Hagelslag

Het is 130 mijl van Dover naar Scheveningen. Als we de getijden checken blijkt dat we ’s ochtends kunnen

vertrekken voor een optimale stroom mee. We controleren de weerberichten zeer gedetailleerd en uit veel

bronnen. Zeegebied Thames heeft als een van de weinige geen “strong wind warning”. Het ziet ernaar uit dat,

als we zondagochtend vertrekken we maandagochtend bij Hoek van Holland kunnen zijn en dan is het niet ver meer

naar Scheveningen. Dit correspondeert mooi met de weerberichten. Als het zich minder goed ontwikkelt, hebben

we diverse uitwijkmogelijkheden langs de Franse, Belgische en Zeeuwse kust.

Voortvarend vliegen we voor stroom langs de White Cliffs of Dover. Tim spot onderweg nog een bruinvis. Om

zeven uur ’s avonds zijn we de TSS al overgestoken. De TSS (Trafic Separation Scheme) is een soort snelweg

voor de scheepvaart, die je als jachtje haaks moet oversteken. Wij treffen het, onderweg zagen we steeds

meerdere schepen in de TSS, maar toen wij overstaken was er maar één schip in onze buurt. We keken uit naar

een rustig nachtje langs Noord Hinder en het Goeree licht. We hebben deze route al meerdere keren gevaren en

we zagen toen nauwelijks scheepvaart.








Dat viel een beetje tegen. We zagen op de radar een schier ondoordringbare berg echo’s en voor ons was de hele

horizon verlicht. Men werkt daar aan enorme windparken om stroom op te wekken. Zorgvuldig puzzelen we ons door

de meest logische route. Dat deed niet iedereen. Een jacht dat op een mijl of twee naast ons voer wilde er

stug dwars doorheen. Een patrouilleboot ging erachteraan en riep ze een half uur lang steeds bozer op via de

marifoon. Uiteindelijk kwam als enige reactie of ze langzamer wilden praten, ze verstonden nauwelijks Engels.

De zin “you are bringing your ship, yourself and other people in danger” was te ingewikkeld. Wij roepen de

patrouille voor de zekerheid ook op, maar krijgen te horen dat wij goed varen. Deze puzzel hebben we dus goed

opgelost. Een leuke complicerende factor was een baggerschip dat heen en weer voer. Zo eentje met een

verlichting uit het examenboekje “Vaarbewijs 1”. Welk type vaartuig is dit? Aan welke zijde passeert u het

vaartuig? Dat laatste was een beetje lastig omdat ze steeds heen en weer voeren, maar ok.





We halen opgelucht adem als de horizon voor ons weer bijna leeg is. De radar is het daar niet helemaal mee

eens. Op maximale range komt er weer een hele brede zone met echo’s in beeld. We zien langzaam aan ook weer

een hele kermisverlichting aan de horizon verschijnen. Aan bakboord zien we weer een rij werkplatforms die tot

aan de TSS lijkt te lopen. We slalommen langs het meest oostlijke werkplatform, een heen en weer varend

baggerschip en het ankergebied waar een heleboel schepen liggen. Je kan niet lukraak door zo’n ankergebied

heen. De schepen die daar liggen te wachten op afhandeling in de haven kunnen zonder waarschuwing ineens gaan

varen. Na een lange tijd goed opletten loopt ook dit goed af.

Al met al zijn we er tot het ochtendgloren zoet mee geweest. Johan is de hele nacht wakker gebleven (had ie

maar geen schipper moeten worden) en Joke, Tim en Bas draaiden ook overuren. Maandagochtend vroeg melden we

ons bij de Sector Maasmond, de verkeersbegeleidings centrale. Gigantische containerbakken en andere

vrachtschepen varen aan de lopende band in en uit de Maasgeul. We worden door de centrale achter twee schepen

langs gestuurd. Het containerschip dat voorlangs loopt trekt enorme hekgolven en onze boegspriet duikt onder

water. Er opent zich een momentje om de geul over te steken. Altijd weer enerverend, maar zeker ook leuk om te

doen.








