Lowestoft

Tijdens ons verblijf hier halen we herinneringen op aan onze eerdere bezoeken aan de marina. Voor de eerste keer waren we hier samen in 1986, alweer 36 jaar geleden. Met Tim en Bas nog een keer in 2014, het jaar na ons Rondje Atlantic. Het gebouw van de Royal Norfolk & Suffolk Yacht Club is nog niets veranderd, alleen de damestoiletten en -douches zijn ietsje minder luxe (vroeger met hoogpolig tapijt) en verplaatst naar de begane grond. Donderdag maken we een leuke wandeling door Lowestoft en doen wat boodschappen.

















Daarna is het tijd om te bezien wat we verder gaan doen. Het weerbericht laat een aantal dagen een mooie aflandige wind zien, waarmee we goed noordwaarts kunnen zeilen. De afstanden zijn groot en veel jachthavens zijn droogvallend met laag water. We vinden dat niet zo’n goed idee, dus kiezen we een aantal mogelijke havens uit. De eerste is Whitby, met een ingang die bij laag water niet diep genoeg is. Als we gemiddeld 5 knopen (zeemijl per uur) varen, kom je er na ongeveer 30 uur aan. Bij een vertrektijd van 09.00 uur komt dit mooi uit rond hoog water. Mocht dit niet lukken dan hebben we nog een aantal alternatieven verderop voorbereid. Eventueel zouden we dan zelfs een tweede nacht door moeten/kunnen. Vooralsnog gaan we uit van Whitby, ongeveer 145 mijl noordwaarts. (Voor de rekenaars: een zeemijl is 1,852 kilometer).

Middelburg – Lowestoft

Zaterdag is Joke naar het Brei- en Haakfestival in Arnemuiden geweest, slechts vier minuten met de trein vanaf Middelburg. Gezellig met anderen kletsen over patronen en wolletjes en natuurlijk ook nog een en ander ingeslagen. Johan vermaakte zich op de boot met het vervangen van de lijnen voor de stootwillen, een geduldig werkje om de ogen en uiteinden netjes gesplitst te krijgen.






Na de herfstige pinksterdagen zien we een weergaatje op dinsdag ontstaan in de verwachtingen. De langere termijn laat de mogelijkheid open om na Lowestoft naar het noorden te gaan. De getijdenstromingen dicteren de tijdstippen van vertrek, in ons geval dinsdagochtend rond 08.30u. Dit betekent dat we maandag 2e pinksterdag in de stromende regen de “blauwe golf” van 12.37u oppakken. Er is een serie bruggen die vanaf dat moment redelijk vlot zullen opengaan. Om 11.37 lagen we te wachten voor de eerste brug. Een uur te vroeg blijkt na het oproepen van de brugwachter, dus meren we tijdelijk weer af in Middelburg. Het waait hard en als Johan de boegschroef wil gebruiken om de boot in bedwang te houden, blijken de rubberen knopjes afgescheurd te zijn. Enigszins grumpy moet de schipper dus weer ouderwets manoeuvreren.


De blauwe golf is toch nog wat stroperig, omdat collega schippers de neiging hebben om veel te ver voor een brug te stoppen. De brugwachter doet de brug dan niet open omdat het verkeer anders nodeloos lang moet wachten. Uiteindelijk komen we in de stromende regen in Vlissingen aan en vinden gelukkig een prima plekje bij de watersport vereniging.

Dinsdagochtend liggen we tegen 08.00 uur bij de sluis die heel vlot draait. Op het geplande moment varen we buitengaats. Johan houdt de boot gaande in de buitenhaven en Joke ruimt alle stootwillen en landvasten op. Joke heeft maandag een route in de kaartplotter (een soort TomTom voor op zee) gezet. Daar hebben we nu veel gemak van. Ter hoogte van de monding van de Westerschelde ligt een hele grote windfarm waar we niet doorheen mogen, behalve een smalle corridor. Voor je daar bent zijn er ook nog een aantal geulen tussen zandbanken om veilig doorheen te komen. Het was een hele puzzel om uiteindelijk een route te vinden. Dit stuk was grotendeels tegen een langzaam afnemende westenwind in, dus konden we slechts een klein stuk zeilen. Het kostte drie uur om tussen de windmolens door te varen.






