is tevergeefs. Hij zal een poosje moeten wachten tot de vloed weer opkomt en hij vanzelf vrij komt.









We zijn eigenlijk nog vrij fit na deze lange tocht, maar we gaan eerst maar eens een paar uur slapen voordat we ons bij de havenmeester melden. Hij is heel vriendelijk en legt alles heel rustig uit. We hoeven niet eens van te voren te betalen en mogen afrekenen als we weten wanneer we weer vertrekken.

Het is inmiddels donderdag als we het na een goede nachtrust nodig vinden om eens aan huishoudelijk taken te denken, de was te doen, wat diesel te tanken en even een paar dagen uit te rusten en natuurlijk wat van de omgeving te gaan zien. Het ziet er nu naar uit dat we maandag weer verder kunnen, nadat een storm gepasseerd is.