Even na het middaguur lopen we Scheveningen binnen. We zijn weer in Nederland! De eerste kennismaking is niet

zo aardig. We varen met 5,5 knoop de buitenhaven in. Een vissersschip vaart onderwijl in de binnenhaven.

Ruimte genoeg voor iedereen, totdat twee jachten in A10-modus vol gas ons gaan inhalen. Zij meren

triomfantelijk aan de steiger voor passanten af. Wij vragen een box, wegens de in Brighton opgelopen schade

aan de boot. Langszij vinden we een beetje link, dus troeven wij de stresskippen af met een prima rustige

ligplaats. Johan gaat mailen over de afhandeling van de schade en Joke en Tim gaan naar de supermarkt op een

leenfiets. Ze komen helemaal opgetogen terug met slaatjes, kokosbrood, anijshagel, chips en … chocolade

hagelslag. Dat is allemaal wel weer leuk!



Nederland? Is de reis dan al over? Nee, er resteert nog één laatste tocht over zee naar IJmuiden. We willen

daar het zoute water achter ons laten, omdat dit het dichtst bij de jachthaven aan de Westeinder is. We willen

daar graag weer liggen totdat de reparatie gaat gebeuren. We mikken er nog steeds op om op 10 augustus aan te

komen in IJmuiden.

Naar Dover

Vrijdag is weer een vaardag. De wind is weer gedraaid naar het zuidwesten. Peter draait de brug en de bedient de sluis. Hij zet het grote beeldscherm op de foto als Beluga in de sluis ligt. Als de sluis opengaat zwaaien we nog eens en varen de geul uit naar buiten. Je moet een geleidelicht, nu uiteraard achter ons, in de gaten houden. Als het licht wit is vaar je goed, als het licht groen of rood is zit je te veel aan de zijkant en loop je het risico aan de grond te lopen.








Aanvankelijk is de wind erg zwak, dus op de motor varen van Eastbourne richting Dungeness. Er komt in de loop van de middag wat wind en met de genua uitgeboomd kunnen we recht voor de wind eindelijk weer eens een stukje zeilen. Het tijdstip van het getij zit niet mee, we moeten deels stroom tegen accepteren. Als we Dungeness ronden merk je weer eens dat een kaap een onrustige zee met zich meebrengt en we stuiteren behoorlijk, net terwijl Johan in de kombuis in de weer is met eten koken.

In de avond begint de wind af te nemen, desondanks is de zee erg onrustig bij de haveningang van Dover. We vragen op kanaal 74 toestemming en mogen via de westelijk ingang naar binnen en meren rond 21.30 uur af in het Granville Dock.








Het weer blijft erg wisselend. Zaterdag is er weer een “strong wind warning” in het Met Office weerbericht. We blijven daarom een dagje in Dover. De RNLI reddingsboot houdt een open dag. We mogen aan boord kijken en krijgen een rondleiding. Erg leuk en leerzaam om te zien hoe zo’n all weather boot is toegespitst op zijn taak. Er staan twee 1600 pk diesels in, de dieseltanks hebben een inhoud van 5600 liter. De boot is zelfrichtend. Daarom zijn alle openingen naar de buitenlucht voorzien van een snorkel die de opening afsluit als de boot ondersteboven ligt. In zes seconden ligt de boot dan weer rechtop. Dit type reddingsboot is 17 meter lang en weegt 46 ton, de topsnelheid is 27 knopen.














’s Avonds gaan we nog één laatste keer een fish & chips eten.

