Voorbereidingen

De oversteek naar de Azoren komt steeds dichterbij, dus blijven we aandacht besteden aan de

voorbereidingen. We nemen dit serieus, omdat deze oversteek de langste is tot nu toe en bovendien onder

heel wat minder zekere omstandigheden als de passaatroute op de heenweg. De lijst is tot 38 punten

gegroeid.

Alleen al de provisie inventartiseren en aanvullen kost een paar dagen. Met het autootje schuimen we de

supermarkten af naar de door ons gewenste produkten. We vinden alles van onze gading en hebben een paar

auto- en bijbootladingen vol ingeslagen. Op wat last minute verswaren na zijn we compleet tot de Azoren

en voor een deel zelfs tot aan Nederland.















De terugreis houdt een mogelijkheid in van langdurige windstiltes, afhankelijk van de omstandigheden

(vornamelijk afhankelijk van de ligging van het Azoren hogedrukgebied en de ligging van de windluwe zone

tussen de passaat en de depressieroutes). Daarom adviseert men om extra brandstof mee te nemen. We

schaffen bij een grote supermarkt jerrycans aan. Samen met hergebruik van al aanwezige jerrycans kunnen

we zo 200 liter diesel meer meenemen dan op de heenweg (totale voorraad nu 510 liter).







Daarnaast is er ook een grotere kans op storm onderweg. Hiervoor hadden we in Nederland al afgesproken om

een extra maatregel te nemen. We willen twee “verdedigingen” hebbben: bijliggen zoals we onderweg naar

Guadeloupe al hadden getest en als tweede middel een zogenaamde drogue. Dit is een geval dat je achter je

boot aansleept om voor een storm uit weglopend de snelheid van de boot onder controle te houden. We

vinden dezelfde drogue als aanbevolen in Nederland, maar wel voor een behoorlijk lagere prijs! Dat valt

weer mee. We schaffen nog een 80 meter lange 16 mm tros aan om de drogue aan te slepen. Dit is nodig

omdat een droge een volledige golflengte achter de boot moet komen om goed effect te hebben. Johan richt

het in met voorloopketting en splitst een oog met kous aan de lijn voor de verbinding aan de ketting.

Een lichtschakelaartje in de wc moet worden vervangen, dieselfilters van de motor vervangen (de diesel is

overigens nog behoorlijk schoon, zonder een spoor van vocht of bacterievorming), het wierfilter van de

motor wordt nog eens schoongemaakt, de bijboot wordt geplakt, we gaan alle reddingsmiddelen nog eens

extra nalopen, enzovoort. Overigens kwam in een bakje onderin de bilg ineens een levende krab terecht die

uit het wierfilter was gevallen. Dit werd door Joke met gepast gegil gevierd.








In de watersportwinkel komen we de bemanning van de Ostrea tegen, die ons vertelt dat er die avond een

“Nederlandse” borrel in de bar “Lagoonies” is. Bas wil eerst nog langs de duikschool, Joke nog zwemmen in

Maho Beach. Als we terug willen er is zowaar een giga file, dus keren we om en rijden het hele Lagoon

rond om de bar vanaf de andere kant te bereiken. Het wordt een gezellige avond.

Overigens valt ons op dat er veel, heel veel auto’s zijn op Sint Maarten. We hebben de grootste moeite om

een auto te spotten die geen krassen en deuken heeft. Zelfs nieuwe auto’s hebben kennelijk binnen de

kortste keren de nodige beschadigingen op de bumpers. Die zitten er niet voor niets op zo te zien. Het

lukt Johan om onze auto (die ook rondom onder de krassen zit) de hele week zonder extra schade te

besturen.

Al met al doen we heel wat onderhoud en resteert er nog een en ander. We zijn nog even zoet, maar

vermaken ons verder best in Marigot.
Tussendoor doen we ook nog een beetje toeristisch. We bezoeken Pic Paradise, het hoogste punt van St.

Maarten en wandelen door Front Street en Back Street in Philipsburg.





















Duiken met haaien

Joepie, vandaag de foto’s van de duikschool gekregen, veel kijkplezier!

