Äknö

Woensdag is het tijd om weer te gaan varen. In onze boekwerken vinden we een ankerplaatsje, op een mijl of 12 van Stockholm met de naam Napoleon Viken op het eiland Äknö. We varen er heen en kunnen zelfs nog een poosje zeilen. We vinden een plekje achterin een baai en gooien het anker uit. We liggen hier goed, alleen komt een Zweed wel heel dicht naast ons liggen. Als in de nacht de wind wegvalt drijven we heel dicht naar elkaar toe. Het gaat maar net goed.






Donderdag blazen we de bijboot op en gaan Joke en Bas het eiland verkennen. Hoog op een rots kijken ze uit over de baai. In totaal beklimmen ze 3 toppen, waarbij Joke bij de laatste afhaakt. Bas heeft op de laatste en hoogste top een schitterend uitzicht over de omgeving.
























Stockholm

Vanaf Rastaholm is het nog een mijl of twaalf naar de havens van Stockholm. We moeten zeven bruggen en een sluis passeren. Vier bruggen zijn hoog genoeg, drie bruggen moeten worden geopend voor ons. Langzaam aan varen we langs steeds meer stedelijke bebouwing en we komen uiteindelijk bij de eerste brug en roepen hem op met de marifoon op kanaal 12. Na 20 minuten gaat de brug open en varen we door naar de sluis. Een aantal kajakkers varen naast en achter ons en roepen ons aan. Of ze met ons mee mogen door de sluis. Ze volgen ons als kuikentjes achter een moedereend. Als we net afgemeerd zijn gaat de sluis al open. Ook de hemel gaat open want en we krijgen een gietbui over ons heen. De tweede brug die open moet ligt over de sluis, dus daar hebben we geen oponthoud aan. De derde brug ligt net na de sluis en die gaat ook na 20 minuten open.






We varen het drukke hoofdvaarwater op en steken dat over naar de Navishamn. We besluiten daar één nacht door te brengen, in de ijdele hoop dat deze iets goedkoper is dan de Wasahamn die een stukje verderop ligt. We maken een wandeling door het nabij gelegen park.



Maandagochtend varen we door naar de Wasahamn, waar we ons achteruit net aan in een ligplaats kunnen persen. Aan stuurboord moeten we een klein stootwilletje gebruiken, omdat de grote er niet tussen past. In de loop van de ochtend komt Patrik aan boord, een Zweedse vriend van Bas. Ze hebben samengewerkt bij Ocean Explorers, de duikschool op Sint Maarten. Het is een leuk weerzien en omdat hij in de buurt van Stockholm woont kan hij ons rondleiden. We maken een wandeling door de stad en zien het koninklijk paleis, de oude stad, het gemeentehuis waar de uitreiking van de Nobelprijs plaats vind en de woning van de premier. Patrik kan ons veel vertellen over de stad en dat maakt het erg interessant. Aan het eind van de dag gaan we uit eten met zijn vieren.










De volgende dag gaan we eerst naar het Vasamuseum. De Vasa is een oorlogsschip dat in 1628 is gezonken. De proefvaart duurde niet lang, want al na ongeveer 1000 meter helde het schip over in een windvlaag. Voor de ogen van het publiek liep het schip vol door de openstaande geschutspoorten en zonk. Het zou het grootste oorlogsschip van die tijd geweest zijn, maar het slechte ontwerp zorgde ervoor dat het schip instabiel was. De kapitein probeerde nog te waarschuwen, maar onder politieke druk moest hij toch uitvaren.

Het schip heeft ruim 330 jaar onder water gelegen. Omdat het water hier brak is en vrij koud, bleef het heel goed bewaard. Het is in 1961 gelicht en het staat nu, vrijwel helemaal compleet in het museum. Het is heel bijzonder om een kijkje in het leven van die tijd te krijgen!
























’s Middags komt Patrik weer en gaan we naar Gröna Lund, het pretpark dat naast de haven ligt en waar vooral veel Zweden komen en weinig toeristen. Het is een bijzonder leuke combinatie van kermis attracties en pretpark attracties. We doen een vijfkamp. We kiezen vijf onderdelen uit, schiettenten, meppen op omhoog komende obstakels, katapult schieten en dergelijke. We hebben de grootste lol, omdat we de punten op een lijst bijhouden. Bas wint uiteindelijk met overmacht. Hij heeft zelfs de highscore van de dag bij een soort bazooka schietspel! Daar houdt hij een knuffeldier aan over. We eten in het park en drinken nog wat. Aan het einde van de dag gaan we nog eens langs de bazooka tent en mag Bas het papier met zijn highscore meenemen. ’s Avonds laat nemen we afscheid van Patrik en gaan we tevreden slapen. We hebben, mede dankzij Patrik, een hele leuke tijd in Stockholm gehad!
























