Kopenhagen

Met de boot stevig vastgelegd in een spinneweb van landvasten gaan we met een gerust hart op weg naar de bushalte. De buren hebben ook beloofd een oogje in het zeil te houden. Met de bus gaan we naar het station van Slagelse, waar we de trein naar Kopenhagen nemen. Het is even zoeken op welk spoor we moeten zijn, maar uiteindelijk ploffen we neer in de coupé. Er is WiFi en we kunnen zelfs de mobieltjes opladen. Het is nog een aardig stukje treinen naar Kopenhagen, na ruim anderhalf uur arriveren we op het centraal station.

We gaan meteen in “tourist mode” en bekijken de mooie stad met de vele oude gebouwen. Nyhavn is een plek waar je heen “moet”. Er is een straat met leuke kleurrijke gebouwen, vele terrasjes en in het havenkanaal liggen diverse oude schepen afgemeerd. Hier vertrekken ook de rondvaartboten voor een tocht door de havens en langs de vele bijzondere gebouwen en plaatsen van Kopenhagen. Het wordt tijd om afscheid te nemen van Bas. Hij gaat van hieruit met de metro naar het vliegveld en dan weer naar huis.






Joke en Johan besluiten de rondvaart te gaan maken. Als de boot achteruit wegvaart komt er een grote drijvende doos tegen de achterkant van de boot, wat voor een storing in het stuursysteem zorgt. We krijgen waar voor ons geld, want we doen een extra haven aan, waar een onderhoudsmonteur probeert de storing op te lossen. De tocht verloopt verder probleemloos en de reisleidster vertelt vele interessante wetenswaardigheden. We komen onder andere langs de koninklijke gebouwen en door een grachtje, waar tegenwoordig veel bezoekende jachten een plekje proberen te vinden.






De reisleidster moet met een vaarboom te hulp schieten als de boot een haakse bocht moet maken, direct na een lage en smalle brug. Dat zorgt nog voor wat hilariteit. Al met al hebben we ons prima vermaakt en in iets minder dan anderhalf uur veel geleerd over Kopenhagen.






Joke en Johan gaan via het drukke centrum met trendy en luxe winkels naar het hotel. We vinden het heerlijk om weer eens in een breed bed te slapen en de volgende ochtend hebben we een lekker ontbijt.






Joke heeft een aantal winkels waar ze naar toe wil en er zijn nog een aantal bezienswaardigheden om te bekijken. We stippelen een wandelroute uit met als einddoel het beroemde beeld van de zeemeermin. We beklimmen de “Round Tower”, wandelen door het nog altijd in gebruik zijnde fort “Kastelet” en stappen bij het station Østerport weer op de trein. De boot ligt er nog steeds prima bij, ons spinneweb van landvasten heeft het goed gedaan. Vol energie stappen we weer aan boord, wij hebben van twee heerlijke dagen genoten. Op naar de volgende avonturen, nu weer met z’n tweetjes.



























Vastgeplakt in Stubbekøbing

Op twee augustus varen we weer uit met bestemming Stubbekøbing op het eiland Falster. We moeten eerst een flink eind naar het zuidwesten en daarna naar het noordoosten een smalle geul in. De wind is iets westelijk van zuid, dus het eerste stuk is niet bezeild. Met de motor bij leggen we de 10 mijl af naar het begin van de geul. Vanaf dat moment is het bezeild en gaandeweg neemt de wind flink toe. We varen uiteindelijk met dubbel gereefd grootzeil, grotendeels ingerolde genua en de kotterfok. Tot onze verrassing loopt de boot met deze zeilvoering zo hoog aan de wind, dat we de hele route naar Stubbekøbing verder kunnen zeilen.



Voor de volgende dag is er een stormwaarschuwing, dus we hopen daarna weer verder te kunnen gaan. De stormwaarschuwingen blijven echter komen. De wind is west, wat voor het vervolg van de route pal tegen is. De westenwind veroorzaakt ook een sterke stroming. De stroom en de wind en de korte golven tegen zouden ervoor zorgen dat we bijna geen voortgang kunnen maken. We hebben geen keuze om te wachten tot het weer wat rustiger wordt. We vermaken ons met uitslapen, af en toe een wandeling, film kijken en breien. De oplaadbare batterijen van het fototoestel worden vervangen, die waren na het maken van 2 foto’s alweer leeg. Uiteindelijk moeten we nog vier dagen wachten.










