Zweden

Gisteren hebben de overtocht van Bornholm naar Simrishamn in Zweden gedaan. Het begon ’s morgensvroeg bijna windstil, na anderhalf uur konden we zeilen en nam Arie het sturen van Ray (-marine stuurautomaat) over.
Halverwege verleggen we de koers iets om de drukke scheepvaartroute haaks over te steken. De AIS heeft ons daarbij goed geholpen, je kan precies zien hoever een schip voor of achter je langsgaat. In één geval lag een schip op aanvaringskoers en week hij ruim op tijd uit om achter ons langs te gaan. We denken dat hij het met behulp van onze AIS-gegevens ook makkelijk kon zien. De wind trekt nog een beetje aan op het laatste stuk naar Simrishamn. Als we de haven invaren zien we al gauw een prima plek aan een langssteiger.













Vandaag wandelen we door het stadje en lopen langs het station, waar Tim morgen met de trein naar Kopenhagen zal gaan. Vandaar vliegt hij naar Amsterdam. Zondag zullen we verder varen, dan met z’n tweetjes.






Wandelen op Bornholm (2)

De woensdag hebben we behoorlijk volgepland, met twee flinke wandelingen. We beginnen met een ritje langs een paar kleine pittoreske vissershaventjes aan de westkust, hier zien we ook nog de oorspronkelijke visrokerijen staan. Tijdens het rijden spotten we ook nog een mannetjeshert met groot gewei.











Vervolgens rijden we naar Jons Kapel, genoemd naar een Ierse geestelijke kluizenaar waarover een hele mythe is ontstaan. Hier is een trap van 150 treden die naar beneden gaat. Het komt uit op een strand van grote stenen met links en rechts hoge rotswanden. De linker lijkt op een kerktoren, wat de naam “Jons Kapel” verklaart. Als je een beetje doorklautert kom je weer een prachtig doorkijkje tegen, die uitzicht biedt op een loodrecht in zee afdalende rotswand. Het is fascinerend mooi hier, wat een indrukwekkend stuk natuur! We gaan de trap weer op en maken nog een wandeling van een kilometer of vijf door bossen en langs graanvelden.





























Onze volgende bestemming ligt in het noorden. We komen eerst langs Hammershus, een gigantische ruïne van een voormalig kasteel en fort uit de middeleeuwen. De fantasie wordt hier geprikkeld om te bedenken hoe het leven er in die tijd moet hebben uitgezien.



Uiteindelijk rijden we verder en maken een ruim 7,5 kilometer lange wandeling die eerst langs de ruige noordkust gaat. Later buigen we af en zien het hoger gelegen meertje Krystalsøen en de lager gelegen Opalsøen en Hammersøen, twee prachtig gekleurde meren met bossen en hoge rotswanden. Het zijn voormalige granietmijnen, die zich uiteindelijk met water hebben gevuld.


























Na een heel stuk doorklauteren en wandelen komen we uiteindelijk weer bij de auto en rijden terug naar Rønne. We tanken wat diesel voor de boot en doen boodschappen. Morgen gaan we verder varen richting Zweden!

Wandelen op Bornholm (1)

Dinsdagochtend halen we de huurauto op, een splinternieuwe Renaul Captur. Al gauw ontdekken we dat deze een “ons Miep” (navigatiesysteem) heeft met beeldscherm, die in het Deens vertelt waar we naartoe moeten gaan. Johan is de chauffeur. De avond tevoren hadden we met behulp van een handig boekje met toeristische informatie en tips van een Deense kennis, uitgestippeld wat we graag willen gaan bekijken. Joke heeft contact gelegd met een deense brei-ontwerpster. We mogen langskomen op haar boerderij waar ze IJslandse paarden houdt. Ze doet normaal alle zaken via een webshop in IJslandse wol. Maar nu we hier toch zijn, is het wel zo leuk om haar te ontmoeten.

We zetten “ons Miep” aan het werk en rijden eerst naar de plek van de brei-shop. We worden hartelijk ontvangen en Joke koopt een pakket met wol en patroon voor een vest.






Onze volgende bestemming wordt Paradisbakkerne (Paradijsheuvels), waar we door de prachtige natuur een mooie wandeling maken. We kijken onze ogen uit in het gevarieerde landschap met bossen en flinke rotspartijen. De Rokkestenen is een 30-35 ton wegende rots, die je in beweging kan krijgen. Het is ons gelukt om hem te laten wiebelen!

