Tim en Bas haddden een leuke duikschool op Sint Maarten uitgezocht en aangezien we een autootje hebben gehuurd is het nu een mooi moment om te gaan duiken. Als we echter in het autootje zitten en Johan vraagt waar hij heen moet rijden weten we het eigenlijk niet meer. Bij toeval zien we een duikschool ‘Ocean Explorers’ bij Simson Bay waar we dan maar even stoppen. Dit lijkt ons ook een goede duikschool en bovendien doen ze ook een ‘shark dive’. We maken snel een afspraak voor een gewone duik en de shark dive erna.

De dag van de duiken is aangebroken en we gaan snel op pad, we hebben er echt wel zin in!
De eerste duik is een duik bij ‘Old Bridge’, de oude brug van Simson Bay die volgens geheel traditionele Caribische wijze is gedumpt vlak buiten de baai. Eromheen heeft men nog enkele zeilbootjes afgezonken waar we ook even langs zullen gaan.
We zijn nog nauwelijks beneden aangekomen of we zijn al een rog zwemmen. We zwemmen naar de brugdelen toe waar nog een rog op ons ligt te wachten. Dit blijkt een hele tamme rog te zijn, hij zwemt met plezier naar ons toe, om ons heen en komt op onverwachte momenten weer opduiken. Duikinstructeur Jeff heeft een fotocamera mee en maakt hele professionele foto’s. Verder zien we nog twee hele dikke murene’s, een blenny en een Great Barracuda van toch echt wel twee flinke meters!




We zwemmen verder naar een onherkenbaar klein wrak toe waar een krab in het zand zit. Jeff heeft wat gras geplukt wat de krab met alle macht zijn holletje in probeert te trekken. Dit is een leuk schouwspel waar we even lekker van genieten, prachtig dat onderwater leven!
Als we verder zwemmen naar het eerste zeilbootje maakt Jeff foto’s van een schelp… wat kan daar nou zo bijzonder aan zijn? Als we dichterbij komen zien we dat het een heremietkreeft is.
Wanneer we bij het eerste zeilbootje aan zijn gekomen maakt Jeff een foto van ons van binnenuit. Bas raakt met zijn pink een stukje vuurkoraal aan wat de komende dagen nog zal irriteren, maar zo heel erg is het nou ook weer niet. De duikinstructeurs raken het met regelmaat aan, het is net alsof je een muggenbult hebt alleen jeukt het niet zo. Het zeilbootje ligt schuin op zijn kant en is behoorlijk aangegroeid met allerlei kleine koraalstukjes.



Onderweg naar het tweede zeilbootje zien we meerdere porcupinefishes, een aantal Dog Snappers een school van tien barracuda’s en nog een hoop losse roofvissen.
Bij het tweede zeilbootje kijkt jeff door een gat naar binnen, maar Bas tikt hem snel op zijn schouder, een grote felle platvis (peacock flounder)! Jeff maakt onmiddelijk een paar mooie foto’s.







Eén van de andere duikers kijkt naar binnen en ziet een grote lobster in het hoekje van de voorpunt, Bas kan een schim van de lobster zien door zijn lenzen, maar Tim kan hem helaas niet onderscheiden in het donker. Bovendien zien we nog een kleine blenny, deze visjes zijn ongeveer 2 cm lang en hebben een doorsnee van enkele millimeters. De instructeur houd zijn pen van zijn schrijfbordje vlak bij de blenny en de blenny haalt er meerdere keren naar uit. Super leuk om zo’n miniem visje in actie te zien! Hierna keren we weer terug naar de boot.

Het waait hard vandaag en er komt een squal recht op ons af, maar voor de shark dive moeten we toch echt twintig minuten recht tegen de wind in varen. Een van de duiksters wordt zeeziek en gaat op de plaats van bestemming snel het water in om weer bij te komen. Als we net aan de mooring liggen komt er een klein containerschip recht op ons af, gelukkig besluit hij om bij te sturen.

