Lundeborg en aanmeersukkels

Er wordt voor de komende dagen veel wind verwacht, we willen een aantal dagen “schuilen” in een haven. Om die reden gaan we naar een plaats waar we nog niet eerder geweest zijn, zodat we weer wat nieuws kunnen bekijken. Lundeborg ligt op een mijl of tien naar het noorden, aan de oostkust van Fyn. Veel Deense havens zijn erg klein en er zijn weinig plaatsen voor grotere boten, een categorie waar Beluga ook onder valt hier in Denemarken. De vakantieperiode breekt langzamerhand aan, dus worden de havens ook steeds drukker. Het is onze tactiek om vroeg te vertrekken, zodat we rond het middaguur al aankomen in een volgende haven. Lundeborg heeft een haven die uit meerdere kleine delen bestaat, in de noordelijke havenkommen kunnen we niet of nauwelijks keren, dus richten we ons op de zuidelijke havenkom. We vinden een plaats langzij een ruwe kade met grote autobanden. Over het geheel is een mooie houten steiger gemaakt, dus het ziet er verder goed uit.



In de loop van de dag wordt het steeds drukker en uiteindelijk ontkomen ook wij niet aan een boot die langszij ons wil komen. Dat is normaal gesproken geen probleem, maar hij gaat met de boeg naar de steiger voor ons liggen (die steiger maakt een bocht direct voor ons) en met alleen een achterlijn aan onze boot. Hij trekt Beluga stevig naar voren, zodat onze achterlijnen en de stootwillen aan de voorkant zwaar worden belast. Johan geeft aan dat het de volgende dag hard zal gaan waaien, zodat het onzeker is of deze situatie kan worden gehandhaafd. Het lijkt allemaal wel mee te vallen als ook een Deen weer langszij onze buurman gaat. Ook hij brengt lijnen uit naar voren en trekt, via onze buurman, Beluga nog harder naar voren. Om te ontspannen maken we nog een avondwandeling door het dorp. Het bestaat voornamelijk uit wat luxere huizen. Winkels zijn er niet.



De volgende ochtend is de wind inderdaad flink aangetrokken en waait vanuit het noorden. Onze buurman poogt met lijnen op zijn fokkelier zijn boeg vrij van de steiger te houden, zodat wij nu helemaal klem komen te liggen. De voorste stootwillen zijn zo plat als een dubbeltje. Johan geeft aan de buurman te kennen dat dit zo niet langer kan. Waarom niet gewoon langszij? Dat is kennelijk geen optie, maar onze buurman zegt dat hij het probleem wel inziet en zal verkassen. De Deen die de situatie alleen maar heeft verergerd komt zich ermee bemoeien en vind dat wij moeten verplaatsen. Dat is onmogelijk, zonder schade aan de twee boegen van onze buren, alle naar achter gerichte lijnen staan als vioolsnaren gespannen. Hij beweert ook dat het niet de twee boten zijn die aan onze boot hangen, maar dat de winddruk op onze boot het probleem is. Johan wordt boos en zegt dat hij niet lijdzaam gaat toekijken hoe onze boot beschadigd gaat worden. De Deen druipt beledigd af, nadat hij ons nog heeft toegebeten dat wij een “guest in this country” zijn. Gelukkig vertrok hij een half uurtje later, zodat onze buurman ook kon verkassen. We waren weer bevrijd. Behalve wat flinke zwarte vlekken van de autobanden hebben wij verder geen schade opgelopen, maar het scheelde niet veel of het was behoorlijk fout gelopen.

Er zijn festiviteiten in Lundeborg: een wielerwedstrijd, een mini-kermis, live muziek. Het is best gezellig en we maken nog een wandeling door de bossen en tracteren onszelf op een ijsje en frietjes als diner.