Als we weer bij de auto zijn aangekomen, besluiten we om door te rijden naar Ekkodalen (Echo vallei). Hier loopt een lange rechte rotswand, waar je lekker tegenaan kan schreeuwen om een echo terug te krijgen.
Natuurlijk willen we ook het hoogste punt van het eiland bezoeken. De oorspronkelijke uitkijktoren is inmiddels verhoogd tot 184 meter, omdat de bomen in de omgeving te groot werden. We hebben een prachtig uitzicht over het eiland in de krachtige wind die er waait, windkracht 6.










Aan het einde van de middag rijden we naar het schilderachtig gelegen kustplaatsje Gudhjem met een klein haventje. Bij een harde oostenwind sluiten ze een deur voor de haven, omdat anders de golven naar binnen rollen en een gevaar opleveren voor de bootjes en de ferry naar Christiansø (een nabij gelegen eilandengroepje). In Café Klint hebben we lekker gegeten. Na een welbestede dag gaan we weer naar de boot.



Rustdag in Rønne

Maandag hebben we rustig aangedaan. We verkennen het stadje Rønne, de hoofdstad van het eiland Bornholm. Allereerst gaan we op zoek naar een huurauto voor twee dagen. Met de belofte om de auto woensdagavond weer terug te brengen, lukt het. Er is vanaf donderdag een politiek evenement “Folkemødet” waar meer dan 100.000 mensen op afkomen. Het aantal hebben we maar even gecheckt, we dachten toch echt dat de engelse vertaling van de Deen die ons dit vertelde niet klopte.

Het gaat steeds harder waaien en Johan en Tim leggen de boot nog steviger vast. Af en toe komt er een boot binnenvaren, die surft dan op de golven de haven binnen. Het ziet er spectaculair uit, maar wij zijn blij dat we gisteren al zijn aangekomen. Zeker als we even later een schip zien binnenkomen met een gebroken voorstag.








Nachttocht naar Bornholm

Over een week vertrekt Tim vanuit Kopenhagen naar Nederland en moeten we in een bestemming zijn waar een redelijke verbinding is, die hem naar Kopenhagen brengt. Johan en Joke willen daarna langs de Zweedse oostkust in de richting van Stockholm gaan. Wat is dan een goede uitgangspositie? Er komen twee dagen rustig weer aan, wat de mogelijkheid biedt om nog een keer een nachttocht te maken. We bestuderen de diverse havens die op ongeveer 130 mijl oostwaards liggen. Uiteindelijk valt de keuze op de jachthaven van Rønne, de hoofdstad van Bornholm. Voor Tim is dit een leuke bestemming voor zijn laatste vakantieweek en het ligt op 30 mijl afstand van Simrishamn, een goede haven aan de Zweedse zuidkust.

Zo vertrekken we ’s morgens om acht uur uit Argersø. Al snel zetten we zeil en kunnen we het ruime binnenwater tussen diverse Deense eilanden overzeilen. Arie stuurt en we gaan al meteen in onze wachtroutine. Je moet hier wel op de navigatie letten, want er zijn nogal wat ondiepten om rekening mee te houden. In de omgeving van Vordingborg liggen twee 26 meter hoge bruggen. Bij de eerste staat een aantekening op de waterkaart dat je alleen onder een beperkt aantal overspanningen door mag varen, omdat bij de andere delen van de brug gevaar is voor vallende stukken beton. Wij vragen ons af hoe lang die brug dan nog kan blijven bestaan, maar besluiten toch maar om onder het juiste brugdeel door te varen.











Na een mijl of 35, varen we door een smal geultje het ruime water van de zuidelijke Oostzee op en zetten koers naar Bornholm. Links van ons zien we het bekende eiland Møn, met ver weg in het noorden de beroemd kliffen.






Bij de wachtswisseling tussen Johan en Joke om één uur ’s nachts is het nog niet helemaal donker, op de horizon is nog steeds een beetje licht te zien. Gedurende Joke’s wacht wordt het langzaam steeds een beetje lichter. Jammer dat er steeds meer bewolking komt, na een half uurtje is de volle maan weer verdwenen.