Daarna komt de scheepvaartroute met nog een soort denkbeeldige rotonde en een aantal afslagen die de schepen de mogelijk geven om koers te zetten naar Zeebrugge, Antwerpen, Rotterdam of verder noordwaarts. Als jachtje moet je dit gebeuren haaks oversteken. Daarvoor moeten we eigenlijk weer een paar uur omvaren. Er waren niet veel schepen in de buurt, dus hebben we het enigszins haaks overgestoken langs de rand van de “rotonde”. Er lag een Coast Guard schip op wacht die afwachtte wat we gingen doen. Kennelijk was het goed genoeg, want na verloop van tijd ging hij weer verder. Later, op een rustig moment, hijst Johan alvast de Britse beleefdheidsvlag en de gele douane vlag. Die laatste is vanaf de twaalfmijls zone verplicht, op straffe van forse boetes. We zien geen “gele-vlag-flitspalen” midden op zee, maar we doen het toch maar.



Het is inmiddels tegen de avond en Johan kookt een maaltijd, die we gezamelijk in de kuip verorberen. Het duurde langer dan verwacht, maar uiteindelijk konden we zeilen. De windvaan stuurde weer als vanouds. We hebben nu pas ons wachtschema laten ingaan, vanwege de nauwlettende navigatie door alle belemmeringen voor de pleziervaart op de Noordzee. Uiteindelijk schieten we iets te goed op, omdat we in donker dreigen aan te komen. Dit is tegen onze principes, dus besluiten we om de genua weg te rollen in de inmiddels behoorlijk toegenomen wind. We maken daarbij een oude fout: we laten het zeil klapperen en de fokkeschoten draaiden hoog boven de boot om elkaar heen. In 2012 hadden we in de Golf van Biskaje al geleerd dat je dat niet zo moet doen, maar ja, weer een gezamenlijk seniorenmomentje zullen we maar zeggen. We kunnen het zeil wel gewoon inrollen. Op alleen het dubbel gereefde grootzeil (onze standaard seniorenstand) en de kotterfok liep de boot nog altijd rond de vier knopen. Johan versliep zich voor zijn wacht van 03.00 uur, dit omdat zijn telefoon ondanks vliegtuigstand toch was omgeschakeld naar de Britse tijd. We varen langzaam genoeg om na een prachtige zonsopkomst met het eerste daglicht de aanloopboeien van Lowestoft te verkennen.





Op de marifoon, kanaal 14, vraagt Joke de verplichte toestemming om de haven te mogen binnenlopen. Het is rustig op dit vroege tijdstip dus zet de zeer beleefde havenmeester de lichten op groen. Moe maar voldaan meren we af bij de Royal Norfolk en Suffolk Sailing Yacht Club. Johan belt de National Yachtline om onze komst aan te melden (ook een verplichte handeling). We gaan daarna eerst maar eens slapen. Pas rond 12 uur (oh ja, 11 uur Britse tijd!) worden we wakker. Johan begint eerst maar eens de verplichte spreadsheet versie van formulier C1331 in te vullen en mailt het naar de daarop vermelde adressen. Nadat dit met weer een belletje naar de National Yachtline nog eens werd doorgenomen moeten we uiteindelijk door de Border Force nog voor immigration gecleared worden. Hoopgevend is dat deze binnen 14 dagen contact moet opnemen. Tot die tijd mogen we formeel de boot niet verlaten en de gele vlag niet strijken. Heel ontdeugend wandelen we toch naar het kenmerkende clubgebouw en melden we ons aan bij de Yacht Club voor twee nachten. Gelukkig meldt de vriendelijke dame daar dat “you will be fine, als long as you have send in the details”. Tot onze verbazing ontvangen we echter binnen een paar uur al de clearance via email. Johan heeft altijd een hekel aan dat douane gedoe, maar moet bekennen dat dit toch netjes en vlot is afgehandeld.
We eten in het clubgebouw een fish and chips om de goede afloop te vieren.