We blijven drie dagen en doen ook diverse klussen. Joke maakt de boot schoon van al het zout. Mooi weer zonder regen is leuk, maar de boot komt steeds meer onder het zeezout te zitten. Johan splitst ogen in de nieuwe landvasten, die de langzamerhand versleten oude exemplaren moeten gaan vervangen. Er klinkt een “pok-pok-pok” geluid van een oude scheepsmotor. Een mooi gerestaureerd oud houten vrachtscheepje komt de haven binnenvaren. Daar verwacht je een oude schipper aan het roer met pet, pijp en 80 jaar ervaring. Dat viel tegen. De boot voer eerst met een flinke gang tegen de kade aan, gelukkig precies op een plek waar een autoband hing. Daarna draaide de boot langs de kade. Lijnen vastmaken en klaar is kees zou je denken. De schipper zette de motor echter weer in zijn vooruit en de boot ramde de eerste paal die onderdeel uitmaakt van een rij palen met houten balken. Twee houten balken braken met een hoop gekraak. Het duurde nog een hele tijd voor het arme oude scheepje eindelijk was afgemeerd.










Wij krijgen nog twee boten langszij, maar deze keer meerden ze normaal af en ging het verder helemaal goed. Vooruitkijkend naar de weersverwachtingen lijkt de wind minder geschikt om verder naar het noorden te gaan en we besluiten het gebied met eilandjes en ankerplekjes ten zuiden van Fyn weer op te zoeken, dus varen we zondag weer terug naar Svendborg. Maandag staat er windkracht zeven, wij blijven lekker liggen!



Lunkebugten en wilde dieren

Zuid-oost van Svendborg ligt een grote baai genaamd Lunkebugten. Je kan daar bij veel windrichtingen redelijk beschut ankeren. Dat lijkt ons wel wat, dus varen we weg uit Svendborg. Er staat regelmatig veel stroom in het bochtige betonde vaarwater langs Svendborg, wat voornamelijk van de windrichting lijkt af te hangen. Er is hier nauwelijks sprake van eb en vloed. We hebben geluk en het stroomt voor ons in de goede richting. Er is nauwelijks wind, dus het tochtje gaat op de motor. Het is even opletten hier, want de betonningsrichting verandert halverwege het vaarwater. Dat houdt in dat je eerst de groene tonnen aan de stuurboordkant moet houden en later juist de rode. Het gaat allemaal voorspoedig en na een uur of twee gaan we voor anker in ongeveer 3,5 meter water.



De volgende dag blazen we de bijboot op en varen naar de wal. Er zijn hier flinke bossen en een stukje noordelijk ligt een soort kasteel, Valdemars Slot. Het is een leuke wandeling door de natuur en bij het Valdemars Slot is een terras waar we op Tim zijn verjaardag proosten met thee en gebak. Het is een bijzonder soort slot met een groot hoofdgebouw waarin tevens de kerk is geïntegreerd. Samen met diverse bijgebouwen functioneert het tegenwoordig als een idyllische omgeving waar vanalles georganiseerd wordt, opera’s in de zomer, kerstmarkt, trouwpartijen en er zijn zelfs een paar vakantieappartementen in de oorspronkelijke gebouwen ondergebracht.
Het kasteel werd in 1639-44 gebouwd door Christian de 4e voor zijn zoon Valdemar Christian, kosten nog moeite werden gespaard. De huidige bewoners zijn de 12e generatie, behoorlijk uniek vinden wij.

















We wandelen via een omweg rond een meer terug door de bossen. Tot onze verrassing zien we een hert een eindje verder op ons pad. Het heeft ons in de gaten en verdwijnt in de begroeiing aan de rechterkant. We zien het nog een paar keer verder huppelen. We hadden dit helemaal niet verwacht en zijn behoorlijk opgetogen. Even later zien we een fazant en een bijzonder vogeltje, zwart-wit met een rode vlek aan de voorkant. Later identificeert Joke het met hulp van het onvolprezen internet. Het is een Roodborstkardinaal. Deze soort komt hier niet veel voor. Ook zien we een roofvogel boven de velden vliegen. Even verderop zien we zien tot onze verrassing een gigantische boom. Het blijkt een “Giant Sequoia” te zijn, die oorspronkelijk voorkomt in Califorië.

















Na deze leuke ontdekkingstocht gaan we met de bijboot naar Beluga en ruimen alles weer op en genieten in de avond nog na van de leuke dag.