Het lijkt erop dat het zondag en maandag goed weer is om de oversteek naar Nederland te gaan wagen. Maandag moeten we nog in de gaten houden, omdat een storing met onweersbuien zou kunnen ontstaan. Als we het niet vertrouwen dan zullen we eerder afbuigen en naar een van de Belgische havens varen. We zien op de weersvoorspellingen op de langere termijn als maar wisselende verwachtingen. Voor Woensdag en donderdag zagen we eerst een heftige storm voor Nederland, nu is voor dezelfde dagen amper wind voorspeld. We moeten het gewoon per dag bekijken, het vijfdaags weerbericht is momenteel volstrekt onbetrouwbaar.

Beachy Head en Eastbourne

Vandaag was het een prachtige zonnige dag met een warm oostenwindje. Geen vaardag, want de wind staat

pal tegen. Een prima dag om lekker op stap te gaan en onze 24e trouwdag te vieren. Eerst gaan we langs

het havenkantoor om te betalen. Peter is daar aan het werk en Joke kan het niet laten om een foto van

hem te maken.





We gaan met de Dotto train naar het centrum van Eastbourne, daar pakken we de hop-on-hop-off bus naar

Beachy Head. Het woord Beach is in dit geval een verbastering van het originele Franse woord voor “mooie

kaap”.
Gister voeren we nog daar beneden op zee en nu staan we bovenop de witte kliffen. De hoogste klif Beachy

Head is 165 meter hoog en de vuurtoren 43 meter. Van bovenaf lijkt het soms wel een miniatuur.
Verderop staat nog een vuurtoren bovenop de kliffen. Toen echter bleek dat door mist en laaghangende

bewolking het licht niet altijd zichtbaar was, werd beneden een tweede vuurtoren gebouwd die in 1902 in

gebruik werd genomen. Sinds 1983 is de vuurtoren geautomatiseerd. We wandelen langs de kliffen en

lunchen in de plaatselijke inn.















Vervolgens nemen we de bus weer en stappen uit bij Birling Gap. Hier staan huizen die in 1878 zijn

gebouwd en door de erosie van de kliffen dreigen te vallen. Een is er al preventief afgebroken. De overgebleven huizen zijn nog gewoon bewoond.
De erosie gaat zo snel dat over een tijdje de overige huizen afgebroken worden voordat ze in zee vallen. De trap

die naar het kiezelstrand leidt is verplaatsbaar.








Later op de middag gaan we naar de pier van Eastbourne, net als in Brighton vinden we hier tearooms,

ijstentjes en een speelhal. Voor 39 pence hebben we een half uur lol bij een speelautomaat en winnen ook

nog vier snoepjes. Bij de haven gaan we uit eten en genieten op het terras na van een heerlijk dagje

uit.











Oostelijk halfrond

De hele ochtend bleef het nog hard waaien. De golven sloegen regelmatig over de havenpieren heen en de zee was vol witte koppen. Volgens de weerberichten zou het afnemen en dat gebeurde ook, maar wel een paar uur later dan verwacht. Om drie uur ’s middags besloten we om dan toch nog maar naar Eastbourne te varen. Dat is weer een mijl of twintig dichter bij Nederland.





We bereiken weer een nieuwe mijlpaal: we zijn na ruim een jaar weer aangeland op het oostelijk halfrond. De wind neemt sterk af en valt na een poosje helemaal weg. Weer een uurtje later komt er een beetje westenwind. Na 20 mijl varen we de sluis in en krijgen helemaal achterin de haven een ligplaats aangewezen. Een beetje ver weg van alle faciliteiten, maar wel lekker rustig.








Morgen zijn Joke en Johan 24 jaar getrouwd. We gaan dat vieren in Eastbourne. Vrijdag ziet het weerbericht er goed uit om naar Dover te varen, zaterdag overdag veel wind en regen, zondag weer rustig. Het lijkt behoorlijk wisselend weer te blijven. Per dag bekijken we wel wat er van de verwachtingen terecht komt.