Pas op zeven augustus kunnen we verder. De wind draait voor één dag naar het zuidwesten, zodat we de afstand van 41 mijl naar Skaelskør zeilend kunnen afleggen. Bovendien is de stroom gedraaid en krijgen we die nu mee. Het wachten wordt beloond met een mooie zeiltocht. Bas spot onderweg nog een bruinvis, die ook gezien wordt door Joke.










Skaelskør is de bestemming, omdat van daaruit een redelijke openbaar vervoer verbinding is naar Kopenhagen. Het is nog flink zoeken naar een ligplaats, maar uiteindelijk vinden we een goede plek. We maken de boot stevig vast met ruim 13 lijnen, omdat er morgen windkracht zeven is voorspeld.



Bas vliegt op acht augustus naar Nederland en Johan en Joke hebben voor hun 28’ste trouwdag een hotelovernachting in Kopenhagen cadeau gekregen van Tim en Bas. We willen met een gerust gevoel in Kopenhagen kunnen overnachten. Joke heeft uitgezocht hoe de verbinding met Kopenhagen is, welke bus naar het station, waar de bushalte is, welke trein, de vertrektijden. De reisorganisatie heeft weer overuren gedraaid.

We gaan nog een keer uit eten bij het verrassend goede haven restaurantje en gaan moe maar voldaan weer naar de boot. Morgen bijtijds opstaan om de bus te halen!



28 Jaar getrouwd

We blijven 1 augustus nog een dag liggen, Joke en Johan zijn op deze dag 28 jaar getrouwd! De pizza van gisteren was alvast een tractatie voor onszelf.

We hebben zo veel interessante dingen gezien bij Møns Klint dat we meer van de ontstaansgeschiedenis willen weten en ook enkele steentjes met fossiele afdrukken willen laten bekijken. We nemen de bus weer naar het Geo-Center. Daar gaan we eerst het hoogste punt bezoeken een paar honderd meter verderop langs de kliffen. Het is alweer een behoorlijke klauterpartij, maar de beloning is een prachtig uitzicht. Joke en Bas willen nog een keer naar beneden. Nadat we terug zijn gewandeld nemen we dus weer de trap naar beneden. Ze scharrelen nog een tijd lang door de stenen onderaan en vinden een paar leuke stukjes steen. We gaan weer hijgend en puffend omhoog, een klim die Joke en Johan in een kleine 20 minuten doen (Bas deed er later 7 minuten over).













We kopen de toegangskaartjes voor het Geo-Center en bezichtigen de interessante tentoonstellingen die in beeld brengen hoe de kliffen door de werking van het ijs in de IJstijd over een periode van zo’n 120.000 jaar zijn ontstaan. De laatste keer trok het ijs 11.500 jaar geleden terug en liet de omhoog gestuwde krijtrotsen achter.
We zien een 3D-film over hoe het leven van dinosaurussen er moet hebben uitgezien en nog een documentaire over de hedendaagse afname van het zee- en landijs en de mogelijke gevolgen voor het klimaat en de zeespiegel.
Rond vijf uur gaan we naar buiten en weet Joke nog net de buschauffer aan te roepen. De volgende bus gaat pas over een uur. Het was een zeer interessante dag en weer een prima opsteker voor onze wandel- en traploop conditie.



We kopen nog wat lekkers bij de supermarkt en aan boord proosten we op onze 28’ste trouwdag. Morgen gaan we weer een stukje verder varen.

Møns Klint

Het eiland Møn is een vakantie-eiland waar wel het een en ander te doen is. De belangrijkste attractie is Møns Klint, de lange rij hoge krijtrotsen aan de oostkant. Nu we hier zijn, willen we dit natuurlijk niet missen, dus besluiten we een time-out te nemen en een paar dagen in Klintholm Havn te blijven liggen. Joke heeft alles via internet uitgedokterd en met een paar rugzakken met proviand lopen we naar de bushalte bij de haven.