Middelburg

Na Willemstad varen we via het Volkerak naar Sint-Annaland, het is een saaie tocht op de motor. Via twee jachtensluizen komen we op zout water terecht. De eerste jachtensluis wordt ook door de beroepsvaart gebruikt waarbij er nog eentje voordringt. Daardoor konden wij er niet meer bij en moesten wij bijna twee uur wachten. In Sint-Annaland doen we wat klusjes, boodschappen en varen de volgende dag via de Oosterschelde en het Veerse Meer naar Middelburg.






Middelburg is een gezellige stad, we zoeken de eerste dag een friettentje op en zijn verrast door de sfeer en het lekkere eten.






De volgende dag maken we een stadswandeling, het is verrassend waar we allemaal langskomen. Fraaie geveltjes, prachtige bloemen, nauwe steegjes en veel oude namen uit de tijd van de West-Indische Compagnie.














We blijven hier een paar dagen liggen vanwege de voorspelde harde wind. We vermaken ons prima en hebben nu de tijd om de website bij te werken, een nieuwe routeplanning te maken en te relaxen in het zonnetje.


Zuid of noord?

We zien de windverwachtingen steeds weer veranderen. Het wisselt tussen een mooi matig windje mee in het Engels Kanaal tot een stevige windkracht 5-6. De route naar Zuid Engeland is aanvankelijk heel smal, door de vele windfarms, scheepvaartroutes die onlangs zijn veranderd en gebieden waar je niet meer mag varen wegens werkzaamheden. We zijn wat vermoeid en zo’n stevige wind met vlagen ruim over de 30 knopen zien we nog niet zitten op een eerste nachttocht. Onderstaand plaatje geeft een beeld van waar de Noordzee in is veranderd en de puzzel voor de pleziervaart om hier veilig doorheen te komen. Dit is een stukje van de kust voor Zeeland.



Het gevolg is wel dat we een aantal dagen moeten wachten op rustiger weer. Het weerbeeld is nu dat de route naar het noorden weer voor de hand komt te liggen. Het ziet ernaar uit dat we eerst richting Lowestoft zullen gaan en daarna verder via de Britse oostkust omhoog in een aantal etappes. De verwachtingen zijn steeds weer anders, dus blijven we de ontwikkelingen momenteel maar volgen. Onderwijl genieten we van de rust en van wat Middelburg en omgeving te bieden heeft.


Seniorenmomentje

Uitgerekend op de koudste en natste dag sinds weken vertrekken wij vanuit Leimuiden zuidwaarts. De boot is de afgelopen weken gesopt, bevoorraad, technisch in orde gemaakt en volgestouwd met spullen en kleding voor alle seizoenen. Zorgvuldige studie van het weerbericht zorgt ervoor dat we ervoor kiezen de “staande mastroute” richting Zeeland te gaan. De optie om naar het noorden te gaan wordt geblokkeerd door een opeenvolging van windstiltes en wind tegen.





We overnachten na de eerste dag in Gouda, nadat we de spoorbruggen over de Gouwe zijn gepasseerd. De volgende ochtend varen we de haven uit en wil Johan doodleuk weer dezelfde spoorbruggen passeren. De navigator was even haar tanden poetsen, gelukkig lette Joke wel op en konden we na dit seniorenmomentje nog net op tijd omkeren richting de sluis. De sluis draaide onverwachts vlot. Dat was maar goed ook, want we waren nogal onvoorbereid vertrokken. Pas onderweg bedacht Joke om eens de brugtijden op te zoeken voor Alblasserdamsebrug en de brug bij Dordrecht. Dankzij het vlotte begin waren we precies op tijd om beide bruggen te halen. Een kwartiertje later en we hadden vele uren moeten wachten op een volgende opening.