Kantoor aan huis

Vanochtend is er een tweede expert langsgekomen. Hij heeft de schade gedetailleerd onderzocht en hij

constateerde dat de Beluga een heel sterke boot is. De klap is helemaal opgevangen door de bovenste rand

van de boot, daar is de energie van de aanvaring helemaal geabsorbeerd. Terwijl de romp geen enkel teken

vertoont van structurele schade of delaminatie, anders dan de oppervlakkige krassen. Ze zijn het erover

eens dat veel jachten een dergelijke aanvaring niet zouden hebben doorstaan.

We hebben nu twee experts aan boord gehad, beide zijn het erover eens dat het veilig is om door te varen

naar Nederland. Als de experts horen dat we een rondje Atlantic hebben gevaren dat laten ze merken dat

ze ons “real sailors” vinden en dat de Beluga “a strong oceangoing boat” is.

Imiddels heeft Johan heel wat telefoontjes gepleegd. Het beltegoed wordt in hoog tempo steeds opnieuw

opgebruikt. Er is contact met de verzekeraar en de intermediair en ook van die zijde is toestemming om

door te varen. We vinden dat de mensen van de intermediair (Max Behrend) heel fijn meedenken en helpen

met het zetten van de juiste stappen.





We zullen mogelijk wel verhoudingsgewijs vaak “verwaaid” liggen, omdat we nog strenger op het

weerbericht gaan letten dan normaal. We varen alleen met rustig weer in de verwachtingen, dus we houden

rekening met vertraging en mikken daarom nog steeds op 10 augustus als aankomstdatum in IJmuiden. We

kijken naar de Met Office (het officiele scheepsweerbericht), we downloaden weerkaarten en gribfiles

zoals we het hele jaar al doen. Momenteel is het windkracht 6, morgen is er windkracht 7 voorspeld. De

Met Office heeft strong wind warnings en golfhoogtes tot 2,9 meter afgegeven voor de zuidkust tot en met

dover, dus voorlopig is het een no-go. Wellicht kunnen we vanaf woensdag of donderdag verder.

We maken van de wachttijd gebruik om een noodverband aan te leggen, om inwatering langs de beschadigde

rand zo veel mogelijk te voorkomen en met behulp van de fokkeboom zorgen we dat de zeerailing aan

stuurboord weer veilig is voor de bemanning.











Vanmorgen hadden we nog een leuke verrassing. Peter, assistent sluismeester in Eastbourne, kwam langs.

We kennen hem al jaren en we hebben tijdens de periode in Wassenaar al beloofd dat we nog eens zouden

langskomen. Het was echt leuk om weer eens bij te praten.

Morgen, met windkracht 7 in de voorspellingen, hebben we hopelijk weer vrij. We gaan dan wellicht weer

even toeristje spelen en de beroemde pier van Brighton bekijken.

Aangevaren

We liggen inmiddels twee dagen in Brighton en wilden zondag verder naar Eastbourne. Daar is echter even

een stokje voor gestoken. Zaterdagavond ging het, zoals voorspeld, een poosje flink hard waaien. Even na

middernacht schrokken we ons een hoedje. Een enorme klap en een hoop gekraak!

We vliegen de boot uit. Een Engelse boot, Roaring Girl, was uitgerekend nu de haven ingevaren maar was

niet in staat de aanlegmanoeuvre goed te doen. Ze waren in volle vaart aan stuurboord tegen onze boot

aangevaren. Het anker van de Roaring Girl heeft een meter of drie van de houten rand om de boot (de

voetrail) erafgerukt, een paar scepters (de “paaltjes” van de zeerailing) eruitgerukt en over de volle

lengte de boot nog eens her en der geraakt. Het lijkt erop dat de rest van de scepters van de zeerailing

een beetje los zijn gekomen. Dat kan best wel eens een heel vervelende schade zijn, omdat de dek-romp

verbinding nu lekkage kan vertonen en de houten rand over de volle lengte los moet om het te inspecteren

en te repareren. Er zitten krassen op de romp, op een fokkebooom en op de zijstag van de boegspriet en

een heel klein beetje op het hoofdwant.