Als we uitstappen zien we het Geo-Center dat bij de krijtrotsen is gebouwd. Hier worden allerlei activiteiten georganiseerd en is een museum ingericht over de geologische geschiedenis die tot de vorming van de krijtrotsen heeft geleid. Wij besluiten om te beginnen met de houten trap van 500 treden naar beneden te gaan. De 128 meter hoge wand met krijtrotsen is, net als bijvoorbeeld bij Engeland sterk aan erosie onderhevig. Regelmatig storten er stukken in en komen nieuwe lagen met gesteente naar beneden.






Dat betekent dat het uit stenen bestaande strand een regelrechte blik in het verleden is, waar talloze fossielen te vinden zijn die met de instortende stukken krijtrots zijn meegekomen. We vinden een paar interessant ogende stukjes en wandelen speurend verder over het kiezelstrand.






Na 1,2 kilometer is er een andere trap die we omhoog nemen. Gelukkig zijn er een paar platformen met bankjes waar men even kan uitblazen van de inspanning van het traplopen. Als we boven zijn bestuderen we een kaartje met wandelroutes. Joke heeft een park op het oog, dat een kilometer of vijf noordelijk ligt. De wandeling daarheen is heel wat moeilijker dan we dachten. Steeds moeten we een volgende helling bovenaan de krijtrotsen beklimmen en weer afdalen. Regelmatig hebben we een mooi uitzicht vanuit de bossen waar we doorheen wandelen. Als we bij het park aankomen zijn we zo moe dat we de waterflesjes vullen bij een kiosk en regelrecht naar de bushalte lopen. Als we weer bij de haven zijn besluiten bij het Italiaanse restaurantje een pizza te gaan eten.













Weergaatjes zoeken

Het weer is omgeslagen, lagedrukgebieden met de nodige fronten en zuidwesten wind domineren de gehele langetermijn verwachting. We beginnen met twee dagen “code geel”, ofwel windkracht zeven, nu nog uit het noord-oosten. Zweedse havens zijn lang niet altijd veilig om aan te lopen of zelfs in te liggen bij bepaalde windrichtingen. Zo is Simrishamn volgens de pilots “gevaarijk of zelfs onmogelijk” om binnen te lopen bij sterke aanlandige wind met bijbehorende golven, dus onder de huidige omstandigheden uitgesloten. We gebruiken de tijd om te wandelen, boodschappen doen en verder wat te relaxen.

Als het stormachtige weer wat bedaard is, kunnen we de oversteek naar Simrishamn gaan wagen. Met de westenwind zou het bezeild moeten zijn, maar de motor moet bijna de hele tocht meehelpen.



In Simrishamn is een kermis aan de gang, met ’s avonds een live optreden van een jazzband. We kunnen aan boord meegenieten en het klinkt niet onverdienstelijk.

Vrijdagochtend vroeg gaan we door.



De wind is westelijk en zou later naar het zuidwesten draaien.
Vanaf Simrishamn naar Ystad kunnen we daar mooi van profiteren omdat we om de zuidoostpunt van Zweden moeten varen en daarom mooi met de wind meedraaien. Dat lukt gedeeltelijk. Het eerste stuk naar het zuiden kunnen we zeilen, maar de wind houd zich voor het tweede stuk niet aan de afspraak. De motor moet weer helpen om Ystad te halen. Onderweg regent het regelmatig, dus de zeilpakken doen weer eens dienst.

Ystad is een charmant stadje, met leuke oude straatjes. Hier zijn de tv-series van Instpecteur Wallander opgenomen (wereldberoemd, wij hadden er nog nooit van gehoord). We slaan weer wat boodschappen in.










We volgen de weersverwachtingen en vinden zondag een “weergaatje” met meest zuidenwind. Dat is geschikt voor de 57 mijl lange dagtocht van Ystad naar Klintholm. Alle andere dagen zal de wind west of zuidwest zijn, wat zo’n lange tocht wegens wind tegen onmogelijk maakt.