We varen bijna parallel aan een scheepsvaartroute, die zich duidelijk aftekent op de AIS. ’s nachts om vier uur maakt Joke Tim wakker en wijzigen ze koers om de scheepvaartroute over te steken. Het is onze stelregel dat we dit met twee personen op wacht doen. De wind is gedurende de nacht vrijwel verdwenen, maar in de ochtend steekt er een briesje op, zodat de motor weer uit kan.






Op een mijl of vier aan stuurboord vaart een hele vloot oorlogsschepen. Er is regelmatig radioverkeer op de marifoon, iedereen moet minimaal één mijl afstand tot elk oorlogsschip bewaren. Tijdens de wacht van Johan komt er een vermakelijk marifoongesprek op gang. Dat gaat ongeveer zo, eerst op kanaal 16:
“African Lilly, African Lilly, this is Nato warship Mike Oscar Sierra Whiskey (of zoiets)”.
“Station calling African Lilly, go ahead”
“African Lilly this is Nato warship Mike Oscar Sierra Whiskey, channel 69 please”
“69”

Op kanaal 69: “Afican Lilly this is Nato warship Mike Oscar Sierra Whiskey, can we ask some questions regarding a Nato exercise?”
“Go ahead”

Nu volgt de klapper van de week: “African Lilly, African Lilly, what is the name of your ship?”
Het blijft even stil en dan antwoordt de African Lilly: “African Lilly”.
Johan ligt in een deuk. Ze gaan door met een waslijst aan vragen.
“What is the port of registry?”
“The port of registry is Monrovia”
“Can you spell that?”

Het blijft een poosje stil, African Lilly gaat dit toch echt niet spellen en antwoordt:
“The port of registry is Monrovia”

Tijdens de verdere vragenlijst blijft het af en toe even stil bij de African Lilly, Johan is ervan overuigd dat ze daar pas weer antwoorden als ze uitgelachen zijn.

Het oorlogsspelletje is nog niet over. In onze buurt vaart ook een oorlogsschip, die plotseling zijn AIS aanzet en van koers verandert. Op de AIS kan je zien hoe dicht je bij elkaar in de buurt komt. Ze roepen ons op en zeggen dat we te dicht bij komen, of we op “five cables” afstand willen blijven. Geen wonder als wij 3,5 knopen zeilen en zij met 14 knopen koers wijzigen schuin in onze richting. Johan vraagt nog hoeveel five cables is en hoort dat het 1000 yards is. Johan zegt toe mee te werken en wijkt een beetje naar bakboord uit en legt vervolgens de koers weer op Bornholm aan. De oorlogsbodem zet de AIS weer uit en blijft schuin achter de Beluga varen met hetzelfde sukkelgangetje. Hij blijft ons een paar uur volgen. Kennelijk willen ze zeker weten dat wij niet een van de oorlogsbodems torpederen en onschuldige eerlijke toeristen zijn. Pas op een mijl of vier voor Bornholm draaien ze af en varen met hoge snelheid van ons vandaan. Er is, wegens de spanningen met Rusland, in deze regio een grote Navo-oefening gaande.





Om één uur ’s middags varen we de jachthaven in en vinden een mooi plekje aan een lange steiger. We zien nog een hele rij militaire voertuigen over de weg langs de kust rijden. Het is kennelijk menens hier. ’s Avonds horen we ook nog het geluid van een schietoefening, eerst denken we nog dat het onweer is. Bornholm ziet er leuk uit en we willen hier een paar dagen blijven en wellicht een autootje huren.






Omø en Agersø

We maken een wandeling van een kilometer of negen over Omø. We komen welgeteld drie auto’s, twee voetgangers en een fietser tegen. Wat een rust! Het hoogste punt is 24 meter. We hebben daar een aardig uitzicht over het eiland. Het monumentje dat het hoogste punt markeert, ligt in een graanveld. We lopen er voorzichtig heen, om het nog jonge graan niet te beschadigen. Het landschap is verrassend gevarieerd. We lopen langs glooiende graan- en koolzaadvelden, een strand naast de klif, een laaggelegen meer met een moerasachtige omgeving, het kleine dorpje en langs de iets ruigere westkant naar de vuurtoren.


































Na een paar boodschappen in het supermarktje wandelen we uiteindelijk weer terug naar de boot.