We gaan naar beneden waar een paar rotsblokken liggen zodat die ons op onze plek kunnen houden en we niet te veel zand opwoelen. Ze zijn niet bedoeld om achter te schuilen. Willy is een grouper die bevriend is met de duikschool, hij is er elke duik weer en ziet er geniaal uit als hij stil zit op de bodem. Willy zit dus ook deze duik de hele tijd erbij en zit geruime tijd naast Tim mee te kijken. Meteen zwemmen de eerste haaien al om ons heen en ze komen niet zo’n klein beetje dichtbij ook! De haaien variëren van een halve meter tot vier meter en zijn, als je ze van heel dichtbij bekijkt, grijs gespikkeld van boven en wit van onder. Hun ogen zijn hetzelfde als die van ons, een pupil in oogwit, maar Willy bijvoorbeeld heeft een compleet grijs oog. De haaien hebben rugvinnen die naar achter toe los van hun rug zitten zodat ze kunnen sturen. Af en toe vraag je je af of je niet even aan de kant moet als een haai recht op je af komt zwemmen, maar meestal zwemmen ze net tien centimeter boven je langs. Jeff en Danny maken wederom weer geweldige foto’s en filmpjes. Jeff heeft metalen handschoenen aan om zich te beschermen tijdens het voeren. Hij prikt vissenstaarten op een pin en speelt met de haaien. Het is werkelijk ongelofelijk om te zien hoe één hij is met de haaien. Wanneer de haaien de vissenstaart proberen te pakken geleid Jeff ze langs ons heen en natuurlijk is het onvermijdelijk dat wij als toeschouwers af en toe een klap van een staart krijgen. De kracht die die beesten bezitten is echt giga groot. Jeff pakt zo nu en dan met zijn handschoen een haai bij zijn bek en speelt ermee alsof het knuffelbeesten zijn.






Na de voersessie zwemmen we over het rif heen terug naar de boot. Hoewel het rif ook mooie dingen te bieden heeft blijven de haaien ons toch het meest interesseren. De haaien blijven in de buurt en zelfs als alleen Bas en Danny nog in het water zijn komt een kleine haai nog even gedag zeggen. Wat was dit een bijzondere, gave en vooral onvergetelijke ervaring!!!

Eenmaal boven maken de duikinstructeurs los van de mooring en drijven we op de wind een stukje in de goeie richting terwijl Jeff ons dingen vertelt over haaien. Het algemene beeld van de haai is zo ongeveer het volgende: een gevaarlijk roofdier dat meer kwaad dan goed doet. Het is in werkelijkheid toch echt anders. Wereldwijd gaan er per jaar (gemiddeld) 10 mensen dood aan haaien, 200 door bliksem en 500 aan vallende cocosnoten. En waarom maken me dan wel films zoals “Jaws” maar geen films als “The coconut killer”?
Zo vertelt Jeff dat er sportvissers waren die op haaien visten hier op Sint Maarten. Bij de duiken die Jeff echter maakte zag hij steeds vaker afschuwelijke beelden, haaien die uitgescheurde kaken hadden en nou ja… de details zullen we je besparen. Jeff maakte hier een hoop foto’s en video’s van om bewijsmateriaal te verzamelen. Hij is samen met de duikschool naar de overheid van Sint Maarten gestapt en sinds drie jaar is het vissen op haaien dan ook verboden.

Jeff zei ons ook het volgende: “Je vraagt je zeker af waarom er zoveel vissen rond de haaien zwemmen zonder dat ze worden opgegeten?” Dit komt omdat haaien alleen de zieke en zwakke vissen eruit pikken. Dit kunnen ze aanvoelen en zo houden ze het ecosysteem op peil. De gezonde vissen laten ze met rust.
Jeff had nog een mooi voorbeeld over Zuid-Afrikaanse vissers. De vissers zagen dat de haai veel tonijn at en dus dachten de vissers: als wij nou de haaien gaan vangen, dan kunnen we meer tonijn vangen. Toen het aantal haaien echter afnam bleek dat de tonijn niet meer naar de kust kwam. Het aantal andere roofvissen steeg namelijk en de voedselbron van tonijn, sardientjes, nam sterk af. Nu komt de haaienpopulatie weer op gang en begint alles zich weer te herstellen.