De Roaring girl stuiterde verder tegen de achter ons gelegen boot en kwam uiteindelijk langszij de derde

boot tot stilstand. We hebben onmiddellijk de gegevens uitgewisseld en zijn vervolgens met de schrik

behoorlijk in de benen gaan slapen.

Vandaag, zondag, hebben we met de verzekeraars gebeld en de nodige papieren uitgewisseld en hun

verzekeringspapieren gescand. Met een gezamenlijke ondertekende verklaring over wat er is gebeurd is het

officiële gedeelte nu geregeld.

Johan wil een expert-opinie hebben over de schade, met name over de twee getroffen stagen. Is het veilig

om naar Nederland te varen, zonder extra risico dat de mast overboord gaat? Een tuiger komt langs en

geeft aan dat de stagen sterk genoeg zijn om naar Nederland te varen. Hij spreekt wel zijn zorg uit over

de aanhechting van de boegspriet-zijstag aan de boot. We krijgen een adres van een firma die hierover

een uitspraak kan doen en gaan die nog bellen.










Al met al hebben we nu vertraging in Brighton en is het misschien nodig dat we eerder naar Nederland

gaan. We wilden nog rustig aan doen en ook nog eens langs Belgie gaan, maar vermoedelijk gaan we nu naar

Eastbourne, Dover en dan naar Nederland. De komende tijd is het weer een stuk onzekerder, we zien

meerdere dagen met regelmatig harde wind. We willen de boot niet zwaarder belasten dan nodig, dus zullen

we soms langer dan normaal op goed weer moeten wachten.

We zijn nog steeds behoorlijk geschrokken en gaan vanavond maar eens uit eten om de schrik een beetje te

boven te komen.

Portsmouth

We zijn een paar dagen in Haslar Marina gebleven. Aan de overkant heb je de Historic Dockyards. Dat is

een groot maritiem museum, vooral gericht op de historie van de Britse marine. Er zijn drie bijzondere

schepen te bezichtigen. De Mary Rose is gezonken in 1545 en na een jarenlange inspanning gelicht,

geconserveerd en in een recent geopend museum te bezichtigen. De Victory is het bewaard gebleven schip

waarop admiraal Nelson in 1805 is overleden in de slag bij Trafalgar. De Warrior is het eerste ijzeren

oorlogsschip met stoommachine, te water gelaten in 1860. Het kon destijds door geen enkel ander schip

worden verslagen, omdat er geen kanonnen bestonden die kogels door zijn bepantsering konden schieten.








Er zijn ook nog allerlei hallen met tentoonstellingen en je kan nog een harbour tour doen op een

rondvaartboot. Er is zo veel te zien en te doen dat we er twee dagen voor hebben uitgetrokken. Het is

bijzonder om te beseffen dat we hier niet met replica’s te maken hebben, maar met echt bewaard gebleven

schepen uit die tijd.

De Mary Rose is weliswaar nog maar een half schip, omdat het gedeelte dat boven de modderlagen uit stak

in de loop van de tijd is vergaan. Toch geeft het overgebleven deel een bijzonder inzicht in hoe een

schip in 1545 eruit moet hebben gezien. Het schip van koning Hendrik VIII kwam in actie tegen een

aanvallende Franse vloot. Men weet niet precies waarom het schip zonk, in ieder geval niet als gevolg

van vijandelijk vuur. Het is vermoedelijk in een een windvlaag overgeheld en gezonken omdat de

geschutspoorten open stonden. Het grootste deel van de bemanning zat onder netten om te voorkomen dat

aanvallers aan boord konden komen en juist om die reden zaten ze gevangen en verdwenen met het schip in

de diepte. Ook zijn er natuurlijk duizenden voorwerpen gevonden: kleding, kisten met persoonlijke

bezittingen, wapens, eetgerei, instrumenten van de scheepsarts, navigatieinstrumenten, de oven, etc.

Alles is ondergebracht in een tentoonstelling naast het schip, tegenover de plek waar de voorwerpen

destijds aan boord waren ondergebracht. Het geeft een bijzonder indringend beeld van het leven aan boord

in die tijd.

