De weersvooruitzichten blijven aangeven dat er slecht weer aankomt. De volgende dag cocoonen we binnen in de boot, terwijl het vrijwel de hele dag regent met veel wind. Ook in het haventje wordt het onrustig van de “surge” (heen en weer stromen van het water) als gevolg van de grote golven die langs de havenpieren rollen. We hebben hier ervaring mee, omdat we dit verschijnsel kennen van de Atlantische havens. We leggen de boot dus goed vast met veel lijnen. Desondanks slapen we onrustig door de knerpende lijnen en soms het schokken van de boot.










De volgende dag zou er aanvankelijk nog steeds veel wind staan, maar dat leek mee te vallen. Het plan is om nog een dagje te blijven en de was te doen. Het washok is echter op slot. Omø wast vandaag niet door en door schoon! Rond het middaguur besluiten we toch uit te varen. Bijna alle boten waren al weg. We kiezen voor een korte tocht naar het naburige eiland Agersø. Het tochtje van een mijl of tien zeilen we alleen op een half uitgerolde genua. Eenmaal buiten de beschutting van de haven blijkt er toch nog een kleine windkracht zes te staan en loopt de boot op alleen het puntje fok 6 knopen. Als we vrij van Omø zijn, rollen er behoorlijke golven dwars onder de boot door en stuitert en hobbelt de boot als een kermisattractie.






Filmpje van Beluga in de golven:

Uiteindelijk lopen we de haven van Agersø binnen door een hele smalle ingang, met een uitgestrekte ondiepte ernaast. Het gaat allemaal goed en we vinden een prima plekje in de verrassend grote en goed beschutte haven. We liggen weer eens heerlijk rustig.



De volgende ochtend gaat Joke vroeg aan de gang met de was, terwijl Johan de motor controleert en een paar kleine onderhoudsklusjes doet. In de middag maken we een wandeling. Ook hier is de rust weldadig en het glooiende landschap weer mooi. We sluiten vriendschap met drie paarden en lopen omzichtig langs twee stieren. Er zit wel schrikdraad tussen ons en de stieren, maar snappen zij dat ook?













Weer terug aan boord maken we plannen voor de komende tijd. Tim heeft gisteren een vliegticket voor zijn terugreis geboekt. We hebben een aantal opties voor de komende week. Het ziet ernaar uit dat we morgen met een nachttocht in één keer naar Zweden doorvaren. Onderweg zullen we wel zien hoe het loopt, er zijn een paar mogelijkheden voor een tussenstop als dat eventueel nodig is.

Aan het einde van de dag komt er een grote rolwolk aan, we leggen nog een paar extra lijnen uit. Gelukkig viel het mee met de wind en is de boot ook weer schoongespoeld.






Zeilen naar Omø

Vanmorgen ging de wekker weer eens vroeg. Om 8 uur varen we weg bij de kade van Nakskov en motoren tegen de wind de lange geul uit. Twee uur later horen we op de marifoon, dat er een groot schip doorheen vaart die de wieken van een windmolen vervoert. Die zagen we al liggen toen we Nakskov invoeren. We kunnen het amper geloven dat zo’n groot schip de boeien van het smalle geultje niet omver vaart.

Na de geul kunnen we een tijdje zeilen, totdat de wind afneemt en de motor weer aangaat. Gelukkig komt even later de wind weer terug en zeilen we rustig op het fokje richting Omø.






Het is heel helder en we kunnen diverse eilanden van Denemarken zien, Langeland, Fyn, Lolland, Sjælland en Omø. Zelfs de Grote Belt brug zien we liggen, een hangbrug tussen de eilanden Fyn en Sjælland. De verbinding bestaat uit twee bruggen van 6,6 en 6,8 kilometer lengte, die beide op het eilandje Sprogø uitkomen. De pijlers van de brug zijn 254 meter hoog en de doorvaarthoogte is 65 meter. Met recht een grote brug dus!



We experimenteren met het maken van een filmpje. Eens kijken of we de horizon recht kunnen houden, terwijl de boot behoorlijk schommelt.