Toen Jeff klaar was met vertellen stonden we allemaal een beetje verbouwereerd te kijken naar elkaar: krijg nou wat joh, hij heeft nog gelijk ook! Sinds onze duik- en snorkelervaringen is onze kijk op zeedieren dan ook behoorlijk veranderd, met name van haaien. Echt waar, het zijn magnifieke zeebeesten.
Een van de andere duikers zag tijdens de duik een haaientand vallen en had hem opgeraapt. Hij laat hem even rond gaan en zegt: “Maybe the boys would like to have it?” Wij wisten niet hoe gauw we “Yes please!” moesten zeggen. Nu hebben we naast hele mooie herinneringen ook nog is een haaientand als cadeau! We besluiten dat deze duik toch echt wel heel hoog in de top drie komt!






Fun en klussen, St. Maarten

We hebben een auto ter beschikking en het is zondag. Wat doe je dan? We gaan uitwaaien op het strand!
Bij Maho Beach ligt het begin van de start- en landingsbaan pal naast het strand. Landende vliegtuigen

komen laag over en de grotere startende vliegtuigen veroorzaken een complete zandstorm op het strand.

Natuurlijk is het de bedoeling dat je zo dwaas bent om daarin te gaan staan. Nou dat hebben we geweten,

we worden gezandstraald en van het strand afgeblazen de zee in.
Bas denkt nog slim te zijn en zich achter een heuveltje zand te laten vallen, maar ook daar was het niet

veilig. Dus zo hard als je rennen kunt naar het water en onderduiken.
Johan wordt gezandstraald op zijn rug en doet bij een tweede blast wijselijk zijn t-shirt aan.
Het is een leuke bezigheid en we hebben veel lol. Na afloop drinken we nog een sundowner. ’s Avonds zijn

we lekker uitgewaaid en zit het zand nog in ons haar.





























Maandagochtend, begin van de nieuwe werkweek. Tim is nog niet genoeg uitgewaaid en wordt door Johan de

mast in gehesen voor inspectie. Hij controleert alle verstaging en aanhechtingspunten. Alles is oke en

dus weer een vinkje op de klussenlijst.







Snorkelen in het donker

Tim en Bas hadden al een tijdje het idee om een keer in het donker na zonsondergang te snorkelen. We

hadden verwacht dat we bij Anguilla een leuke plek hadden kunnen vinden, maar helaas het water was erg

troebel. Bij Grand Case, Sint Maarten hebben we echter meer geluk: er is een rots, Rocher Creole, die

een beschermt baaitje vormt waar moorings liggen.
Bij aankomst in Grand Case waren we al eventjes langs de rots geweest om er te snorkelen en we vonden

dat deze plek geschikt was voor onze nachtelijke snorkeltrip.

Joke besluit toch om mee te gaan en om half acht vinden we dat het donker genoeg is (de zon gaat om half

zeven onder). We stappen in de dinghy en varen zo’n 12 minuten van Grand Case naar Rocher Creole. Daar

aangekomen is het even zoeken, maar we vinden toch een mooring, achteraf bleek dat er nog een aantal

dichterbij waren maarja… in het donker zie je niet zo heel veel. Rocher Creole lijkt in verhouding

veel groter dan overdag, terwijl andere rotsen weer kleiner lijken. We vinden het toch wel spannend, het

donkere water is toch niet zo super aantrekkelijk en toen we aan kwamen varen sprongen er een hoop

vissen om ons heen, een roofvogel komt ook nog even kijken wie er een nachtelijk bezoek brengt aan

Rocher Creole.
Tim en Bas gaan als eerste het water in en vinden uit dat er een heleboel kleine visjes op de lamp

afkomen en ook tegen je aan zwemmen. Het zijn er zoveel dat je er af en toe helemaal gek van wordt. De

grote vissen zijn echter schuwer en blijven liever uit het licht. Overdag heb je bepaalde vissen,

genaamd Sergeant Major, die in tientallen om je heen zwemmen, ’s nachts is het water echter vrij leeg.