Drejø

Het blijft mooi weer met een noord-oostelijke wind. We besluiten om het gebied ten zuiden van Fyn op te zoeken. Er zijn daar diverse eilandjes en heel wat ankerplaatsen. We varen langs Marstal en navigeren door de diverse geultjes naar een eilandje dat Drejø heet en vinden daar een prima ankerplek. We moeten weer even wennen om met zijn tweetjes de ankerprocedure te doorlopen, maar uiteindelijk lukt het goed. We bevestigen de “Duivelsklauw” aan de ankerketting. Dit is een speciaal gevormde haak die we aan de ketting hangen. Met twee lijnen naar de bolders op het voordek fungeert dit als een schokdemper, zodat de ankerlier niet wordt belast en de ketting minder schokken te verduren krijgt als de windvlagen overkomen.



Aan de wal zien we naast een boerderij, half verscholen onder bomen, een vliegtuigje staan. We vermoeden dat het een oud vliegtuigje is dat er zijn laatste dagen slijt. Tot onze verbazing horen we een poos later gebrom van een vliegtuigmotor en taxiet het over het eiland. Kennelijk is hier een airstrip. Even later stijgt het op, landt weer na een minuut of 15 en stijgt even later weer op. Wij dopen het daarom “Drejø International Airport”.










De volgende dag bombarderen we tot pyjamadag en we luieren aan boord. Het is een populaire ankerplaats, er komen nog een tiental jachten in de baai liggen. De baai is heel ruim, dus er is plaats in overvloed. We houden de windverwachting goed in de gaten, maar tegen de verwachtingen in blijkt heel vroeg in de volgende ochtend een stevige zuidenwind op te steken, die ervoor zorgt dat we aan lager wal liggen. De boot beweegt behoorlijk op de golven en is nu met de achterkant naar het eiland gekeerd. We houden het anker alarm op de GPS goed in de gaten, ons anker geeft geen krimp en houdt de boot perfect op zijn plaats. In de Carieb heeft het wel voor hetere vuren gestaan! Diverse boten om ons heen houden het wel voor gezien en er blijven nog maar een paar die-hards over. De wind gaat na een paar uur weer liggen en gaat die dag helemaal rond alle kompasstreken. De plot van het ankeralarm op de GPS laat een keurige cirkel zien. Uiteindelijk keert de rust weer en wordt het weer kalm.

We vatten moed en zijn ervan overtuigd dat de boot wel blijft liggen als we van boord gaan. De bijboot wordt opgeblazen en ons buitenboordmotortje van stal gehaald. Johan maakt zich op voor een forse partij touwtrekken om het motortje te starten, maar tot zijn verbazing start het in één keer. We nemen in een rugzak wat drinken mee en varen naar de wal. Na een leuke wandeling over het pittoreske eiland komen we in het dorpje, waar we zowaar een ijsje kunnen scoren. Max Verstappen scoort ook, want hij wint de Grand Prix van Oostenrijk. Wij zijn fan en het lukt om op één van de telefoons de wedstrijd in beeld te krijgen. We zitten in de schaduw op een soort mini dorpspleintje. Voldaan wandelen we weer terug en varen met de bijboot terug naar Beluga.













We hebben deze dagen ook benut om ons reisplan nog eens onder de loupe te nemen. De conclusie is, dat we geen zin hebben om “verplicht” veel mijlen te maken, dus blazen we het plan om door het Götakanal te gaan af. We blijven genieten van het mooie weer dat nog een tijdje aanhoudt en gaan lekker rond Fyn scharrelen. Er zijn hier vele leuke ankerplekken en havenstadjes. Voorlopig genoeg om ons te vemaken. Het is tijd voor wat boodschappen, dus varen we de volgende ochtend naar Svendborg en overnachten in de leuke haven.