Rond half vier ’s middags varen we de kleine haven van Omø in. In de pilot staat dat het er in het hoogseizoen erg druk kan zijn. Het waait stevig als we tussen de palen aanmeren, gelukkig liggen er maar 4 boten en hebben we alle ruimte. We zijn nog bezig met de laatste landvasten te beleggen, als onder luid getoeter de ferry aan komt varen. We zien hoe hij met een knappe manoeuvre naar zijn plek vaart.
We betalen het havengeld en eten een overheerlijk ijsje bij de plaatselijke kiosk. Het blijkt dat er slechts 165 mensen op het 4,5 km² grote eiland wonen. Morgen willen we het kleine dorpje bezoeken en wat rondwandelen. Voorlopig blijven we hier 2 of 3 dagen vanwege het slechte weer dat op komst is, geen straf op zo’n idyllisch eilandje.












Oversteek naar Denemarken

De weersvooruitzichten zijn gunstig, dus besluiten we om vanaf Laboe over te steken naar Denemarken. We kiezen de Nakskov Fjord als bestemming, dit ligt op een mijl of 45 noord-oostelijk van Laboe.
We varen vroeg uit en de beloofde zuid-oosten wind laat nog een uurtje op zich wachten. Langzamerhand steekt er een bries op en kunnen we gaan zeilen. Al snel koppelen we Arie aan het stuurwiel en op een graad of 60 aan de wind gaat Beluga er rap vandoor.






Het wordt een heerlijke zeiltocht, met ruim 6 knopen gemiddeld zijn we sneller aan de overkant dan we dachten. We lopen het smalle aanloop geultje in en ankeren achter een klein eilandje met de naam Enehøja. We hadden gehoopt om met het bijbootje naar de kant te gaan, maar het weer zit even niet mee.





Het wordt regenachtig en koud. Daarom niet getreurd: we liggen hier mooi en genieten van de rust en een mooie zonsondergang in de beginnende regen.






De volgende dag regent het en de verwachting is dat aan het einde van de middag weliswaar droog wordt, maar dat dan de wind flink gaat toenemen. Dat is niet zo aantrekkelijk om voor anker te blijven liggen. We willen ook even naar een supermarkt en beseffen dat we hier Deense kronen nodig hebben. Met de zeilpakken aan gaan we ankerop en volgen de smalle vaargeul naar Nakskov. Onderweg zien we prachtige huizen staan op kleine eilandjes, we zien meteen het nut van bezorgings-drones hier. Even later zien we een postboot langs de kade liggen, voorlopig is de nieuwe techniek hier dus nog niet nodig. Achterin de haven, direct naast het stadscentrum vinden we een prima ligplaats.








Het water is hier heel helder en als Joke op de kant staat, ziet ze dat er een stukje touw in de schroef zit. De mannen gaan aan de slag en met enig duw- en trekwerk lukt het om het er met de pikhaak uit te halen.










Naar Laboe en vervolg van de blooper wedstrijd

We gaan vroeg uit de veren en tanken eerst nog diesel, voordat we weer op de motor onze weg vervolgen. De vaartocht gaat verder over het Noord-Oostzee kanaal naar de sluizen bij Holtenau. We tuffen rustig voort en worden ingehaald door de vele grote zeeschepen, die net als wij gebruik maken van het kanaal. Tim spot onderweg nog een hertje, dat rustig langs de oever staat te grazen.






Als we in Holtenau aankomen blijken de kleine sluizen al heel lang buiten gebruik te zijn. We moeten door een van de twee grote sluizen, waar ook de zeeschepen schutten. We hebben geluk, al na een minuut of 40 wordt de zuidelijke sluis speciaal voor alle wachtende jachten geopend. Wat een verschil met de puinhoop die we in de Lorentzsluis meemaakten. Op een enkeling na varen alle jachten keurig op een rijtje links en rechts de sluis in.
Twee oudere mensen vragen of ze bij ons langszij mogen. Johan knoopt een gesprek aan en het blijkt dat zij al 12 keer naar Zweden zijn geweest. Dat levert een aantal goede tips op. Ook interessant (en naar onze mening nogal bizar) is dat één van de twee grote sluizen bij Holtenau volgende week ook dicht gaat voor renovatie. Onze buren denken dat de wachttijden voor jachten kan oplopen tot minstens een dag. Aan de kanaalzijde is hier echter een steigertje waar hooguit een stuk of 15 jachten kunnen liggen. Nogal onbegrijpelijk is dat in Brunsbüttel aan de andere kant van het kanaal ook een van de grote sluizen dicht gaat, maar om de capaciteit op peil te houden eerst een nieuwe grote sluis wordt gebouwd. Wat er in Brunsbüttel in gaat moet er in Holtenau weer uit. We zijn benieuwd hoe dit er in het hoogseizoen aan toe zal gaan, nog afgezien van de zeeschepen die van deze zeer druk bevaren waterweg gebruik maken.