Ze zitten voornamelijk tussen koraal en onder rotsjes, ook zij zoeken dus een holletje op. Verder zien

we nog een stuk of 7 Caribbean Reef Squid (inktvis) en nog een aantal andere grote vissen.
Het valt ons eigenlijk tegen dat er relatief weinig te zien valt. Ook de verhoudingen onder water zijn

heel anders: je denkt dat je veel dichterbij de rotsen bent dan dat het in werkelijkheid is, het lijkt

veel ondieper en sommige stenen zijn groter of juist kleiner. Na zo’n drie kwartier te hebben gezwommen

gaan we terug naar de dinghy en gaan Bas en Joke nog een klein halfuurtje zwemmen. Na nog geen 20 meter

te hebben gezwommen zien we een slapende Parrotfish met nog een kleinere vis, die onder zijn vin ligt te

slapen. We roepen Tim terug en laten ook hem nog
even dit wonderlijke spektakel zien.








We gaan weer verder en zien niet heel veel meer, slechts een aantal grotere vissen en natuurlijk de

hele hoop kleintjes om de lamp heen. Om een uur of tien zijn we weer terug op de Beluga en besluiten we

dat dit een hele leuke ervaring is geweest, maar om het nou vaker te doen… misschien wel een nachtduik

met een instructeur erbij. Ook is het plan om de volgende dag nog even met zijn vieren te gaan snorkelen

voordat we terug naar Marigot Bay gaan.

Rond half negen in de ochtend worden we wakker geroepen door de Port Police. Wat krijgen we nou weer? We

krijgen te horen dat we in de weg liggen voor de aanloop van het vliegveld. Er hebben al meerdere

vliegtuigen geklaagd over een bootje dat in de weg ligt. Uhm… oké, we gaan maar meteen weg. Bas haalt

nog even een paar baguettes terwijl de rest alvast het anker ophaalt. Bas komt precies terug als de

anderen net klaar zijn en na de dinghy vast te hebben gemaakt gaan we weer naar Rocher Creole. Het is

maar een klein stukje varen en we zijn er dan ook snel.





We springen in het water en zien weer een heleboel mooie dingen. Johan ziet onder andere een murene, een

porcupinefish en enkele angelfishes. Tim en Bas vinden een Great Barracuda en twee schildpadden en

natuurlijk zien we allemaal nog een hoop ander koraal.















Na de lunch gaan Tim, Bas en Joke weer snorkelen en zien een groep duikers die ze van het begin tot en

met het eind volgen. Zo gaan we redelijk ver, zwemmen tussen behoorlijke golven en zien we mooie vissen.

We ‘freediven’ (duiken zonder flessen en als je adem nodig hebt ga je weer naar boven) naar de duikers

toe en de duikers zijn dan ook behoorlijk verbaast als Tim en Bas langs komen op 10 meter diepte. Eén

duiker heeft een onderwater camera en maakt een foto van Bas.

Joke ziet een rare vis wat echter een Porkfish blijkt te zijn, deze vis komt zelden voor in de Carieb.

Op de terugtocht zien Tim en Bas een Hogfish. Dit is een vis met drie lange stekels op zijn kop, als Tim

en Bas ernaartoe duiken zien ze hem van een rode kleur naar een wit/grijze kleur veranderen… heel

bijzonder en gaaf om te zien.



Gran Case

Op het fokje varen we door naar Gran Case, eveneens aan de franse kant van Sint Maarten. Aan de noordkant van de baai ligt Roche Creole (volgens de Imray kaart heet die Roche Crole), waarvan staat aangegeven dat je daar aan de zuidkant kan ankeren en leuk kan snorkelen. Het blijkt dat er inmiddels moorings liggen. Van de gele moorings mogen we er een oppikken, wel zo makkelijk.

We springen overboord en zwemmen naar de rots. In eerste instantie lijkt het een beetje saai, maar naar mate we langer rondkijken zien we veel vissen die we nog nooit eerder hebben gezien. Ook is het koraal hier en daar heel mooi. Er vaart zelfs een glass-bottom boot af en aan met toeristen van de cruiseschepen uit Philipsburg.




