De Victory ligt in het droogdok waar het, na de tewaterlating in 1765, is afgebouwd. Het schip heeft in

vele zeeslagen gediend en was voor die tijd een snel en goed bewapend schip. In de tijd van Napoleon was

er vrees dat Engeland vanuit het zuiden door een gecombineerde Franse en Spaanse vloot zou worden

aangevallen. Napoleon had een slimme truc bedacht. Hij wilde de Frans/Spaanse vloot uit beeld laten

verdwijnen en de Britten afleiden. Hij zond ze naar het Caribisch gebied om vervolgens weer over te

steken naar het Engels kanaal en de Britse zuidkust bij verrassing aan te vallen. De Britten hadden het

door en achtervolgden hun tegenstanders over de Atlantische oceaan. De Fransen werden richting Cadiz

verdreven. In 1805 viel Nelson met de Victory en zijn bijbehorende vloot aan. De opdracht was om de veel

sterkere vloot van zijn tegenstanders zo veel mogelijk te vernietigen, om voor eens en voor altijd af te

rekenen met het risico van een invasie. Via een bijzondere manoeuvre is hem dat gelukt. Het kostte hem

wel het leven. Al na 20 minuten werd Nelson dodelijk getroffen en overleed aan boord. De Britse vloot

haalde hun doelstelling echter wel. De tuigage van de Victory was echter grotendeels aan flarden

geschoten en ze moest onder noodtuig aan de resterende maststompen naar Gibraltar uitwijken voor een

eerste reparatie. Het volledig herstel vergde meer dan de oorspronkelijke bouwkosten. In Londen

herinneren het bekende Trafalgar Square met het standbeeld van Nelson aan deze episode.
De Victory is bewaard gebleven en nu open voor het publiek. Het is nog altijd het formele vlaggenschip

van de Britse marine.



















De Warrior ligt nog altjd gewoon in het water. Het was het snelste oorlogsschip ter wereld. Het kon

onder zeil 13 knopen halen, onder stoom 14,5 en gecombineerd is er 17,5 knopen geklokt. Het was destijds

de aanleiding voor de verschillende wereldmachten om in een snelle ontwikkeling bepantserde ijzeren

stoomschepen te ontwikkelen voor de marinevloten, een wapenwedloop die heel snel ging. De Warrior heeft

daarom relatief kort gediend en was al na een paar jaar verouderd. De sterke romp heeft later als opslag voor

torpedo’s gediend en is gebruikt voor olieopslag. Het heeft 100 jaar verwaarlozing overleefd en is

uiteindelijk herkend als waardevol erfgoed, het enig overgebleven ijzeren oorlogsschip uit die tijd. Na

een acht jaar durende restauratie is het schip naar Portmouth gesleept en kan worden bezichtigd.


























De Japanse marine was toevallig met drie schepen op een goodwill bezoek. Een van de schepen, de Isoyuki,

was opengesteld voor het publiek. Het is interessant hoe een modern oorlogsschip eruit ziet in

vergelijking met de historische schepen. Iedereen werd met een saluut begroet en bij de bewapening stond

uitleg over de werking ervan.
Tegewoordig kan je alle informatie gewoon op internet vinden, dus je mocht gewoon fotograferen aan

boord.



















We houden onderwijl de weerberichten in de gaten. Er komt een einde aan het mooie weer, dus denken we

erover om maar weer eens wat verder te gaan varen. Eerst blijven we hier nog een dag voor wat klussen.

Een genualier piept en loopt stroef na alle zoute douches van de laatste oceaanoversteek. Ook moeten we

weer eens water tanken, diesel bijvullen en wat boodschappen doen.