Bas komt aan boord!

We blijven een extra dag voor anker liggen in Ringsön-Hummelviksfjärden. Het is mooi weer en er is weinig wind, geschikt om eens met het bijbootje op verkenning uit te gaan. We blazen de bijboot op met de elektrische pomp en hangen de nieuwe buitenboordmotor eraan. Kalmpjes pruttelen we door het gebied met een flink aantal eilandjes en kleine doorgangetjes. We gaan nog een poosje op een eilandje aan wal en picknicken met een flesje water en wat notenrepen. Tot onze verbazing hebben ze hier ook “boatboys”. Een fikse rubberboot met een grote buitenboordmotor komt langs, gevuld met manden brood, ijs en nog wat dagelijkse benodigdheden. Het is kennelijk een populair plekje hier. Voor het eerst deze reis hebben we een aangename avond, zodat de Cobb weer eens tevoorschijn wordt gehaald. We zitten gezellig te BBQ’en kletsen totdat de zon ondergaat.




















Vrijdag is het tijd om naar Södertälje te varen. We vertrekken vroeg in de ochtend, in het begin is het windstil en later kunnen we op de fok nog een flink stuk zeilen. Onderweg zien we een merkwaardig wit eiland, alsof het kerst is en net gesneeuwd heeft. Het is volledig door vogels in beslag genomen.










De gastenhaven ligt heel handig op een paar honderd meter van het station. Ze zijn de steigers aan het vernieuwen, dus de haven maakt een redelijk nette indruk. Het begint hier natuurlijk wel wat meer industrieel te worden, omdat we dicht bij Stockholm zitten. Johan maakt een foto van een stoomscheepje. Het blijkt een bijzonder scheepje te zijn, gebouwd in 1880. Het is het oudste door een schroef aangedreven stoomschip ter wereld met nog originele machine. Het maakt nog steeds rondvaarten met pasagiers. Bas komt aan met de trein vanaf het vliegveld en we gaan uit eten om zijn aankomst te vieren. We kletsen lekker bij en gaan daarna naar de boot.






Zaterdag wordt de hele dag regen verwacht, dus Bas mag uitslapen. De regen blijft uit, dus gaan Joke en Johan toch maar varen. We gaan langs de brandstofsteiger, door de sluis en de daarachter liggende brug van 15 meter hoog moet voor ons open. Het gaat allemaal heel vlot. We zitten nu op een deels natuurlijke doorvaart en deels een uitgegraven kanaal dat leidt naar het uitgebreide merengebied achter Stockholm. Het land rijst hier vier milimeter per jaar. In de ondiepste delen was daarom de natuurlijke doorvaart uiteindelijk niet meer bevaarbaar. Dat is de reden dat het kanaal is gegraven.



Als het smalle deel van het kanaal voorbij is, mogen we weer zeilen. Op het fokje varen we naar een leuk haventje genaamd Rastaholm. Het is erg vol, omdat een vloot van een zeilwedstrijd hier is afgemeerd. Als we aan een hekboei liggen, vertelt de havenmeester dat het een ligplaats van een lid van de vereniging is en moeten we weer weg. We vinden uiteindelijk nog een plaats langszij een groot zeiljacht. We zijn inmiddels nog maar een mijl of 13 westelijk van het centrum van Stockholm. Morgen willen we daarheen gaan!

Leermomentje

In onze boeken over de Zweedse scheren staat gedetailleerde informatie over ankerplekjes tussen de eilanden. Wij kiezen nummer 23, oftewel Lilla Trässo, niet ver van de plaats Oxelösund. We vertrekken bijtijds uit Arkösund en varen eerst nog in de regen. Gelukkig komt even later het zonnetje weer tevoorschijn en rond het middaguur komen we bij onze ankerplek aan.