Tegen zessen meerden we af in de stadshaven van Willemstad, na een mooie dag varen. We besluiten onszelf te trakteren op een heerlijk etentje in dit pittoreske vestingsstadje.








Lege nestsyndroom of …?

Het afgelopen jaar hebben beide matrozen het nest verlaten. Toen de laatste in het voorjaar verhuisde kwam bij mij (Joke) een beeld naar voren dat ik vlak voor ons Rondje Atlantic ook had gehad. Tijdens het opruimen stuitte ik op oude aantekeningen gemaakt in de jaren na de reis. Dit samen heeft geresulteerd in een artikel dat ik heb geschreven vanuit een persoonlijk gevoels- en gedachten perspectief. Veel leesplezier met deze terugblik op de afgelopen reis en de jaren erna.


Winter 2020/21

Na drie jaar op de Oostzee te hebben gevaren vinden we het tijd om de boot weer op de wal te laten overwinteren. Het geeft weer eens de gelegenheid voor wat extra onderhoud. We hebben twee soorten antifouling in gebruik. Een harde soort voor op de waterlijn en een zachte voor verder onder water. Het is komisch om te zien waar de schelpjes zich het liefste aan hechten.






In februari kregen we wat sneeuw, een mooie gelegenheid om eens wat leuke plaatjes van de boot te schieten!





Lockdown

Change of plan. We hadden het voornemen om in 2020 voorbereidingen te treffen voor een tweede rondje Atlantic. Dat liep even anders: ineens was er geen land ter wereld meer waar je spontaan mocht aanmeren en verblijven. De horizon was ineens op slot. Wij besloten om de zomer op de Westeinder door te brengen.



We kennen het gebied nog niet zo goed. Een ontdekkingstocht met de bijboot brengt ons in een mooie omgeving waar het op de hele warme zomerdagen goed toeven is.



We genieten van mooie zonsondergangen en van de natuur. Een grote zwerm vogels is zich in de nazomer aan het voorbereiden op wat er komen gaat.





Naar de thuishaven

Vooral in het zuiden van Nederland trekken veel onweersbuien over, maar bij ons blijft het lekker weer. We genieten van een rustig en warm weekeinde, dat hebben we wel verdiend na vier dagen zeilen en weinig nachtrust. Uiteraard ontbreken de voor ons traditionele kibbeling en ijsjes uit Enkhuizen niet.








Maandag om negen uur varen we uit, een beetje bijtijds in de hoop dat de sluis niet al te druk zal zijn. Die opzet slaagt, we liggen met zes boten in de sluis. Eenmaal door de sluis kunnen al gauw de zeilen erop. De wind is eerst bijna zuid, zodat we op Lelystad afkoersen. In de verte zien we de nieuwe Markerwadden liggen. Gaandeweg draait de wind naar zuidwest, zodat we steeds verder kunnen bijdraaien en uiteindelijk keurig op koers naar de ingang van het IJ liggen.








Af en toe valt de wind bijna helemaal weg. Ondanks dat het rustig is op het Markermeer ziet een zeilboot toch kans om hardnekkig op ramkoers te blijven liggen. Wij hebben voorrang volgens de aanvaringsregels, maar besluiten uiteindelijk toch maar uit te wijken. De schipper zit op de kajuit van zijn boot te eten. Hij laat zijn boot op de stuurautomaat sturen en let niet op of er ook nog andere boten varen.