Medina River en dobberen naar Portsmouth

Als we op weg gaan naar Folly Inn en net buiten de haven zijn horen we een enorm gekraak. Aan de andere

kant van de rivier probeerde een boot weg te varen terwijl hij stroom mee had en door de wind naar de

steiger werd geblazen. De boegspriet van de boot waar hij naast lag werd met geweld ingeschoven en de

windgenerator van de ene boot bleef achter het anker van de andere boot hangen.





Bij de Folly Inn liggen we langszij mensen uit Wales, zij willen over twee jaar een grote reis gaan

maken en vinden het leuk om onze verhalen te horen. We worden uitgenodigd bij hun aan boord en drinken

gezellig een biertje en wijntje. De dames hebben na zes uur borrelen drie flessen wijn soldaat gemaakt

en Joke voelt zicht toch ietwat tipsie. Terug op Beluga ligt ze al snel in haar bed en valt meteen in

een diepe slaap.
De volgende middag zwaaien we Tony en Frances uit, het is prachtig om te zien dat mensen een droom

hebben en die ook willen waarmaken.






’s Middags volgen we het Public Footpath stroomopwaarts richting Newport. Het is eb en we zien veel

vogels rondscharrelen op de drooggevallen delen. Het is een prachtige wandeling en onderweg zien we een

oud vervallen raderschip. Later zien we in de Folly Inn op een tekening waarop het schip is afgebeeld.

We vieren daar met een uitstekende maaltijd dat Bas nu helemaal klaar is met school. Hij heeft goede

cijfers gehaald en we zijn trots dat het hem gelukt is de discipline op te brengen om zijn schoolwerk

onderweg te doen.

































Maandag varen we naar Portsmouth, er staat een heel klein beetje wind. We hijsen de zeilen en kunnen

net aan de tegenstroom dood varen. We hebben de tijd en dobberen in het zonnetje op de Solent.
Iets na zeven uur ’s avonds liggen we in Haslar Marina. De afwas hebben we onderweg al gedaan en we

zitten al gauw met een kopje koffie in de kuip en maken een praatje met een Nederlandse zeilers.






Morgen gaan we met de ferry naar de overkant en de museumschepen en de stad Portsmouth bekijken.

Cowes

Eergisteren zijn we naar Cowes gevaren, nadat we nog een extra dagje zijn blijven liggen in Newtown

River vanwege Johans verkoudheid. We hebben heerlijk liggen niksen, lezen en genoten van de rust van het

water en de vogels. Nu achteraf blijkt dat we niet eens een foto hebben gemaakt. We hebben inmiddels een

dag of tien geleefd op de bootvoorraden en vers brood zelf gebakken. Goed om in Nederland niet met te

veel oude voorraad opgezadeld te zitten.
Onderweg naar Cowes kwamen we een zeilwedstrijd tegen van Swan 60’s. Zij zeilden al kruisend op de

Solent tegen de weinige wind sneller dan wij op de motor voeren. Op gegeven moment heeft Johan maar even

ingehouden om de boten voor te laten gaan, bij een groene boei gingen ze overstag om vervolgens in

minder dan 30 seconden hun spinaker te hijsen. Een mooi gezicht hoe alle poppetjes snel in actie komen

en daarna weer aan de hoge kant gaan zitten om tegengewicht te bieden aan de schuin liggende zeilboot.









We meren af in East Cowes Marina. West Cowes is volledig volgeboekt wegens allerlei zeilevenementen die

hier gaande zijn. Cowes is een soort zeilersmekka. Je ziet hier dan ook van alles varen, van 100 jaar

oude zeilboten tot de modernste hightech racers.

De volgende dag gaan we Cowes in.
De vorige keer dat we hier waren is al weer 9 jaar geleden, de jongens herinneren zich er nog wel wat van. We hebben uit die tijd 2 foto’s uit de oude doos gehaald.








Met de chainferry (een zich aan kettingen voortbewegende veerpont) kan je als voetganger gratis naar

West Cowes. De kettingen zijn nodig omdat de ferry dwars op de getijdenstroom moet oversteken en aan de

oevers moet blijven liggen. Met de verschillende waterstanden door de eb en vloed is het een eenvoudige

oplossing. Je moet wel oppassen als hij gaat varen dan worden de kettingen strak getrokken, dat is geen

goed moment om met je eigen boot nog even voorlangs te gaan.