Na de snorkel actie lunchen we en varen de baai van Gran Case in. Er is weinig swell, dus kunnen we rustig ankeren. We hebben een paar maanden geleden besloten dat we omstreeks 7 mei willen vertrekken van Sint Maarten voor de grote oversteek naar de Azoren. We maken nu een week of twee pas op de plaats om dit voor te bereiden en om tussendoor Sint Maarten te bekijken. Deze tijd besteden we aan een grondige controle van de boot, onderhoud, inventariseren en herbevoorraden. We hebben een klussenlijst van zo’n 35 punten. We doen dit nu, mocht een controle iets aan het licht brengen, dan hebben we nog de tijd om het op te lossen.

We prijzen ons gelukkig dat we tot op heden nog geen enkel probleem hebben gehad. We zijn gezond, de boot vertoont geen enkel mankement. De controles leiden steeds tot de conclusie dat er niets mis is. Omdat we zoveel zelf hebben gewerkt aan de boot, ook constructieve delen hebben verbeterd en aangebracht, kijken we extra scherp. Alles is echter nog als nieuw. Geen haarscheurtje te bekennen. De boot is net zo solide als toen we uit Wassenaar vertrokken. Ook hebben we tot op heden geen enkele lekkage onderin, zelfs niet bij de schroefas. De bilges (laagste punt waar het water zich verzamelt) zijn zowel voorin als achterin volkomen droog. Alle elektrische aansluitingen glimmen nog als nieuw. Geen oxidatie te bekennen. Kortom “even afkloppen” en vooralsnog tevreden constateren dat onze vier jaar werk en voorbereiding zich nu lijken te lonen.















De komende dagen zijn we nog zoet met verdere checks en onderhoud. Ook willen we een autootje huren om de boodschappen te doen en rond te kijken. Als alles goed gaat hebben we de laatste paar weken dan verder vrij om nog wat rond te toeren. Wellicht nog naar Sint Barts, de jongens willen graag nog een keer naar Saba om te duiken, we zien wel.

Marigot Bay, St. Martin (France)

We zijn weer op St. Maarten, dat in tweeën is gedeeld. Een frans deel en een nederlands deel. Deze keer

ankeren we bij het franse deel, bij het stadje Marigot. Als we ingeklaard zijn gaan we het Fort Louis

bekijken. Het fort bestaat nu uit de restanten van het in 1789 gebouwde fort dat de stad moest

beschermen tegen de britse invasie. Vanaf het hoogste punt hebben we een fraai uitzicht over de baai en

het Lagoon. Ver onder ons zien we Beluga liggen in het blauwe-groene water. De Fransen hadden vanaf hier

inderdaad een goed overzicht over de aankomende Britten, hetgeen ook tot een overwinning van de Fransen

heeft geleid volgens de informatieve borden die bij het fort staan.





















Als we ’s middags even in het water duiken om af te koelen, zien we een Great Barracuda zwemmen die ons

af en toe volgt. Als Bas achter een andere vis aan is gezwommen en zich omkeert staat hij oog in oog met

de barracuda, hij schrikt zich een hoedje. Later zwemt de barracuda rond de boot en kunnen we veel

details zien.







Via e-mail maken we een afspraak met de Mero, da’s nog niet zo eenvoudig als het klinkt omdat we op de

boot geen wifi-verbinding hebben. ’s Avonds bij een restaurantje kunnen we een mailtje sturen en de

volgende dag roepen we ze op via de marifoon. Bij de supermarkt halen we weer een mailtje op met de

coordinaten van hun ankerplaats. Tim gaat in de nog steeds ietwat lekke dingy het Lagoon op en de rest

wandelt de afstand van ruim 4 kilometer. Er is veel bebouwing langs het water, waardoor het moeilijk in

te schatten is waar we zijn. Met de GPS van ons mobieltje komen we uiteindelijk op de goede plek

terecht. Gelukkig zien we net Tim komen aanvaren als we door de bush naar de waterkant zijn gelopen. Met

z’n vieren tuffen we naar de Mero.
We kletsen gezellig bij, we hebben elkaar in Mindelo (begin december) voor het laatst gezien. Even later

schuift ook Joris van de Cedo Nulli aan. We drinken koffie en lunchen met z’n allen in de kuip. Heerlijk

om de verhalen van de anderen te horen. Een paar uur later gaan we weer richting Beluga, Bas gaat met de

dingy en de anderen lopen het eind en doen onderweg nog boodschappen. Als we weer op de boot zijn, zijn

we moe en voldaan. Even op visite gaan is hier toch heel wat vermoeiender dan in Nederland.



