Bagenkop

Er is weinig wind als we Heiligenhafen uitvaren, maar eenmaal uit de geul kunnen we toch onder zeil gaan voor de oversteek naar Denemarken. De bestemming is Bagenkop, een charmant oud vissersplaatsje aan de zuidpunt van het eiland Langeland.
We kunnen zo’n tweederde van de afstand zeilen. Als in de scheepvaartroute de wind wegvalt, starten we de motor. Na verloop van tijd moeten de zeilen helemaal weg. Met de hulp van de AIS steken we vrij gemakkelijk de scheepvaartroute over en zeven uur na vertrek uit Heiligenhafen meren we af in Bagenkop. We liggen aanvankelijk alleen aan een kopsteiger, maar binnen een half uur zijn alle boxen bezet.






Er zijn een soort halfopen BBQ-hutjes waar allemaal bejaarden hebben plaatsgenomen. Ze eten smakelijk van alle hapjes die ze hebben meegenomen en er is live muziek. De Deense versie van “Daar in het kleine café aan de haven” hoempapaat in vele varianten over de steigers. Onze buurman vraagt met veel interesse wat voor boot wij hebben. Ze vinden het een prachtig schip en vertellen dat ze naar zoiets op zoek zijn. De vrouw van de buurman is heel geinteresseerd en stelt vele gerichte vragen. We nodigen haar uit om een kijkje aan boord te nemen en ze vindt het prachtig. Wij zijn ervan overtuigd dat ze serieus geïnteresseerd zouden zijn als Beluga te koop had gelegen.



We blijven een dag in Bagenkop en maken een leuke wandeling. We beklimmen nog een toren met een leuk uitzicht over de haven.



















We sluiten de dag af met een barbeque op een van de talloze zitjes die hiervoor rond de haven aanwezig zijn. Het is mooi weer en het weerbericht laat zien dat het voorlopig zo blijft.










Rustig de zomer tegemoet

Op 22 juni gaat Beluga weer te water. Wij zijn een dag eerder al met de trein aangekomen in het stadje Burg auf Fehmarn. Na een heerlijke maaltijd bij restaurant Netti’s overnachten we bij een “zimmer frei”, beide hadden we al ontdekt toen we eind april aan het klussen waren. Eind van de volgende ochtend is het zover, Beluga drijft eindelijk weer.






Daarna begint een klusperiode, we hebben vier dagen nodig om alles op te tuigen, in te richten, op te ruimen en de laatste boodschappen te doen. De eerste drie dagen stormt het, pas aan het einde van de derde dag gaat de wind liggen en kunnen de zeilen erop. In het kleine haventje van Burgstaaken doet de havenmeester zijn best om ons een plekje te geven. Omdat ook wat vissers en een vrachtschip een plek moeten krijgen, moeten we in vier dagen wel vijf keer verkassen. Maar ach, een beetje oefenen met aanmeren kan ook geen kwaad.






De 26’ste kunnen we weg. We willen eigenlijk naar het noord-oosten, en uiteindelijk naar het Götakanal, maar het wordt mooi weer, met als keerzijde dat er voorlopig geen wind is of noord-oostenwind. We mogen natuurlijk niet klagen, maar het plan moet de komende tijd wel anders worden. Daarom zetten we koers naar Heiligenhafen. Een korte tocht, maar we kunnen het grootste deel wel zeilen. Ten opzichte van vorig jaar loopt de boot zeker zo’n 15% sneller, omdat het onderwaterschip geen aangroei meer heeft. Al die plantjes en schelpen onder de boot remmen behoorlijk af. Het is een verademing om weer met zes knopen te zeilen bij een zeer matige wind. Het is een mooie oefening om er weer in te komen en te testen of alles er goed op staat.






Tevreden meren we in de loop van de middag af in Heiligenhafen. De zon breekt door de nevel heen en het wordt nog mooi weer.






Zoals de windverwachting er nu uitziet, zullen we morgen eerst oversteken naar Denemarken en daar de komende dagen wat gaan rondscharrelen. We houden de optie om richting het Götakanal te gaan nog wel open, maar dat hangt sterk af van de weersontwikkeling de komende weken. Eigenlijk precies zoals het hoort op een zeilboot: we zien wel waar de wind ons brengt!

By the Ocean we Unite: inspirerend!