Zondag gaat om 04.45 uur de wekker. We zien dat we niet de enigen zijn die op dit tijdstip gaan varen. Veel jachten willen profiteren van de gunstige wind.



Zoals steeds op de lange tochten voeren we ons wachtsysteem weer in. Johan neemt de eerste wacht en prompt gaat het hard regenen. Het zicht wordt slecht en er klinkt onweer. De wind laat het in de buien afweten, dus de motor moet er weer bij om wat snelheid te houden. Tussen de buien door komt de wind weer terug en kunnen we een paar uur zeilen. Bas en Joke zorgen voor een veilige passage van de scheepvaartroute, met hulp van de AIS, die daar heel handig voor is. Als het de beurt van Johan is, begint het weer te onweren en regenen.



De wind draait, tegen de verwachting in toch naar het zuidwesten, dus moet voor de tweede helft van de tocht de motor weer bij. Als we bijna bij de haven zijn, krijgen we nog een laatste onweersbui over ons heen, dit keer met stevige wind tot 25 knopen. Om half zes ’s middags meren we af in de haven van Klintholm. Na 57 mijl te hebben gevaren vinden we dat wel een high-five momentje. We halen daarom een hamburger, worst en friet bij het snackbarretje aan de haven. De kok is een beetje moe en wil staken. Dat voorbeeld wordt braaf gevolgd door de afwassers.



Het is gelukt om de nodige weergaatjes te vinden voor de lange dagtochten die nodig zijn om van Zuid Zweden weer naar Denemarken te varen. We voeren al langs de hoge witte kliffen van het eiland Møn. Die willen we ook vanaf het land gaan bekijken. Morgen gaan we een toeristisch dagje houden!



Avontuurlijke nachttocht

Het is 43 mijl van Oskarshamn naar Kalmar. Er staat een mooie oostenwind, de boot zeilt snel door de Kalmarsund. Onderweg controleren we de weerberichten. Die zien er goed uit, maar over een paar dagen gaat het weer ongunstiger worden. We besluiten door te varen en er een nachttocht van te maken, bestemming Karlskrona op de zuidoostpunt van Zweden.






De wind blijft doorstaan, in tegenstelling tot de verwachtingen. We zeilen veel te snel en dreigen veel te vroeg in Karlskrona aan te komen. Inmiddels is de weersverwachting voor vandaag steeds meer aan het veranderen. Met het uur wordt er meer regen voorspeld, terwijl het eerst droog zou blijven. De lucht voor ons ziet er dreigend uit en we besluiten uiteindelijk om preventief de zeilen te reven.






Als we voorbij Kristianopel varen begint het te regenen. We blijven nu steeds met zijn tweeën op wacht, dus blijft er niet veel tijd over om te slapen. Steeds is er maar drie uur voor één van ons om uit te rusten en dat wordt de hele nacht regelmatig verstoord door koerswijzigen en zeilhandelingen.



De wind neemt later sterk af en uiteindelijk moet de motor bij. Johan zet een koers uit tussen Utklippan en Karlskrona. Zodra het licht wordt kunnen we besluiten om de hoofdvaarroute naar Karlskrona te nemen of toch verder door te varen.

Als het zo ver is lijkt het, ondanks de regen, een goede zeildag te worden om naar Simrishamn te varen. In de loop van de ochtend neemt de wind tegen de verwachtingen in sterk toe en komt er een flinke zeegang opzetten. Volgens de pilots kan het gevaarlijk worden om met deze oostelijke wind en bijbehorende golven Simrishamn aan te lopen. Johan bestudeert tijdens zijn wacht de mogelijkheden: koers wijzigen naar Bornholm, doorgaan naar Ystad of een haventje langs de zuidkust uitzoeken. We zijn Karlskrona inmiddels voorbij en er blijft maar één haven over die met oostelijke wind beschut is: Karlshamn. Johan roept Joke en Bas erbij die met slaperige hoofden zijn verhaal aanhoren. We besluiten voor Karlshamn te gaan, dat ligt maar 20 mijl naar het noordwesten.