De volgende dag willen we een stukje doorvaren, naar de baai van Gran Case. Er is daar een rots die veelbelovend lijkt om te gaan snorkelen.

Relaxen op Anguilla (met foto’s)

Tweede Paasdag varen we van Crocus Bay weer naar Road Bay, het waait stevig en alleen op de kotterfok al zeilen we lekker voor de wind. In de beschutting van Anguilla hebben we al windkracht 6, we schatten dat het op open zee windkracht 7 waait. Als we bijna bij Road Bay zijn, zien we de start van een zeilwedstrijd van locale boten uit Anguilla. Het zijn open boten met een bemanning van zo’n 15 personen. Het enorme grootzeil valt ons op, de giek steekt meters achter de boten uit.
De oorsprong van deze boten ligt in 1700 toen mensen van Anguilla gingen werken op suikerplantages in de Dominicaanse Republiek. Anguilla is behoorlijk oud en plat en heeft weinig vruchtbare grond. De plantages die hier aangelegd werden leverden dus te weinig op. Het zeilen van en naar de Dominicaanse Republiek groeide uit tot de nationale sport van Anguilla: wedstrijdzeilen.

Als we even later in de baai voor anker liggen zien we de eerste boten met schade binnenkomen, een met gebroken mast, een verbogen mast en een gescheurde fok. Later blijkt er nog een boot gezonken te zijn, gelukkig is ie weer boven water gehaald door duikers. Van de zeven gestarte boten hebben er drie de finish gehaald, een enerverende start van het wedstrijdseizoen van Anguilla. En, zoals wij al hadden opgemerkt, het waaide ongebruikelijk hard.



















De volgende dag waait het nog iets steviger, we besluiten om lekker nog een dagje te blijven liggen. Bas doet een practicum scheikunde en maakt gebruik van de goede internetverbinding. We checken alvast uit, omdat we morgen naar Marigot willen gaan, aan de Franse kant van Sint Maarten.
Anguilla is het laatste eiland dat we aandoen waar de munteenheid de East Carribean Dollar is. We maken onze laatste EC’s op door uit eten te gaan bij Ripples, een restaurant gerund door de Engelse Jacquie. We genieten van een heerlijke maaltijd met cocktails en de Engelse humor van Jacquie.

Road bay en Crocus bay zijn prima ankerplekken, maar je moet bijna volledig op de bootvoorraad leven. De door de pilot beloofde supermarkt bij Road bay is gesloten en staat te huur. Een mini-winkeltje met weinig meer dan wat brood is alles wat resteert. Een supermarkt is heel ver lopen, niet zo aantrekkelijk als je ook wat bronwater of frisdrank wil meenemen.

Op Anguilla is niet zo heel veel te zien, het eiland is vrij laag en droog. Het meest aantrekkelijk zijn de baaien met lange stranden en de afgelegen ankerplekken aan de noordkant zoals Dog Island, Prickley Pears en Sandy Island. Helaas hebben ze vrijwel alle baaien en ankerplekken tot Marine Park benoemd of gewoon tot verboden gebied. Wellicht goed voor de natuurbescherming, maar een prijs van ruim 50 US dollar per dag (verplichte permit en mooring fee) is wel erg absurd in onze ogen. We laten het dus maar bij Sandy Island en Little Bay en hebben de tijd verder besteed aan enkele klussen, relaxen aan boord en genieten van de mooie kleur van het water.






Vrolijk Pasen vanuit Anguilla

We hebben zojuist hier aan boord met een heuse paasbrunch gehad, compleet met gekookte eitjes. Het was een beetje improviseren, want hier op het eiland is geen enkel paasdingetje te vinden. Johan en Tim hebben gisteren cocoscandy gemaakt en zelf een zandkoek (in de koekenpan) gebakken. Tim had chocoladeblokjes in de koelkast gedaan en zo hadden we met enige fantasie toch lekkere chocolade paaseitjes.
Het weer is bijna Nederlands, het is bewolkt en gisteravond en vanmorgen heeft het de hele tijd geregend. Voor ons doen is het zelfs fris hier, maar nog lang niet zo koud als in Nederland.