Joke kwam op Facebook een actie tegen over plastic afval in de oceanen. Met een foto van onze manier van afvalscheiding aan boord tijdens ons Rondje Atlantic, wonnen we twee kaartjes voor een lezing, documentaire en film over de oceaan. Dit werd georganiseerd door een jonge actieve stichting: By Ocean we Unite. Zij verrichten onderzoek en maken het publiek bekend met de vervuiling van plastic in onze oceanen. Wij weten uit eigen ervaring dat dit echt waar is. We hebben de vervuiling letterlijk om ons heen gezien op de meest afgelegen plaatsen! Vooral daarom vonden we deze middag zo inspirerend dat we dit goede initiatief graag willen steunen met een bericht op onze website. We hopen hier ons steentje mee bij te dragen aan bekendheid met het werk van deze stichting en het bewustzijn dat we met zijn allen echt de manier van omgaan met plastic afval zullen moeten veranderen.

Graag nodigen we jullie uit om eens een kijkje te nemen op de website van By Ocean we Unite of op de Facebook-pagina van By Ocean we Unite.

Ons milieu is vaak in het nieuws. De opwarming van de aarde, weersverschijnselen die steeds extremer worden, luchtvervuiling en ga zo maar door. Wat veel mensen nog niet beseffen is dat het gebruik van plastic ook grote gevolgen heeft. Op onze atlantische zeilreis hebben wij dat met eigen ogen gezien. Al op Porto Santo zagen we een rand van kleine plastic korrels als zand in de branding rond spoelen. Het goudkleurige strand bevat kleine plastic deeltjes in allerlei kleuren. Op zo’n afgelegen eiland is pijnlijk zichtbaar wat de gevolgen zijn van ons zorgeloos omgaan met plastic afval. Het komt in zee, breekt af in steeds kleinere stukjes, maar verdwijnt nooit helemaal. Het komt in de voedselketen en daarmee uiteindelijk ook weer bij onszelf terecht.



Ook tijdens het oversteken van de oceaan hebben we veel plastic zien drijven. Op de terugweg, aan de rand van de Sargasso Zee (een soort gigantische draaikolk midden op de Atlantische Oceaan) zagen we plastic verward in het zeewier dat daar drijft. Dat zijn juist ook de plaatsen waar het zeeleven zich bevindt. Zo zagen we een jonge zeeschildpad tussen het wier, en dus ook tussen het plastic, zwemmen.



Wij kregen vaak de vraag hoe we met huishoudelijk afval omgingen tijdens de oversteken. We leefden met vier personen aan boord en vooral van verpakte voedselvoorraden komt veel afval. Wij gooiden alleen iets overboord als het volgens ons geen kwaad kan, bijvoorbeeld glas. Een chemicus heeft ons uitgelegd dat glas voornamelijk uit silicium bestaat, net zoals zand, gesteente en dergelijke. Dat houdt in dat het feitelijk een natuurlijk geheel vormt met de bodem en om die reden niet schadelijk is. Uiteraard hielden we ook glas aan boord op de kortere oversteken en zeker ook als de waterdiepte minder dan enkele kilometers was. Plastic overboord gooien was streng verboden. Maar hoe moet je dat dan bewaren? Opengemaakte verpakkingen van voedsel worden vies en gaan stinken. Onze oplossing was om in een paar lege petflessen alles te verzamelen. We knipten de verpakkingen in kleine stukjes en propten die in de petflessen. Met de dop erop zijn ze goed afgesloten en na aankomst in de haven konden we ze op een verantwoorde plaats als afval aanbieden. Zo hebben wij ons steentje bijgedragen aan het verantwoordelijk omgaan met de oceaan.



Fehmarn, einde en begin

Er staat vrijdag een briesje uit het westen, mooi om op het fokje naar Fehmarn te zeilen. Het is druk in de haven als we uit de box wegvaren, veel zeilers wilen profiteren van een mooie zeildag. Fehmarn is een eiland, dat door een spoorbrug en een autobrug is verbonden met het vasteland. De bruggen zijn 22 meter hoog, dus ruim voldoende voor onze mast (Beluga reikt tot 17,9 meter boven de waterlijn). Nadat we onder de brug door zijn gevaren moeten we nog door een vrij smalle geul naar het zuidoosten, voordat we naar het noorden kunnen afbuigen. Onze bestemming is Burgtiefe, wat aan een soort binnenmeer ligt.