Het is half twaalf als we de haven van Karlshamn aanlopen. Er zijn eigenlijk een heleboel jachthavens hier, maar lang niet allemaal ontvangen ze gasten. We vinden uiteindelijk een prima plekje langszij een gastensteiger. Eigenlijk moet je hier aan een hekboei met de boeg naar de steiger afmeren, maar de boeien liggen niet ver genoeg uit de steiger. Onze boot is hier veel te groot voor. We nemen langszij liggend dus eigenlijk twee of drie plaatsen in. Op een bordje staat dat je de havenmeester moet bellen bij aankomst. Johan doet dat en krijgt het uiteindelijk voor elkaar om uit te leggen hoe we zijn afgemeerd. De havenmeester is laconiek en zegt: “als er plek is, mag je er liggen”. We zijn alledrie uitgeput van de enerverende nachttocht waarbij we nauwelijks de tijd hadden om uit te rusten en vallen in slaap. Als de havenmeester later langskomt zegt hij niets over onze manier van afmeren. We liggen weer goed!



Na flink uitslapen maken we de volgende dag een wandeling naar Karlshamn. De stad ligt ruim twee kilometer verderop. De haven waar wij liggen is nog een actieve visserijhaven en er is een visrokerij met winkel en restaurant ernaast. ’s Avonds gaan we op voorstel van Joke (die helemaal niet van vis houdt!) uit eten in het visrestaurant. Het blijkt tot de plaatselijke favorieten te horen. Er staat een lange rij wachtenden voor de balie. Het wachten wordt echter beloond met een heerlijke maaltijd.






Voor morgen en overmorgen is er een stormwaarschuwing en de dagen daarna wordt er veel regen verwacht en gaat de wind naar de voor ons ongunstige westelijke richting draaien. Het zal dus vermoedelijk een puzzel worden hoe we hiervandaan het beste verder kunnen gaan.

Vakantiegevoel in de scheren

We blijven nog twee dagen in Ringsön liggen. Joke en Bas zwemmen zelfs even en we zwerven wat rond met de bijboot. Verder kunnen we een keer met onze Cobb BBQ’en in de kuip, kopen een ijsje bij de langsvarende “boatboy and girl” en relaxen we in de zon.

















Als we weer verder willen gaan, zoeken we wat plekjes op die op ongeveer 35 mijl zuidelijker liggen. We willen nog genieten van de scheren en onderwijl wat mijlen zuidwaarts maken. Ons volgende plekje heet Kupa Klint, genoemd naar een groot baken van op elkaar gestapelde stenen. Dit ligt op een heuveltop en is het oudste nog in gebruik zijnde baken in de oostelijke Baltische Zee.






We vinden bij Kupa Klint weer een mooi plekje om met het hekanker achter de boot af te meren met de boegspriet boven de rotsen. De boegspriet is hier heel handig om af te kunnen stappen op de wal. We beklimmen de heuvel en hebben een prachtig uitzicht over de scheren om Kupa Klint heen.
Op het bordje lezen we dat hier duizend jaar geleden grote schepen langs voeren en sindsdien het land drie meter is gestegen. Tegenwoordig vaart er alleen nog pleziervaart. Het is een wondermooie plek!
Joke en Bas klimmen ’s avonds nog een keer omhoog om de zonsondergang te bekijken.
























De volgende dag gaan weer een stapje verder naar het zuiden. Dit keer naar een eilandje met de naam Krokö, ter hoogte van Västervik. Via een puzzelroute door de rotsen varen we de smalle diepe inham in en zien dat er helemaal niemand ligt. Even gaan we dan toch twijfelen. Het is toch best goed beschut, zou er iets aan de hand zijn? Kunnen we er dan wel liggen? We besluiten dapper te zijn en zelf ons plekje uit te zoeken aan de hand van de beschrijving van de pilot. We zijn nog aan het manoeuvreren om haaks op de wal af te meren als de volgende Zweedse boten al binnenvaren. Mooi zo, als de professionals hier ook komen, dan hoeven we ook niet meer te twijfelen. Er zijn veel waterplanten op de bodem en de eerste keer wil ons hekanker niet echt goed ingraven. Het ligt te los. We gooien de voorlijnen op de wal en halen het anker nog een keer op en gooien het nog verder naar achteren uit. Nu gaat het beter en zijn we tevreden. Dit zal voorlopig onze laatste ankerplek zijn en we vieren dat met een barbeque op de rotsen voor de boot. We hebben een heerlijk rustige avond en genieten van de stilte om ons heen.




