We scharrelen langs onder water liggende rotsen en miniatuur eilandjes en vinden een kleine ruimte om te ankeren. De Zweden doen dat anders, zij gooien een anker aan de achterkant uit en maken de boeg vast aan een rots, maar wij vinden dat nog een beetje eng. We gaan dus op de voor ons vertrouwde manier voor anker.






Het nadeel van gewoon ankeren zoals wij nu doen is dat, als de wind draait, de boot ook meedraait en inclusief de lengte van de ankerketting een flinke draaicirkel heeft. We hebben overal voldoende ruimte, alleen voor ons ligt een rots aan het wateroppervlak iets te dicht bij. We dubbelchecken het gedetailleerde weerbericht van de SMHI nog eens en we zullen alleen wind rond noordwest krijgen.



Als we hebben gegeten willen we nog eens rustig in de kuip genieten van de natuur om ons heen. Het is bijna windstil geworden. Plotseling komt er wind uit het zuidoosten, uitgerekend de enige richting die we niet kunnen gebruiken. De boot drijft naar de andere kant en loopt met een zacht tikje aan de grond tegen de rots aan het wateroppervlak. We starten de motor en halen snel het anker op. Enigszins geschrokken en ook een beetje met het schaamrood op de kaken druipen we af en varen in het late avondlicht naar de haven van Oxelösund. Het is goed afgelopen en we hebben een lesje geleerd: reken er altijd op dat de wind de verkeerde kant op kan draaien, ook als het weerbericht beweert dat het niet gebeurt.



De volgende dag gaan we naar een andere ankerplek, genaamd Ringsön-Hummelviksfjärden. We zorgen weer dat we er rond het middaguur zijn en vinden op een soort binnenmeertje een prima plek.






Er liggen zes andere boten, maar er is meer dan genoeg ruimte. Het vakantieseizoen is hier ook begonnen. In de loop van de avond liggen er 28 boten voor anker. Overdag schijnt de zon en genieten we van de rust in de kuip. Het doet bijna aan als een Caribisch ankerplekje, ware het niet dat aan het eind van de middag begint te regenen en het flink afkoelt. Vannacht wordt het maar negen graden. Morgen zou het weer zonnig moeten worden, dus we nemen ons voor om hier nog een dag te blijven. Er is veel te ontdekken hier, de bijboot moet morgen maar eens te water!






Arkösund

Vrijdag 30 juni is een regendag. De verwachte zondvloed blijft uit, maar terwijl we lekker chillen in de kajuit horen we bijna de hele dag de regendruppels op het dek tikken. We blijven vier dagen in Valdemarsvik liggen om te wachten op beter weer en zijn niet alleen. De steiger heeft maar één paal met aansluitingen voor elektriciteit. Zeilers zijn inventieve lui, dus worden met allerlei verdeelstekkers toch alle boten aangesloten, met een spinneweb aan snoeren als gevolg.



Zondag is het dan zover, het weer knapt op en er schijnt een zonnetje tussen de wolken. We staan om half zes op en varen uit. De route loopt weer tussen de scheren. Om een stuk af te snijden wijken we af van de met boeien en bakens aangegeven hoofdroute. Met de kaartplotter en de kaart gaat dat prima. ’s Middags komt er nog wat wind en kunnen we het laatste stuk zeilend afleggen.






Om half drie meren we af in Arkösunds Gästhamn. We willen eerst aan een hekboei bij de plaatselijke watersportvereniging gaan liggen, maar die is nogal klein en onze zware boot trekt hem helemaal onder water. Johan vertrouwt het niet en wil toch aan één van de steigers van de passantenhaven achter ons gaan liggen. Een Nederlandse boot die naast ons aan de hekboei afmeerde volgde ons voorbeeld.

We blijven maandag drie juli nog liggen. We doen een wasje, gaan lekker douchen en zien dat zelfs boten hier schoongemaakt worden in de wasstraat!



Er staat weer veel wind, met uitschieters tot windkracht zeven. De komende dagen ziet het weerbericht er wat beter uit. We duiken met onze neus in de boeken en zoeken een aantal ankerplaatsen op. We willen nu wel eens in wat anders dan een jachthaven gaan liggen. Hopelijk gaat dat lukken!

Vrijdag komt Bas aan boord, dus de planning voor de komende week houdt ook er ook rekening mee dat we dan uitkomen op een plek die goed met het openbaar vervoer is te bereiken. We gaan mikken op Södertälje, zuidwestelijk van Stockholm.