We varen de sluis uit en schuin aan de overkant, op een mijl of drie, ligt de badplaats Laboe, met maar liefst drie havens om uit te kiezen. In de middelste vinden we na enig rondvaren een plekje dat passend is voor Beluga.
We eten aan boord een prima maaltje met onze nieuw ontdekte “brat kartoffelen” uit de Duitse supermarkt. Johan kookt, Joke wast af en Tim droogt af. Tim schroeft de dop van een deksel omdat er vuil onder zit. Als hij het vast schroeft zet hij te veel kracht en met een fikse knal valt de dop uit elkaar in drie stukken.
Later blijkt dat Joke de toiletkranen open heeft laten staan, waardoor er een kleine overstroming heeft plaatsgevonden. Daardoor kan ze na de afwas meteen aan de slag om de voorste bilg leeg te pompen en schoon te maken, gelukkig met behulp van de mannen.

Grijnzend constateert Johan dat de stand in onze stommiteiten-wedstrijd nu Johan-Tim-Joke 1-1-1 is.



Rood groen of groen rood?

Een gevalletje “blooper” 🙂

Alle boten hebben navigatieverlichting. Daarvan zijn er verschillende soorten, maar ze hebben allemaal een groen licht aan de ene zijkant en een rood licht aan de andere. Gecombineerd met wat witte lichten kan je zo ’s nachts zien of een boot op je af komt, van je af vaart of dwars langs komt.
Ook wij hebben dit op de Beluga, in twee soorten: een driekleuren licht in de top van de mast en een verlichting voor als je op de motor vaart, wat nog altijd “stoomlicht” heet: een wit vooruitschijnend licht in de mast, een wit achteruitschijnend licht aan de achterkant en ook weer een groen aan de ene kant en een rood licht aan andere kant.

Als we de Elbe opvaren wordt het donker. We varen op de motor, dus doen we heel professioneel onze stoomverlichting aan. Tim is nog een beetje wakker en merkt alert op dat een passerende politieboot het groene licht aan de verkeerde kant heeft. Hij kijkt naar achteren en ziet een hele rij zeeschepen varen, allemaal met het groene licht aan de verkeerde kant! Wij hebben namelijk het groene en rode licht andersom zitten. Dit is een geval van “zijn wij gek of zijn al die andere boten gek”. “Nou”, zegt Johan: “een simpel ezelsbruggetje is GRAS. Groen Rechts Aan Stuurboord”. Maar tot onze stomme verbazing is het gras niet groen maar rood. Ze zitten verkeerd om!
Met het schaamrood op de kaken doen we onze stoomlichten maar weer uit en het driekleuren toplicht weer aan. Dan varen we niet meer zo heel erg illegaal.



Later, in Rendsburg gaat Johan aan de slag om de lichten om te keren. Dat is nog niet zo eenvoudig, omdat de groene en rode sectoren een specifieke hoek van 112,5 graden moeten bestrijken. We hadden ooit oude lampen, waarvan het gekleurde glas bijna ondoorzichtig was geworden, dus heeft Johan die een keer vervangen door nieuwe. Nu hebben dit soort lampen altijd een standaard ophangbeugeltje. Nader onderzoek leerde ons dat die beugeltjes bij ons verkeerd gemonteerd zitten. Om groen en rood toch goed te plaatsen waren de oude lampen verbouwd. Dat had Johan over het hoofd gezien en zonder er verder over na te denken de nieuwe opgehangen, met als gevolg de omgekeerde kleuren. Met enig improvisatiewerk weten we dit op te lossen. Als Tim en Joke uit Rendsburg terugkomen met de boodschappen heeft Johan de lichten nu wel aan de goede kant gemaakt.

’s Avonds gaan we nog een ijsje halen bij de ijssalon, die Tim en Joke tijdens het boodschappen doen hebben gespot. Het is tenslotte vakantie!