In West Cowes zitten veel historische winkels en restaurantjes. Je vind hier natuurlijk ook Beken of

Cowes, de beroemde scheepvaart-fotograaf. We wandelen naar de Parade, de weg langs de Solent, en we

schrikken ons een hoedje. Net als we de bocht om komen gaat er een kanon af. Er wordt daarmee een finish

van een zeilwedstrijd aangegeven. Er staat daar een hele rij glimmend gepoetste kanonnetjes voor dat

doel. Boven in een terras van een kasteeltje zitten streng kijkende mannen met verrekijkers alles te

noteren. We horen de door de finishlijn varende zeilnummers afroepen.
De oude pier die is gereserveerd voor de koninklijke familie is inmiddels verdwenen. Er is een nieuw

haventje voor het Royal Yacht Squadron gebouwd.



















We lunchen in een oud restaurantje. Ze hebben veel lekkere taartjes. Joke gaat vervolgens, tot groot

genoegen van Tim en Bas, winkeltje in winkeltje uit en scoort twee leuke tasjes met nautisch tintje. Met

de chainferry gaan we weer terug naar de oostoever en via de supermarkt gaan we weer naar de boot. Er

liggen veel Nederlanders in de haven en we hebben Belgische buren gekregen. Morgen gaan we even

stroomopwaarts naar Folly Inn. Als dat vol is, dan gaan we vermoedelijk naar Portsmouth.















Het is nog steeds mooi weer, volgens de Britse nieuwsdienst is het zeven jaar geleden dat het zo lang zo

warm is geweest. Ook berichten ze over bosbranden wegens de droogte. We zien op de weerkaarten en de

gribfiles dat het vanaf woensdag hier gaat veranderen. Een paar storingen zullen voor neerslag gaan

zorgen en de wind gaat naar het westen. Dat is de goede kant op voor Nederland …

Kon Tiki

— verstuurd via Iridium 16/07/2013 14.30 UTC Newtown River, Wight.

We zijn nog een paar dagen extra blijven liggen bij Brownsea Island. Het blijft alle dagen vrijwel windstil en de verkoudheid heeft nu ook Johan te pakken, Joke is weer opgeknapt. De Jan van Gent kwam weer langs en de jongens mochten een paar dagen met een radiografisch bestuurde modelzeilboot spelen. Dit heeft ze geinspireerd om een vlot te maken dat halve wind kan varen. Hele middagen zitten ze op het strand met takken en grassprieten te rommelen. Gistermiddag is er een kiel van leisteen aangemaakt en een roer aangehangen, omdat bij proefvaarten het vlot bij te veel wind omviel en erg verlijerde. De kiel heeft dit verholpen. Het vlot heeft inmiddels de naam Kon Tiki gekregen.





















We hebben nog rode eekhoorns gespot in de avond. Het is dan heerlijk rustig op het eiland en je hoort alleen de vogels en het geritsel van de eekhoorns. Ze zitten hoog in de bomen en je komt er achter dat er eentje zit, doordat er steeds snippers naar beneden vallen als hij een denneappel zit te slopen.




Vanmiddag zijn we aangekomen op Newtown River op het eiland Wight. We ankeren op het oostelijk deel dat Clamerkin Lake heet. We beginnen nu steeds meer vakantiegangers tegen te komen. We hebben net opnieuw geankerd toen er een plekje vrijkwam, we lagen volgens ons gevoel en de dieptemeter toch te ondiep en we weten niet of er stenen op de bodem liggen of alleen modder.
Morgen gaan we weer naar de bewoonde wereld om boodschappen te doen en een leuk restaurantje op te zoeken om te vieren dat Bas gister zijn laatste toets heeft gemaakt.

— verstuurd via Iridium