Dit is het einde van de reis, Op Fehmarn zijn diverse werven die winterstalling aanbieden. Op aanraden van bekenden hebben wij de firma Weilandt uitgekozen. Zaterdag melden we ons aan en maken we een afspraak om op woensdag de 30e uit het water gehesen te worden. We krijgen nog een paar mooie zomerse dagen, wat prachtig uitkomt om gelijk aan de slag te gaan om de boot klaar te maken voor de winter. We halen de zeilen van de boot en vouwen die netjes op. De bijboot wordt schoongemaakt, de schroefas gesmeerd, voorraden en kleding gesorteerd, de watertanks worden schoon en leeg gemaakt enzovoort. We hebben meer dan genoeg tijd en kunnen tussentijds nog gezellig met Henk en Marga bijkletsen, want hun boot gaat hier ook de kant op.













Woensdag is het zo ver, we varen naar de overkant van het binnenmeer, naar Burgstaaken. Daar staat de hijskraan waarmee het gaat gebeuren. De achterstag, de kraanlijn en de lazy jacks moeten we wel weghalen, om plaats te bieden aan de hijsinstallatie die boven de boot komt te hangen. Men haalt hier enkele honderden boten per jaar uit het water, dus alles gaat heel professioneel en zorgvuldig. Na korte tijd zweeft onze Beluga hoog boven de grond en wordt op een bok gezet. Deze wordt met een speciale trailer opgetild en met een tractor gaat het hele spul naar het terrein waar alle boten worden neergezet voor de winter.






Wij moeten, nadat het onderwaterschip met een hogedrukreiniger is schoongespoten, meteen aan de slag. Op veel plaatsen zitten pokken (een soort schelpdiertjes) vast aan de boot. Die moeten we met een plamuurmes eraf schrapen. We ruimen de laatste spullen op en pakken onze bagage. Henk en Marga hebben een appartementje geregeld vlak bij het station in Burg (de hoofdstad van Fehmarn). We nemen afscheid en wandelen naar het appartement. We gaan nog een keertje uit eten en proosten op de goede afloop en een mooie zomer in de Baltic.
















Einde van de reis, maar tevens ook het begin van een nieuwe. In de winter gaan we plannen maken en volgend jaar vertrekken we uit Fehmarn voor nieuwe Oostzee-avonturen!

Heiligenhafen

We blijven nog twee extra dagen in Ærøskøbing liggen. De wind blijft hard doorstaan en de beoogde volgende bestemming, Bagenkop, ligt aan lagerwal. Met de gratis bus gaan we naar Marstal, waar we een wandeling maken. Net als Ærøskøbing is het ook hier leuk om alle oude huisjes te bekijken. Het is woensdag als we uiteindelijk vertrekken. In plaats van heel harde wind is het nu windstil, maar wel zonnig, dus dat maakt veel goed. We varen eerst via een aantal geultjes langs diverse eilandjes. Joke ziet een klein zeehondje op een rots en kan hem met de verrekijker goed in beeld krijgen.










Als we Bagenkop naderen bekijkt Johan nog eens de laatste update van het weerbericht. Dat ziet er heel ongunstig uit voor de komende week. Op basis daarvan besluiten we om door te varen en de oversteek te maken naar Duitsland. Eigenlijk vinden we het lastig om dit besluit te nemen, maar op basis van de weersinformatie van dit moment is het wel verstandig om door te gaan. We worden beloond met drie bruinvissen, waarvan er twee samen zwemmen. Ze komen op ongeveer tachtig meter afstand van ons langs, dankzij het vlakke water zijn ze goed zichtbaar.