De verse etenswaren zijn weer zo’n beetje op en we besluiten om de volgende dag naar Oskarshamn te gaan. Dit ligt een beetje uit de doorgaande route langs het begin van de Kalmarsund en wordt in de boeken als niet zo aantrekkelijk beschreven. We krijgen echter een positieve indruk. De havenmeester ontvangt ons heel vriendelijk en helpt ons met aanmeren. Oskarshamn heeft een klein oud centrum met houten huisjes en ziet er eigenlijk wel leuk uit. Joke doet de was en Johan en Bas gaan boodschappen doen en komen met goed gevulde tassen weer terug (alhoewel Joke onze twee pakken vanilleyoghurt niet zo’n goed idee vind, waarom niet één vruchtenyoghurt erbij!?).



Ankeren in de Zweedse scheren

Aan het eind van de dag valt de wind helemaal weg. Zo lang er wat wind is, blijven boten achter het anker ongeveer in dezelfde richting liggen. Zonder wind dobberen boten alle kanten op en dus moest de Zweed die heel dicht bij ons ankerde eieren voor zijn geld kiezen. We dreven met de achterkanten van de boten bijna tegen elkaar aan. Dus haalde onze buur-Zweed zijn anker maar op en ging een eindje verderop liggen. Dat was voor de nacht toch wel een veel rustiger gevoel.



We vinden het gedobber in de meestal krappe ankerplekjes niet ideaal en beginnen het voordeel van hekankeren in te zien. Veel Zweedse boten hebben voorop geen anker, alleen aan de achterkant. Ze varen met de boeg naar een geschikte plek aan een rots en meren af met het anker aan de achterkant en twee lijnen aan de voorkant. Wij vinden het nogal een spannend idee, omdat je zo dicht bij de rots ligt, dat je kan afstappen. Desondanks moeten we er maar eens aan geloven. Met de weersverwachting erbij duiken we in ons ankerplekjes-boek en zoeken een beschutte plek op. Het wordt Rånöhamn. In het boek staan de plaatsen duidelijk gemarkeerd waar hekankeren mogelijk is, zowel op een detailkaartje als op luchtfoto’s. Er zijn hier twee plaatsen. Aan de linkerkant ligt niemand en aan de rechterkant ligt een rijtje Zweedse boten. Dat is dus duidelijk de goede plek en we kiezen een plaatjes tussen twee boten. We gooien het anker een beetje te vroeg uit, want onze 40 meter lange lijn is bijna helemaal uitgevierd als Bas op de kant springt met de voorlijnen. In deze rots zijn zelfs stalen ogen aangebracht voor de lijnen. Het anker ligt in ieder geval wel goed vast met zo’n lange lijn. Met een high five feliciteren we elkaar met ons eerste hekanker avontuur.

















We hebben er nu wel lol in, dus willen we zaterdag een plek zoeken in de buurt van het stadje Trosa. Zondagmiddag zou het slecht weer worden, dus daar zouden we dan ’s ochtends heen kunnen gaan. Ons plekje voor zaterdag wordt Söviken. Op de detailkaart zien we een nauwe ingang tussen onder water liggende rotsen en een wrak. Op de kaartplotter sturen we er zo nauwkeurig mogelijk in. Er liggen twee Zweedse boten aan de rots en de eigenaar van één boot begint naar ons te gebaren. We begrijpen niet helemaal wat de bedoeling is. We meren af en horen achteraf dat de door ons gekozen ingang wel heel erg smal is. Ze vinden het meer geluk dan wijsheid dat we niets hebben geraakt. We krijgen uitleg over de tweede ingang, die er op de kaart ingewikkelder uitziet, maar in de praktijk handiger is om te gebruiken. We besluiten dat we op die manier weer zullen uitvaren. Als we vertellen dat dit pas onze tweede keer hekankeren is, vertelt onze buurman dat we dan wel een heel moeilijk plekje hebben uitgezocht. We liggen prima en met een wijntje proosten we op de mooie natuur om ons heen.




