Valdemarsvik en Code Oranje

De volgende dag varen we door naar Valdemarsvik. We worden nu beloond met een hele leuke zeiltocht. Af en toe is er te weinig wind en moet de motor bij, maar we kunnen toch veel zeilen. Een groot deel gaat tussen de eilandjes en rotsen door. We zien op een eiland honderden aalscholvers en zelfs reigers met jonkies, een prachtig gezicht.










Valdemarsvik ligt achterin een ruim 10 mijl diepe fjord en op het fokje varen we voor de wind naar binnen tussen de beboste oevers met soms steile rotswanden. Het ligt niet voor de hand om hier helemaal in te varen, maar met de steeds dreigender wordende weerberichten kiezen we voor de beschutting van de diepe fjord. We zijn niet de enige zeilers die hiervoor kiezen. Ook Zweden, Denen, Duitsers en Nederlandse boten liggen hier. Valdemarsvik is een dorpje dat schilderachtig gelegen is tegen de rotsen aan het einde van de fjord. Het is ontstaan als vissersdorp. Enkele oude bootjes herinneren hier nog aan.













We bereiden ons voor op een paar dagen cocoonen. De site van SMHI (de Zweedse KNMI) geeft code oranje voor het gebied om ons heen en er wordt 10 centimeter regen in twee dagen voorspeld en harde wind. Donderdag zou onze eerste “cocoondag” worden, maar het is zonnig en er is weinig wind. Op zee is er nog wel een waarschuwing voor “moderate gale” (windkracht 6 to 7), maar bij elke update van het weerbericht schuift de regen naar een steeds later tijdstip. Voor vrijdag wordt nog een flinke hoeveelheid verwacht en we gaan er bijna op hopen dat het ook echt gaat gebeuren. De weerssituatie is kennelijk erg complex met een heleboel lagedrukgebieden die om een plekje vechten in ons gebied. Het is afwachten welke er gaat winnen.

We kunnen dus een leuke wandeling door het dorp maken en komen een oude schipper op een oud bootje tegen. Het is een voormalig zeilend vrachtscheepje van 88 jaar oud. In 1945 is er een motor ingezet, die het nu nog altijd doet. De oude schipper verzorgt het schip tot in de puntjes en verteld hoe hij met ladingen timmerhout, aardappels en uien heeft gevaren. Er kan 18 ton vracht in. Langs de waterlijn zitten koperen platen. Deze dienen als versterking tegen het ijs. Hij vertelt, dat als het eerste ijs zich vormt op het water, dat hij dan nog naar de thuishaven kan varen, dankzij deze versterking langs de waterlijn. We wandelen en pokemonnen nog wat en we kopen “Söppie”, de nieuwste pluche mascotte voor de boot. Voorlopig liggen we hier goed en we vermaken ons best!
















Västervik

Er is nauwelijks wind als we Figeholm verlaten, een 60 mijl lange tocht naar Valdemarsvik is dus niet zo aantrekkelijk. We motoren naar Västervik, de eerste stukjes door de scheren dienen zich hier aan. Je kan nog niet helemaal binnendoor, een deel van de route gaat over open zee. Daar ziet Joke een zeehond achter de boot. Hij blijft lang boven water een kijkt ons nieuwschierig na. Västervik is een haven waar soms ook wat beroepsvaart komt. Er zijn drie plaatsen om af te meren, wij kiezen voor de jachthaven van de plaatselijke watersportvereniging.






We zijn tot de ontdekking gekomen dat onze boeken over de Zweedse scheren vrij globaal zijn. We willen meer gedetailleerde informatie. Je moet hier echt weten tussen welke eilandjes je wel of niet kan varen, of de bodem geschikte ankergrond is en dergelijke. Västervik is een vrij grote plaats en we hopen hier een paar boeken te vinden over het scheren gebied. We worden naar de boekhandel verwezen. Als we daar naartoe wandelen, komen we langs een soort zeepkisten race. Dat is hier een jaarlijks terugkerend feest. Een hellende straat is voorzien van hindernissen van strobalen en de bestuurders van de karretjes moeten hier langs. Een afvalrace bepaalt wie de uiteindelijke winnaar is. Erg vermakelijk om te zien!