We willen nog niet meteen naar Fehmarn, dus kiezen we Heiligenhafen als bestemming. Het gaat vlot, we hebben het grootse deel van de tocht stroom mee. Rond half zes komen we aan en na enig zoeken vinden we een plekje in de grote haven. De jachthaven ligt in een grote natuurlijke haven achter een uitgestekte landtong met een waddenachtig natuurgebied, waar we achter onze boot een mooi uitzicht op hebben. Als we een enorm kabaal van opvliegende vogels horen kijken we verbaasd op. De oorzaak blijkt een soort kruising tussen een zeppelin en een heteluchtballon, met een cabine eronder en een motor die een propellor aandrijft. De vogels denken dat het een soort roofvogel is en met duizenden vliegen ze luid krijsend op. Wij vinden het niet zo verstandig om precies over dit natuurgebied te vliegen. Het duurt lang voordat de rust weerkeert.






We blijven donderdag liggen en maken een wandeling door het leuke stadje. Joke heeft de dop van onze oude en inmiddels zwart geblakerde fluitketel over boord laten vallen, dus hebben we een goede aanleiding om op zoek te gaan naar een nieuwe. Joke vindt ook een kapper en wil onderhand wel weer eens de haren geknipt hebben. ’s Avonds gaan we uit eten om de aankomst in Duitsland te vieren. Het blijkt een heel gezellig restaurant te zijn met eenvoudig eten, maar wel van goede kwaliteit. Het personeel is ook gemotiveerd en vriendelijk. Na de maaltijd wandelen we de pier op die een eind de zee insteekt. Het is een populaire plaats om te trouwen. Aan een muur hangen de namen van de stellen die hier getrouwd zijn in 2016 en 2017, bijgewerkt tot vandaag!






We verwachten morgen door te gaan naar Fehmarn, onze eindbestemming voor deze zomer.

Herfst?

We blijven nog een dag in Lohals, wandelen door het bos aan de noordkant en doen wat boodschappen. Als de volgende dag de wind naar het westen is gedraaid, besluiten we te vertrekken. We kunnen een aardig stuk zuidwaarts zeilen. De bestemming is Svendborg. Het vaarwater tussen de eilanden is daar vrij smal en we moeten dus tussen de boeitjes blijven, omdat het buiten de geul erg ondiep is. Er staat hier vrij veel stroom, gelukkig voor ons in de goede richting. Svendborg is een vrij grote stad en we verwachten er niet veel van. Gelukkig viel het dit keer reuze mee, het ziet er heel aardig uit. In tegenstelling tot bijvoorbeeld Nakskov en Stubbekøbing is Svendborg levendig en gezellig.













De wind draait naar het zuiden, wat voor het vervolg van onze reis niet gunstig is. Reden genoeg om nog een poosje in Svendborg te blijven. Het wordt ook behoorlijk wisselvallig weer, harde wind en regen beginnen steeds meer in de weerberichten te komen. Na twee dagen is de zuidenwind wat minder geworden en besluiten we om toch maar door te gaan naar Ærøskøbing. Het is 15 mijl op de motor en we komen al vroeg aan. We vinden weer een prima ligplaats in de jachthaven.






Voor weekeinde wordt er veel wind en regen verwacht, dus blijven we weer liggen. Er resteren nog twee niet al te lange dagtochten naar Fehmarn, maar de vooruitzichten lijken, zelfs op de lange termijn niet erg gunstig. We vermaken ons wel op het eiland. Tussen de buien door maken we zaterdag een wandeling door Ærøskøbing. Het dorpje is erg leuk en heeft grotendeels het karakter van vroegere tijden behouden. Je waant je hier zo’n 200 jaar terug in de tijd, het is verbazend dat het zo goed bewaard is gebleven.




















Er rijd hier elk uur een gratis bus over het eiland Ærø die de belangrijkste plaatsen verbind: Ærøskøbing, Marstal en Søby. Zondag is er weer veel wind en regen, dus besluiten we een rondje eiland met de bus te doen. De bus gaat eerst naar Marstal aan de zuidoost punt van het eiland en vervolgens naar Søby aan de noordwestelijke kant. We stappen daar uit en wandelen wat rond. Als de regen weer los barst vinden we een bakker waar we van een kop koffie en een croissant genieten. Om drie uur melden we ons weer bij de bushalte. We hadden echter over het hoofd gezien dat de volgende bus pas een uur later rijdt, na een middagpauze, dus gaan we te voet langs de busroute om een paar kilometer verderop weer op te stappen. Gelukkig hebben we onze paraplu’s bij ons, want we krijgen behoorlijke plensbuien over ons heen. Halverwege het stuk wat we willen wandelen is er ook een bushalte. Het was even droog, maar dan begint het nog eens extra hard te regenen. Johan heeft er genoeg van en we gaan in de bushalte schuilen en wachten een half uurtje op de volgende bus. Achter ons is een weide met schapen, die allemaal in een hok schuilen. Ook lopen er Alpaca’s (een soort mini Lama’s), die heel stoer gewoon in de regen blijven staan.