Anguilla

Maandagochtend om 8 uur gooien we los van de mooring bij Saba, we vinden het jammer om het eiland achter

ons te laten. Samen met Dominica is dit tot nu toe onze favoriet. De jongens hopen hier nog eens een

duik te kunnen maken.
We hebben een prima zeiltocht en na 27 mijl ankeren we ’s middags in Simson Bay bij St. Maarten. Wat een

verschil met Saba, hier zien we mega-jachten en veel grote vakantiehotels. Elke tien minuten land of

vertrekt er een vliegtuig, wat soms gepaard gaat met een hoop herrie.







We bespreken wat we de komende tijd verder gaan doen, toch nog naar de Virgins of hier rondscharrelen.

Uiteindelijk is het besluit om de volgende dag naar Anguilla te gaan en daarna naar het Franse deel van

St. Maarten, St. Barths en misschien nog een keer Saba als de wind meezit en er weinig swell is.








De volgende ochtend varen we wederom 27 mijl en ankeren we in Road Bay bij Anguilla. We blijven hier een

dagje liggen, zodat Bas wat achterstallig schoolwerk kan doen. Het is opmerkelijk dat op de wat armere

eilanden altijd meteen wifi hebben en op de wat rijkere, zoals St. Maarten, geen onbeveiligde

netwerkverbinding kunnen maken. Tim en Joke gaan naar de supermarkt zo’n 3 km verderop. Onderweg krijgen ze een lift aangeboden, toevallig komt dezelfde man weer langs als ze op de terugweg beladen met boodschappen de hoofdweg weer inslaan. Voor de dingy-steiger worden ze met een vriendelijke glimlach afgezet, da’s nog eens makkelijk boodschappen doen.








Anguilla heeft de mooiste plekken tot marine park verheven. We halen een cruising permit en betalen de

fee voor de mooring waar je helaas alleen overdag aan mag liggen. Donderdag zijn we vroeg op en varen

naar Sandy Island. Beluga leggen we aan een mooring buiten het rif en met de bijboot varen we door

dingy-pass, best nog wel spannend met al die brekers rondom ons.
We zijn alleen op het kleine eilandje en scharrelen een tijdje rond. We zien veel afgebroken koraal, een

gevolg van de hurricane’s. Johan vindt een stukje spons en we zien veel takjes koraal en kleine

schelpjes.
Als de eerste dagjesmensen arriveren gaan we snorkelen, dat valt een beetje tegen door het matige zicht.

Bas spot wel een Dwarf Wrasse, volgens ons boekje een zeldzaam exemplaar hier in de Carieb.


























Na het snorkelen hebben we het wel gezien en we besluiten naar Little Bay te gaan, het volgende marine

park plekje.

Bij Pelican Point schijnt een prachtige snorkelplek te zijn, we varen er met de dingy naar toe en zien

de pelikanen al op de rotsen zitten. Door de noordelijke swell is het helaas ook hier niet helder, soms

lijkt het wel of je in de mist zwemt. Het ziet er prachtig uit en we hopen dat de swell de komende dagen

afneemt, dan kunnen we er nog een keer naar toe. Joke spot een Queen Triggerfish, met prachtige lijnen

rondom zijn ogen. De meeste foto’s die we maken zijn wazig door het aanwezige fijne zand. Tim haalt een

handje zand van de bodem en laat het rondzweven in het water. Als stof dwarrelt het rond en schittert in

de zon.






















Omdat we niet mogen overnachten in het marine park, schuiven we een stukje op en ankeren in Crocus

Bay.
De volgende dag gaan Joke en Tim boodschappen doen. Met de dingy maken we een perfecte strandlanding en

lopen naar het stadje The Valley, de hoofstad van Anguilla. In onze ogen is het niet echt een stad, hier

en daar staan wat huizen. De mensen zijn bijzonder vriendelijk, ze zeggen spontaan goedendag en we

worden geholpen om de weg te vinden naar de supermarkt.