Tussen Marken en de ingang van het IJ zien we twee keer een boot die bijna stil ligt. Een zeilt en de ander vaart op de motor en slaat achteruit. Johan kijkt eens over boord en ziet het gevreesde Fonteinkruid. Dit zijn waterplanten die het varen in grote delen van het Markermeer heel moeilijk maken. Onze langkieler heeft er niet veel last van, zo lang we zeilen en de schroef stil zetten. We wijken voor de zekerheid maar wat uit richting de geul van de scheepvaartroute. Daar worden de waterplanten regelmatig verwijderd door een soort varende grasmaaiers.

De Schellingwouderbrug is tussen 16.00 en 18.00 uur gesloten. Het lukt ons om met maar een paar minuten speling de eerste brugopening na de sluiting te halen. Kort daarna varen we de Oranjesluis in. De grootste groep jachten vaart de noordelijk sluis in, die al snel vol raakt. Met een paar boten mogen we de zuidelijke sluis gebruiken, zodat we zonder vertraging kunnen schutten. Het laatste stuk gaat over het Noordzeekanaal naar Zaandam, waar we vroeg in de avond afmeren. Beluga is weer thuis!











We kijken terug op een geslaagde tocht en zijn tevreden over de samenwerking. Joke en Johan hebben de afgelopen drie zomers laten zien dat ze de Beluga goed met zijn tweetjes aankunnen en hebben het heel gezellig aan boord gehad.

Over het IJsselmeer naar Enkhuizen

Met een zucht van verlichting varen we de sluis uit en ankeren in het ruime gebied achter de Afsluitdijk, nadat we eerst bij de jachthaven van Makkum brandstof hebben getankt. Er liggen heel wat boten voor anker, maar er is volop ruimte. Hier liggen we eindelijk veilig, denken we. In de wind op het voordek komen we de rest van de dag en avond comfortabel door. Het is warm, maar heel wat koeler dan de recordwarmte elders in het land. We zien nog een reddingshelikopter rondcirkelen. Later horen we dat helaas iemand is verdronken, nadat ze zich op een opblaasbare zwaan een kilometer uit de kust had laten drijven. Een tweede persoon kon nog wel worden gered. Jammer genoeg onderschatten mensen nog altijd de gevaren van het open water.












We controleren de laatste weerberichten, die voor het noorden nog altijd een rustige nacht aangeven. Midden in de nacht trekt de wind plotseling stevig aan. Joke kijkt op de buienradar en ziet dat er boven Noord-Holland onweer overtrekt. Johan checkt de positie op het ankeralarm. We liggen nog op onze plek, maar we willen voor de zekerheid wat extra ketting uitbrengen, zodat het anker wat beter belast wordt. Onderwijl ontsnappen we wederom aan een aanvaring. Een niet goed verankerd jacht drijft op vrij korte afstand aan ons voorbij. Pas na een lang attentiesignaal komt de bemanning in actie. Wij starten de motor en ondanks de harde wind en fikse golven lukt het om beheerst meer ketting te zetten. Het moet voorzichtig gebeuren, omdat er enorme kracht op staat. De procedure is meer dan alleen wat extra ketting uitstromen. We gebruiken een speciale haak met een schokdemper (een zogenaamde duivelsklauw) om de krachten op te vangen. Die moet tijdelijk eerst los en naderhand weer vast. Johan bestudeert nog de positie van enkele andere jachten (één daarvan was de avond tevoren ruim anderhalf uur bezig om zijn anker te laten houden, allerlei beginnersfouten makend). Enkelen liggen zonder ankerlicht, met een donkere romp zijn ze nauwelijks zichtbaar!

De volgende ochtend staat er een stevige oostenwind. We gaan ankerop en hebben een mooie zeiltocht naar Enkhuizen. We krijgen daar in de Compagnieshaven een prima plek toegewezen, veilig, koel en met leuk uitzicht op het Zuiderzeemuseum. Sinds Helgoland hebben we elke dag gevaren en geen ongestoorde nachtrust gehad. We besluiten om het weekeinde te blijven, ook omdat de vooruitzichten onzeker zijn over de plek waar het naderende onweer gaat toeslaan.