Van Bequia naar St. Lucia

We blijven het weekeinde nog in Bequia. Ten eerste heeft dat eiland een beetje ons hart gestolen en ten tweede moeten bij het uitklaren anders overtime betalen

(dat laatste is uiteraard van ondergeschikt belang voor Hollanders). Het is vanaf Bequia tegen de wind niet goed mogelijk om in een keer langs St. Vincent naar

St. Lucia te varen. De afstand is daar te lang voor. Dus hadden wij een slim plan bedacht. We klaren uit in Bequia, lekker gemakkelijk in een efficient

kantoortje. De uitklaring geldt voor 24 uur, dus als we een tussenstop maken in Wallilabou Bay op St. Vincent en we vertrekken van daar uit naar St. Lucia dan

zijn we nog steeds legaal bezig.

Dat plannetje was echter iets te slim, zo bleek al gauw. Er lag een passagierschip van Club Med in Bequia. Die loosde sloepen vol passagiers af op de

aanlegsteiger (de jetty). De customs officer klaarde ons uit, maar voor de paspoorten bleef het hekje voor het kantoortje ernaast geloten. De immigration

officer was aan het stempelen op de jetty. Dus moesten we wachten. Het duurde een half uur (caribische tijd) en een Amerikaan werd steeds bozer en ijsbeerde

zowat de tegels uit de vloer. Hij zou het wel eens met de Prime Minister opnemen. Enfin, na een poosje kwam dan eindelijk de immigration officer en kregen we

ons exit stempel in de paspoorten.





We gingen onderweg naar St. Vincent en kwamen na een erg fraai zeiltochtje over vlak water aan in Wallilabou Bay.
Binnen de kortste keren hadden we een stuk of vijf boatboys (of liever gezegd boatmen, want ze waren al wat ouder) tegelijk aan de boot. We waren nog bezig met afmeren en we hebben ze zo snel mogelijk afgepoeierd.





Wallilabou Bay is de locatie waar delen van een paar films van Pirates of the Caribean zijn opgenomen.
Een aantal, inmiddels flink vervallen, onderdelen van de flimset zijn er nog steeds als een soort museumpje.





We gingen aan een mooring met een lijn naar de

verroeste palen van een ingestorte jetty. Het geld voor de mooring kregen we terug als we in het restaurant gingen eten. Een beste smoes om daar dus maar aan

toe te geven.





Het was niet al te duur en heerlijk! Overigens hadden we in Wallilabou gewoon kunnen uitklaren bij een douanebootje dan aan het einde van de

middag de baai aandoet voor dit doel. Ons slimme Bequia-plannetje was niet nodig geweest.

Naast ons aan de volgende mooring lag een zeilboot met een dame alleen. De boot was ontmast. Johan maakte een praatje en het bleek gisteren gebeurd te zijn. De

giek en de zeilen had ze nog kunnen redden, maar de mast hing op twee plaatsen gebroken en geknikt naast de boot. De uiteinden voor en achter boven water en in

het midden een meter of vijf onder water. Johan bood hulp aan en ze vroeg of we wat waardevolle spullen van de mast konden slopen, twee goede lieren en vier

maststeps bij de top.




De volgende ochtend vroeg gingen Johan, Tim en Bas aan de slag. Het lukte met enig geknoei vlak boven het wateroppervlak om alles van de mast te halen, zonder

dat er onderdelen in het water vielen. Bijna alles was klaar voor haar verdere plannen en we konden verder niets meer doen. Ze was van plan om Wallilabou te

verlaten en in diep water de mast te laten zinken en dan op de motor in etappes naar Grenada te varen voor reparatie. De Canadese dame was erg blij dat de

schade dankzij onze hulp enigszins beperkt was en was ons erg dankbaar. We namen afscheid en wensten haar het allerbeste.




Wij hadden nog altijd een mijl of 40 tegen de wind voor de boeg. De pilot schrijft over de noordkant van St. Vincent: more than a little gusty en more than a

little bumpy. Een acceleratie van de wind langs de 1000 meter hoge vulkaan en valwinden veroorzaken dit. We vertrokken met dubbel gereefd grootzeil en

kotterfok op motorzeilend hoog aan de wind. En inderdaad: het ging al gauw flink tekeer. Toen we net een beetje vrij kwamen van de vulkaan (Soufriere) liep een

squall net achter ons langs en die ook weer heel veel wind gaf. En na een uurtje liep een tweede squall voor ons langs met hetzelfde effect. Al met al kregen

we vier uur lang ongeveer windkracht 8 om onze oren.





We moesten de kotterfok zelfs half inrollen.





De afstand tussen de twee eilanden is vrij groot, en de tweede helft van de tocht kalmeerde alles ineens. Blauwe lucht en nauwelijks wind. Om een uur of vier

meerden we af aan een mooring (dat is min of meer verplicht hierzo) bij het stadje Soufriere op St. Lucia. De zuidelijke helft van St. Lucia is helemaal tot

nationaal park verklaard met bijna overal een verbod op ankeren, of met strikte restricties. We willen op St. Lucia wel het een en ander gaan bekijken en

denken een weekje te blijven.