Onze boekhandel zit aan dezelfde straat en weinig hoopvol lopen we naar binnen. Tot onze verbazing vinden we precies wat we zoeken. Een van de boeken is zelfs in het Engels. Johan leest naderhand op een website van Engelse zeilers dat dit een van de “must have” boeken is, en dat het boek inmiddels is uitverkocht en niet meer wordt herdrukt. Wij hebben geluk dat er voor ons nog een op de plank lag!



Figeholm

Voor zondag en maandag is harde wind voorspeld, op maandag zelf “code geel” voor het zeegebied “Central Baltic” waar wij ons in bevinden. Figeholm is een leuk dorpje in een mooie omgeving. Dit alles is voor ons reden genoeg om tot en met maandag in Figeholm te blijven. Joke gaat aan de slag met de was en krijgt het prompt aan de stok met Duitse collega zeilsters, die hun was veel belangrijker vinden dan de medemens. Johan ruimt het achteronder leeg en spant de in het voorjaar vernieuwde stuurkabels aan. Met onze chinese wifi-antenne kunnen we ’s middags de race met Max Verstappen bekijken, heerlijk knus samen op de bank.



Het wordt regenachtig en vrij koud. Als we maandag opstaan gaat de kachel zelfs even aan om alles een beetje op te warmen. Er ligt naast Figeholm een natuurreservaat met wandelpaden, maar de ene na de andere regenbui klettert op de boot. Uiteindelijk vatten we moed en trekken de wandelschoenen aan. We willen er toch even op uit. Na een paar regenspetters valt het tijdens de wandeling reuze mee. We volgen de bospaadjes, soms voor onze “ervaren” woudlopersogen nauwelijks te onderscheiden van de rest van het bos. Gelukkig staan er gekleurde paaltjes die een beetje aangeven waar we heen moeten. Het wordt een rondje van een kilometer of acht volgens onze onvolprezen iPhone apps. Het is een mooi bos, dat vroeger voor de omliggende dorpen diende voor timmer- en brandhout. Kennelijk wist men destijds hoe je een bos gebruikt zonder het uit te roeien, want het is prachtig bewaard gebleven.
























Voor donderdag en vrijdag en mogelijk zelfs nog een paar dagen daarna wordt heel harde wind voorspeld. Donderdag een noordoosten storm en vrijdag een zuidwesten storm. Lekker handig, omdat je lang niet overal beschut ligt tegen alle windrichtingen. We pakken de kaarten en de boeken erbij en na enig gepuzzel komen we tot de conclusie om dinsdag richting Västervik te gaan, een mijl of dertig noordelijk van hier en dan woensdag door naar Valdemarsvik, (of dinsdag zelfs in één keer naar Valdemarsvik). Dit ligt helemaal achterin een diepe smalle fjord, wat toch genoeg beschutting tegen de storm zou moeten bieden.

Kalmar – Borgholm – Figeholm

Kalmar is een vrij grote stad en de omgeving van de haven is niet al te mooi. Handig voor wat klussen en een korte wandeling door het oude binnenstadje, maar verder kan het ons niet heel erg bekoren. We wonen al een paar weken op de boot en net als thuis moet er af en toe dus wat huishoudelijk werk vericht worden en de boot heeft ook wat klein onderhoud nodig. Donderdag is het vrijwel windstil en dus gebruiken we die dag voor de klusjes. De lucht is ook heel droog, dus kan het beddegoed ook eens lekker luchten. De schroefas krijgt wat vet (en Johan’s t-shirt een vetvlek), het oliepeil van de motor wordt gecheckt, de kombuis ontdaan van de koffie die er gister doorheen vloog alsgevolg van een pittige windvlaag. Het lijstje wat we gisteren maakten wordt nu keurig afgewerkt.



Het stadsdeel van Kalmar ligt tussen restanten van oude vestingmuren en hier en daar staan nog heel oude houten huizen uit die tijd. Na een korte wandeling houden we het voor gezien en chillen we nog wat aan boord.



De volgende dag is het ook windstil, maar varen we toch maar door naar Borgholm. Dat is de hoofdstad van het langerekte eiland Öland. Het is een vrij korte tocht van een mijl of 15. Even ten zuiden van de haven ligt een kasteel, dat dient als zomerverblijf voor de koninklijke familie. In de haven liggen veel grote jachten, kennelijk is het hier geliefd bij de Zweedse jet-set.