In de loop van de nacht begint het harder te waaien uit het zuiden. Om acht uur in de ochtend maken we los en halen snel het achteranker op. Er is maar heel weinig ruimte achter ons, dus alles moet nu goed gaan. Een achteranker is leuk en aardig, maar de lijn moet bijvoorbeeld niet in de schroef komen! De geplande manoeuvre loopt op rolletjes en voorzichtig varen we via de door onze buren uitgelegde route naar buiten. Joke zit achter de kaartplotter met de kaart helemaal ingezoomd en Bas staat voorop om in het water te kijken naar de rotsen onder de oppervlakte die we moeten passeren. Eenmaal buiten kunnen we na een tijdje de fok uitrollen en zeilen we richting Trosa.



We zijn kennelijk niet de enigen die voor het slechte weer willen schuilen, want de grote gastenhaven ligt helemaal vol. We vinden uiteindelijk een plekje aan de oostkant van het havenhoofd, langszij een zeiljacht. We brengen extra lijnen uit naar de wal omdat het behoorlijk hard waait. Het was onderhand ook wel nodig om eens in een haventje te liggen, want de koelkast was bijna helemaal leeg. Bas en Joke doen boodschappen en we maken ook van de gelegenheid gebruik om weer eens te douchen.
Bas heeft de uitslag van zijn laatste tentamen binnen en heeft daarmee zijn propedeuse in één keer gehaald! Hij behoort daarmee tot de top 15%. We hebben dus iets te vieren en gaan uit eten. Met de paraplu’s in de aanslag lopen we door de regen het dorpje in en we vinden een prima restaurantje.






Maandag waait het hard, met windbuien (een soort langdurige windvlagen die hier gebruikelijk zijn) van windkracht zeven. We aarzelen, is het handig om uit te varen? We besluiten om de ankerplek Ringsön weer op te zoeken. Onze Zweedse buurman bevestigt dat het daar goed beschut zal zijn. De wind duwt de boot stevig tegen onze buurman. Met enig kunst- en vliegwerk en met hulp van de boegschroef weten we zonder brokken weg te komen. Onze route is grotendeels tegen de wind, dus er valt niet veel te zeilen. De wind loopt op tot 25 knopen en tikt regelmatig meer dan 30 knopen aan (windkracht 7). Als we het ankergebied van Ringsön invaren, merken we nog maar weinig van de wind en kunnen we in hetzelfde meer ankeren waar Johan en Joke 10 dagen geleden ook waren. We liggen hier weer prima en we vallen ’s middags alledrie in slaap. Het was toch wel een beetje spannend om tussen diverse nauwe doorgangen te varen met zo veel wind.






De volgende dag houden we een rustdag, werken de blog bij en doen wat onderhoudsklusjes. Het is weer heerlijk genieten achter ons anker in de vrije natuur.






v

Äknö

Woensdag is het tijd om weer te gaan varen. In onze boekwerken vinden we een ankerplaatsje, op een mijl of 12 van Stockholm met de naam Napoleon Viken op het eiland Äknö. We varen er heen en kunnen zelfs nog een poosje zeilen. We vinden een plekje achterin een baai en gooien het anker uit. We liggen hier goed, alleen komt een Zweed wel heel dicht naast ons liggen. Als in de nacht de wind wegvalt drijven we heel dicht naar elkaar toe. Het gaat maar net goed.






Donderdag blazen we de bijboot op en gaan Joke en Bas het eiland verkennen. Hoog op een rots kijken ze uit over de baai. In totaal beklimmen ze 3 toppen, waarbij Joke bij de laatste afhaakt. Bas heeft op de laatste en hoogste top een schitterend uitzicht over de omgeving.
