We zijn blij dat we naar buiten zijn gegaan en onze portie beweging weer hebben gehad. Het weer lijkt de komende dagen tijdelijk op te knappen, maar voor maandag geldt eerst nog een stormwaarschuwing, west-noordwest 7. Wellicht kunnen we dan toch nog richting Marstal varen.



Change of plan

De volgende ochtend zijn we een poosje zoet alles wat we van sloten hebben voorzien weer toegankelijk te maken en alle lijnen stuk voor stuk los te maken. Na een uurtje kunnen we uitvaren. Er is nauwelijks wind, dus de motor moet het meeste werk doen. We gaan naar Agersø, waar we Henk en Marga ontmoeten met de Seeryp! Johan ziet ze in de verte varen en zij liggen al in de haven als wij daar ook arriveren. Er is plaats genoeg aan de langssteiger, wat in de kleine haven wel fijn is, omdat onze boten naar Deense begrippen vrij groot zijn.






Het is een mooie avond, dus kunnen we gezamelijk genieten van een lekkere maaltijd op de Cobb. Bijna alle Deense havens hebben daar picknick plaatsen voor ingericht. Onderwijl kletsen we bij met Henk en Marga. Bijzonder om ze hier te ontmoeten!






De volgende dag doen we boodschappen en rommelen wat aan boord. ’s Avonds eten we met zijn vieren aan boord van de Seeryp. Marga vroeg gisteren waarom we eigenlijk weer terug naar Nederland willen gaan. We hebben daar niet echt een antwoord op. Het Oostzeegebied is zo groot en we zijn hier nog lang niet uitgekeken. Overdag hebben Joke en Johan er nog eens uitgebreid over gesproken en zijn tot de conclusie gekomen dat we de boot hier willen laten overwinteren. Volgend jaar biedt dat weer mogelijkheden voor nieuwe zwerftochten! Vanuit Nederland is er altijd de onzekere overtocht door de Duitse Bocht, waar het onstuimige weer vaak voor vertraging zorgt.



We kiezen voor de “Winterlager” van de firma Weilandt op het Duitse schiereiland Fehmarn. Zij zijn daarin gespecialiseerd en we hebben onderweg ook meerdere Nederlanders ontmoet die daar al jaren de boot elke winter stallen. Als Henk en Marga verder varen, blijven wij nog een dagje liggen in Agersø. We sturen mails naar Weilandt, de watersportvereniging en naar Kempers, waar we eigenlijk een Nederlandse winterplek hebben. Hopelijk gaat het allemaal lukken! We moeten nog wel wennen aan de verandering.










We hebben ineens geen haast meer en dat voelt ook wel weer als een opluchting. We besluiten om het nog een poosje rustig aan te doen in het vaargebied tussen Langeland en Fyn en willen de laatste week van augustus bij Fehmarn zijn. De afstand is niet meer zo groot, dus dat zou moeten lukken! Op 14 augustus varen we weer eens verder naar Lohals. Het is windstil en op de motor steken we de scheepvaartroute over die door de Grote Belt loopt. Het is rustig en de oversteek verloopt probleemloos. Bijna alle zeiljachten liggen in de vissershaven, maar wij meren af in de stille marina. Het is een mooie avond, maar wel vrij kil. Aan onze steiger zijn picknickplaatsen ingericht en we kunnen het niet laten om met de Cobb nog eens lekker te genieten van een maaltijd met uitzicht over het water en op de ondergaande zon!