Vandaag is het de dag waarop het midzomer feest wordt gevierd. Dat is een feestdag, die hier uitgebreid wordt gevierd. Onze buren eten in de kuip met vaasjes bloemen op tafel. De jeugd vermaakt zich bij gehoorbeschadigende oorverdovende muziek. Na wat voorprogramma’s begint het eigenlijke feest om 10 uur en is ’s nachts om drie uur pas afgelopen. Voor ons een onrustige nacht, maar ach, een keer feest moet ook kunnen.






In de nacht regent het vrij veel, maar zaterdagochtend is het droog. We varen bijtijds uit en zetten koers naar Figeholm. Daar beginnen de eerste Zweedse scheren. We varen eerst voor de wind, met uitgeboomde fok. Later komen er nog wat regenbuien over, met de nodig windstoten. De wind draait ook en nog net op tijd halen we de boom weg en gaat de boot er op een aandewindse koers vandoor.






De wind draait daarna naar west en wordt vlagerig, tussen de 7 en 25 knopen. Johan gaat daarom maar op de hand sturen en Joke zorgt voor de navigatie. De aanloop naar Figeholm loopt tussen een grote hoeveelheid rotsen en mini-eilandjes door. De Zweedse scheren beginnen hier.






In Figeholm meren we weer af aan een hekboei met behulp van onze nieuwe haak. We blijven hier zondag liggen en zullen afwachten hoe het weer zich ontwikkelt. Het gaat zondag en maandag naar verwachting hard waaien, dus vermoedelijk hebben we hier een paar rustdagen. De omgeving is hier mooi, dus dat is allerminst een straf!

Kristianopel – Kalmar

We blijven een dagje in Kristianopel. Het is een klein dorpje (met 81 inwoners!) en een fascinerende geschiedenis. In het begin van de 17e eeuw is hier zwaar gevochten tussen de Denen en de Zweden. Net ten noorden van Kristianopel heeft ooit de grens tussen Denemarken en Zweden gelopen. Omstreeks 1611 zijn de Denen er uitgeknikkerd en is het uiteindelijk Zweeds geworden. Verschillende kenmerken herinneren aan deze periode. Zo zijn er restanten van fortificaties te vinden die aan de bloedige periode herinneren. Deze periode staat in contrast tot het heden, alles ademt nu rust en vrede.

We maken een leuke wandeling door de omgeving en ontdekken dat Kristianopel op een langgerekte landtong ligt, temidden van diverse eilandjes en andere uitlopers van het vasteland. In de bossen heb je het gevoel alleen op de wereld te zijn en genieten we van de rust, de vogelgeluiden en de wind die ruist door de bomen.

Ons besluit om nog een dag te blijven wordt ook ingegeven door het weer. Het is zonnig, koud op het water en warm op het land, maar vooral winderig, tot windkracht zeven. De volgende dag is de wind wat afgenomen en varen we door naar Kalmar.



Aan het einde van de geul die naar buiten leidt zetten we zeil en kunnen we in de vlagerige noordwesten wind nog net koers houden naar Kalmar. We varen nu tussen het vasteland en het nogal bizarre eiland Öland. Dit eiland is maximaal een kilometer of 15 breed en ruim 100 kilometer lang. Het vaarwater, de Öland Sund, heeft her en der nogal wat ondiepten, dus moeten we blijven opletten op de boeien. De wind varieert nogal, draait heen en weer en is vlagerig. Dit zijn geen goede omstandigheden voor Arie (windvaan) of Ray (stuurautomaat), dus gaan we op de hand sturen. In de fikse windvlagen gaat Beluga er met een flinke vaart vandoor, dus al met al hebben we een vlotte zeiltocht en gaat de motor pas vlak voor Kalmar aan als we de zeilen moeten strijken.










Na een kleine 30 mijl lopen we de haven van Kalmar binnen en vinden we helemaal achterin een plekje aan een boei, met de boeg naar de wal. Kalmar is een vrij grote stad. Het is niet echt charmant om in deze haven te liggen, maar een ijsjes-tent op 10 meter voor de boot maakt veel goed. Er is hier een goed gesorteerde watersport winkel. We hebben nog een zeekaart van het gebied tot Stockholm nodig en willen ook een haak op de kop tikken, waarmee de Zweden de boeitjes in de haven eenvoudig oppikken. Wij besluiten profi-Zweeds te worden en schaffen ook zo’n haak aan. Laat de rest van de boei-oppik-haventjes maar komen!