Stockholm

Vanaf Rastaholm is het nog een mijl of twaalf naar de havens van Stockholm. We moeten zeven bruggen en een sluis passeren. Vier bruggen zijn hoog genoeg, drie bruggen moeten worden geopend voor ons. Langzaam aan varen we langs steeds meer stedelijke bebouwing en we komen uiteindelijk bij de eerste brug en roepen hem op met de marifoon op kanaal 12. Na 20 minuten gaat de brug open en varen we door naar de sluis. Een aantal kajakkers varen naast en achter ons en roepen ons aan. Of ze met ons mee mogen door de sluis. Ze volgen ons als kuikentjes achter een moedereend. Als we net afgemeerd zijn gaat de sluis al open. Ook de hemel gaat open want en we krijgen een gietbui over ons heen. De tweede brug die open moet ligt over de sluis, dus daar hebben we geen oponthoud aan. De derde brug ligt net na de sluis en die gaat ook na 20 minuten open.






We varen het drukke hoofdvaarwater op en steken dat over naar de Navishamn. We besluiten daar één nacht door te brengen, in de ijdele hoop dat deze iets goedkoper is dan de Wasahamn die een stukje verderop ligt. We maken een wandeling door het nabij gelegen park.



Maandagochtend varen we door naar de Wasahamn, waar we ons achteruit net aan in een ligplaats kunnen persen. Aan stuurboord moeten we een klein stootwilletje gebruiken, omdat de grote er niet tussen past. In de loop van de ochtend komt Patrik aan boord, een Zweedse vriend van Bas. Ze hebben samengewerkt bij Ocean Explorers, de duikschool op Sint Maarten. Het is een leuk weerzien en omdat hij in de buurt van Stockholm woont kan hij ons rondleiden. We maken een wandeling door de stad en zien het koninklijk paleis, de oude stad, het gemeentehuis waar de uitreiking van de Nobelprijs plaats vind en de woning van de premier. Patrik kan ons veel vertellen over de stad en dat maakt het erg interessant. Aan het eind van de dag gaan we uit eten met zijn vieren.










De volgende dag gaan we eerst naar het Vasamuseum. De Vasa is een oorlogsschip dat in 1628 is gezonken. De proefvaart duurde niet lang, want al na ongeveer 1000 meter helde het schip over in een windvlaag. Voor de ogen van het publiek liep het schip vol door de openstaande geschutspoorten en zonk. Het zou het grootste oorlogsschip van die tijd geweest zijn, maar het slechte ontwerp zorgde ervoor dat het schip instabiel was. De kapitein probeerde nog te waarschuwen, maar onder politieke druk moest hij toch uitvaren.

Het schip heeft ruim 330 jaar onder water gelegen. Omdat het water hier brak is en vrij koud, bleef het heel goed bewaard. Het is in 1961 gelicht en het staat nu, vrijwel helemaal compleet in het museum. Het is heel bijzonder om een kijkje in het leven van die tijd te krijgen!
























’s Middags komt Patrik weer en gaan we naar Gröna Lund, het pretpark dat naast de haven ligt en waar vooral veel Zweden komen en weinig toeristen. Het is een bijzonder leuke combinatie van kermis attracties en pretpark attracties. We doen een vijfkamp. We kiezen vijf onderdelen uit, schiettenten, meppen op omhoog komende obstakels, katapult schieten en dergelijke. We hebben de grootste lol, omdat we de punten op een lijst bijhouden. Bas wint uiteindelijk met overmacht. Hij heeft zelfs de highscore van de dag bij een soort bazooka schietspel! Daar houdt hij een knuffeldier aan over. We eten in het park en drinken nog wat. Aan het einde van de dag gaan we nog eens langs de bazooka tent en mag Bas het papier met zijn highscore meenemen. ’s Avonds laat nemen we afscheid van Patrik en gaan we tevreden slapen. We hebben, mede dankzij Patrik, een hele leuke tijd in Stockholm gehad!